Dr. aan het woord door:
Dierenarts Peter Boskamp
© Dierenarts P.
Boskamp
Het is verboden bovenstaande artikelen te vermenigvuldigen en te
verspreiden.
Ook zal opgetreden worden als zonder toestemming de artikelen
of gedeelten
daarvan op een andere wijze gepubliceerd worden
Deel 10: “Koppen opschonen”De laatste weken bereiken me met een zekere regelmaat vragen over de noodzaak van het kuren van de koppen voor het vliegseizoen. Wel, laat me duidelijk zijn: niets moet!. Maar er zijn een aantal argumenten aan te voeren die het kuren voor het vliegseizoen raadzaam maken. Als we aan het einde van het vliegseizoen zijn aangekomen dan krijgen de duiven tijdens de rui doorgaans alleen wat ruivitamines en daarbij eventueel wat Bonichol. En dat is maar goed ook. Want duiven moeten ook nog eigen weerstand kunnen opbouwen! Voor de kweek wordt door een deel van de liefhebbers een kuur tegen paratyfus gegeven en op de eieren vervolgens nog een geelkuur. En dat is het dan in het winterseizoen doorgaans. Een aantal liefhebbers heeft zich inmiddels laten overtuigen van de wenselijkheid om de weerstand van de duiven ook in het stille seizoen te ondersteunen en geven in deze periode natuurlijke weerstandsondersteunende middelen als weerstandsdrank of Boni-SGR. Door de verhoogde weerstand zijn de duiven minder gevoelig voor sluipende en slopende infecties. Maar wat vindt er doorgaans plaats in het stille seizoen? Het is zonder meer goed om in het stille seizoen geen antibiotica te verstrekken,tenzij er een duidelijk zichtbare uitbraak van een luchtweginfectie is. In dat geval ontkomt men er veelal niet aan. Maar een aantal van die luchtweginfecties kunnen na het vliegseizoen wel degelijk verborgen aanwezig zijn. Dat komt omdat de diverse middelen die ter onderdrukking van verschijnselen in het seizoen worden gegeven nu achterwege blijven. Maar ook omdat nieuw aangekochte duiven een besmetting meebrengen. Worden deze nieuw aangekochte duiven bij de eigen duiven geplaatst dan kan er een menging van de eigen “Ornithose-besmetting” met die van de nieuwe duiven plaatsvinden. (Ik spreek hier van Ornithose maar bedoeld wordt natuurlijk het “Ornithose-complex”. Dit is de verzamelnaam voor infecties van de voorste luchtwegen die door een grote groep van ziekteverwekkers kan worden opgeroepen en min of meer dezelfde of soortgelijke verschijnselen kunnen veroorzaken) Deze menging van verschillende ziekteverwekkers kan er dan toe leiden dat er ziekte- verschijnselen gaan optreden, dan wel dat er een sluipende besmetting ontstaat. Dat laatste is voor de duiven wellicht veel erger omdat het vaak niet wordt opgemerkt. En juist deze sluipende infecties kunnen er de oorzaak van zijn, dat men met een achterstand aan het vliegseizoen begint. Immers de eerste vluchten zijn ook voor de duiven stress. En stress maakt dat men gevoeliger is voor infecties, zo ook de duiven. Deze latente (verborgen) infecties kunnen dan manifest (zichtbaar) worden waardoor de duiven ziekte verschijnselen gaan vertonen en de prestaties zienderogen achteruitgaan. Dat zijn de befaamde duiven die de eerste vlucht nog wel meekunnen en een prijsje op de lijst pakken maar bij de derde of vierde vlucht de lijst niet meer weten te raken. Als we dan voor de koppen moeten gaan kuren is de ziekte nog wel te bestrijden, maar het seizoen is naar de knoppen omdat de andere duiven inmiddels meestal de vorm te pakken hebben die de eigen duiven dan nog moeten krijgen. Kortom dan geldt: volgende keer beter en hopen op het jongenseizoen. Maar dat hoeft niet! En zo komen we bij de vraag of het wenselijk is preventief te kuren tegen “de koppen” Ik ben er om bovenstaande reden dus een voorstander van. Het mooiste is als een week of vier tot vijf voor het vliegseizoen de duiven gecontroleerd worden op verborgen luchtweginfecties. Dat kan mooi gecombineerd worden met een uitstrijkje voor het geel. Blijken de duiven een infectie van de voorste luchtwegen te hebben, dan kan er nog ruimschoots een goede kuur gegeven worden. En daarna kan met de natuurlijke weerstandsmiddelen de conditie op peil gehouden worden en zelfs nog worden verhoogd, zodat de duiven een goede start kunnen maken in het nieuwe vliegseizoen. Maar er is nog een argument om zo te handelen. Door de duiven zo schoon mogelijk aan de start te brengen, zorgt men er immers voor dat de dieren een voorsprong hebben op andere duiven waarbij de eigenaar een afwachtende houding aanneemt. Maar dat niet alleen. Zoals gezegd is de kans groot dat de duiven van deze liefhebbers latente besmettingen bij zich dragen. Door de voorsprong van de eigen duiven is de kans op het oplopen van zulke contactbesmettingen kleiner. Immers de eigen duiven hebben een zekere bescherming door hun hogere weerstand. Natuurlijk gaat dit niet altijd op. Het is net als bij de mens, als de infectiedruk hoog is doordat veel mensen de griep hebben zullen er ook mensen met een redelijke weerstand ten prooi vallen aan het griepvirus. Maar in het algemeen is een goede weerstand ook bij mensen van belang om gevrijwaard te blijven bij een griepaanval. Ik ben, zoals bekend, een voorstander van de natuurlijke weg. Dus adviseer ik volop het gebruik van weerstandsverhogende producten als Boni-SGR en Weerstandsdrank en daarnaast vitamines. Ik streef er naar om het gebruik van antibiotica zo veel mogelijk te beperken. Maar duivensport is topsport en de kleinste infecties zijn al genoeg om de prestaties net genoeg te verminderen dat de kopprijzen achterwege blijven. Zeker nu in deze tijd alle uitslagen zo kort bij elkaar ligt. Nu weet ik dat er stemmen op gaan dat een duif genoeg uit zijn voer kan halen om gezond te blijven. Ik denk ook dat dit zeker kan onder normale omstandigheden. Maar duivensport is niet meer tot die normale omstandigheden te rekenen. En wie onder die omstandigheden rekent op alleen het voer, kan zich wel eens vies verrekenen. Immers de ketting van de weerstand is zo sterk als de zwakste schakel. Topsporters moeten niets aan het toeval overlaten. En duivenliefhebbers daarom ook niet. Wat is daarom kort samengevat mijn advies?
Peter Boskamp
|