Dr. aan het woord door: Dierenarts Peter Boskamp
© Dierenarts P. Boskamp
Het is verboden bovenstaande artikelen te vermenigvuldigen en te verspreiden. 
Ook zal opgetreden worden als zonder toestemming de artikelen of gedeelten 
daarvan op een andere wijze gepubliceerd worden

Deel 11: Adviezen voor de Fond.

Ruim voor het seizoen begint moet de basis gelegd worden. Dit betekent dat middels een mest en keelcontrole alle huis-, tuin- en keukenaandoeningen uitgesloten dienen te worden.  

Belangrijk is dan ook om vast te stellen of de duiven vrij zijn van luchtweginfecties die verborgen aanwezig kunnen zijn. En zeker zo belangrijk is vast te stellen of er geen sprake is van Candida Albicans of andere gistinfecties.
Deze laatste infecties krijgen een kans bij duiven die overmatig behandeld worden met antibiotica en chemotherapeutica.
Kiest men voor een natuurlijke weg dan is de kans op deze gistinfecties te verwaarlozen.
Van Candida Albicans is bekend dat het een “sluipmoordenaar” is voor de weerstand. 
Ook bij de mens is langzaamaan met meer zekerheid vast komen te staan dat deze gist de weerstand ondermijnt waardoor het lichaam steeds opnieuw ziek kan worden door andere infecties (bacteriën of virussen). Daarnaast wordt bij de mens een verband gezien tussen deze gist en het chronisch vermoeidheidssyndroom.

Maar goed, ik had het hier over duiven.
Duidelijk is dus dat een besmetting met deze gisten goede prestaties altijd in de weg zal staan. Sterker nog . Het gebruik van antibiotica in deze gevallen werkt averechts. Want doordat de antibiotica de bacteriën afdoden krijgen deze gisten juist meer ruimte. Na een kortstondige verbetering van bijvoorbeeld luchtweg- of darmaandoeningen valt de conditie nog verder terug dan voorheen zodra met kuren wordt gestopt.

Dus: Noodzaak nummer een: zorg voor een goede uitgangspositie. Eventueel bij twijfel door duiven of mest te laten controleren.

Punt twee: Zorg  4-5 weken voor de vluchten voor een reiniging van de luchtwegen (indien men zeker kan zijn dat Candida en andere gisten geen rol spelen) middels een milde luchtwegkuur (Diverse mogelijkheden. Bij ons  bijvoorbeeld poeder 26 of poeder 18).
Geef de duiven dan ook, indien ze niet worden gecontroleerd op het geel, twee dagen achtereen een geelcapsule op de nuchtere maag.
 
Daarna hebben de duiven voldoende tijd om de medicijnen uit het lichaam te verwijderen.

Punt drie: Geef de duiven vanaf dan twee tot drie dagen per week weerstandsdrank of Boni-SGR. Meestal is twee tot drie dagen voldoende en zorgt een gift van 4 of 5 dagen voor een te snel in vorm komen van de duiven.
Een of twee keer per week gechelateerde mineralen (10 druppels per liter;Boni-mineral) optimaliseert de mineralenbalans in het lichaam.

(In geval huis, tuin of keukenaandoeningen bij onderzoek worden vastgesteld, dan is het natuurlijk belangrijk deze op gepaste wijze te behandelen voor aan de opbouw naar fondseizoen toe wordt begonnen)

Geef de duiven na de “trainingsvluchten” een ornicap of een dag poeder 26 over het voer.
Maar hoedt U in deze fase voor een overdaad aan medicatie. Als extra voor een trainingsvlucht kan Boni-MR-supplement gegeven worden een of twee dagen.

Punt vier: Zodra we binnen de termijn van twee en een halve week voor de vluchten komen moet de dan aanwezige basisvorm verder uitgebouwd worden.
Dit betekent dat met de gift van  “Boni-MR-supplement” kan worden begonnen. De eerste week 2-3 maal per week over het voer.
De weerstandsdrank of Boni-SGR wordt nu ook vaker gegeven.
Daarna wordt ook de gift van Boni-MR-supplement verhoogd al naar gelang de respons van de duiven. De duiven moeten er goed op staan en zich beginnen te tonen. Gebleken is dat het dagelijks geven van de Boni-MR-supplement bij duiven die vrij zijn van ziekten de conditie aanzienlijk kan helpen opbouwen. Er is voor Boni-MR-supplement alleen een richtdosis te geven. Afhankelijk van de respons kan een hogere of juist lagere dosis gewenst zijn.

Mankeren de duiven iets dan kan het verstrekken van hoogenergierijke supplementen ook averechts werken. Zorg dus dat de duiven goed geobserveerd worden. Kleuren ze niet mooi in het vlees, dan liever overleg plegen.
10-11 dagen voor een fondvlucht kan een ornicapsule gegeven worden gedurende een of twee dagen.

Als de vlucht goed verloopt. Dan opvangen met elektrolyten mix of vitalect-extra. ’s Avonds een ornicapsule. De dag na thuiskomst Bonichol om de lever te helpen het lichaam te reinigen en vervolgens simpelweg weerstandsdrank.
Om naar de volgende vlucht toe bovenstaande van voor de eerste fondvlucht te herhalen.
Let wel. Dit geldt bij goed verlopen vluchten. Vluchten waar de duiven niet hebben afgezien etc.
Kortom het is alleen mogelijk een basis schema op te stellen voor de fondvluchten. Specifieke
omstandigheden kan het nodig maken enkele andere middelen in te zetten.
Echter als de huis-, tuin- en keukenaandoeningen (coccidiose, wormen en het geel) die de weerstand ondermijnen niet aanwezig zijn kan doorgaans volstaan worden met deze middelen.
Mijn ervaring de afgelopen 9 jaar met de geelcapsules maakte duidelijk dat een gift ruim voor het seizoen van 2 geelcapsules twee dagen achtereen er voor zorgde dat slechts een keer per maand een geelcapsule gegeven hoefde te worden om de zaak schoon te houden. Soortgelijk lijken de ervaringen te worden met de ornicapsules. Deze aanpak maakt het dus mogelijk om met natuurlijke middelen verder aan de opbouw van de “Forme” te werken.

Er bestaan nog diverse andere middelen die bij kunnen dragen tot betere prestaties. Maar pas indien de prestaties tegenvallen moet men hiernaar grijpen. Immers overdaad schaadt.

Blijven er vragen over, neem dan gerust contact op.

Peter Boskamp
dgkcentrum@planet.nl

Terug naar Dr. aan het woord
Terug naar Duiven.net

Een site van ADVIDU, Utrecht