|
Onderstaand
vindt U een afschrift van een deel van een lezing die ik in het Limburgse
Simpelveld heb gehouden.
Het is een bijdrage over de natuurlijke aanpak als basis van de medische
begeleiding van de duivensport.
De stelling is dat de duiven minder behoefte hebben aan medicijnen als ze
een hogere basis weerstand hebben. De hogere basisweerstand zorgt er niet
alleen voor dat de duiven minder bevattelijk zijn voor ziektes, maar
bovenal dat er meer energie overblijft voor de opbouw van de vorm.
Ik hoop dat U de bijdrage met plezier zult lezen en Uw voordeel ermee kunt
doen.
Peter
Boskamp
Deel 17: Lezing
4
december 2004; “Verborgen infecties”
In allerlei studieboeken en artikelen, op internet,
duivennieuwsbrieven valt informatie te halen over de diverse infecties die
de duiven kunnen teisteren. Worminfecties, coccidiose,Trichomoniasis,
Ornithose, Paratyfus en ga zo maar door.
Van veel van deze aandoeningen is bekend en voor te stellen dat ze de
prestaties van de duiven ondermijnen.
Zo weten we allemaal dat zodra een worm op het hok gevonden wordt, het
hoog tijd is om in te grijpen. We geven een wormkuur, herhalen dat na 8
dagen om zo ook de jonge larven te pakken en branden het hok uit. En we
geven desnoods extra vitaminen gedurende een aantal dagen.
Zo ook bij coccidiose en trichomoniasis. Daar is iedereen het wel over
eens dat behandeling noodzakelijk is. Hetzelfde doen we bij verschijnselen
van het Ornithose-complex en Paratyfus. Duidelijke zaak natuurlijk.
Maar hoe zit het met de aandoeningen die de duiven bij zich kunnen dragen
en waarbij geen verschijnselen van algemeen ziek zijn optreden. Is het zo
dat die niet van belang zijn. Deze zogenaamde subklinische- verborgen-
infecties.
Het is bekend dat een aanzienlijk deel van de duiven in het bloed
afweerstoffen hebben tegen de Salmonella en de Chlamydiae.
Maar deze duiven hoeven niet ziek te zijn. Ze kunnen er zelfs heel goed op
staan. De verschijnselen zijn niet zichtbaar. In het voorjaar vliegen de
duiven ook best goed. Ze trainen goed. Maar zodra de vluchten gaan komen
dan wordt het andere koek.
Omdat de duiven goed vliegen lijkt er geen aanwijzing te zijn om te gaan
kuren. We zeggen dan allemaal blind kuren is nooit goed. En dat is in
zekere zin natuurlijk ook zo.
Maar deze duiven die op het oog goed uit zien, kunnen na een paar vluchten
de liefhebber goed in de steek beginnen te laten. Ze tonen zich niet meer
zo goed. Vliegen minder en de lust om te trainen neemt af.
Meestal is dit dan een reden om in te gaan grijpen. Eventjes wat tegen de
luchtwegen geven en dan zal het wel weer gaan. In een aantal gevallen
werkt het en nemen de duiven de draad weer op. Maar in andere gevallen
wordt weer iets anders geprobeerd en als het daarmee ook niet lukt wordt
het spelen met de oude duiven maar opgegeven. Er wordt dan maar gehoopt op
de jongen. Het zal wel zo moeten zijn. Volgende keer beter. Of de middelen
van de dierenarts deugen gewoon niet. Volgende keer maar middelen van zijn
“concollega” proberen.
Het kan natuurlijk zo zijn dat de gebruikte middelen onder de
gegeven omstandigheden niet werken. Dat kan omdat er geen diagnose is
gesteld of omdat er voor de betreffende aandoening op deze manier niet
lang genoeg gekuurd werd.
Maar het is zeker ook mogelijk dat de oorzaak ligt in verborgen infecties.
Infecties die je in zekere zin kunt vergelijken met een aandoening als een
koortslip bij de mens. Mensen kunnen als ze vermoeid zijn of stresserig
plotseling last krijgen van een koortslip. Dat is een uiting van het
Herpesvirus dat deze mensen gewoonlijk levenslang bij zich dragen.
Doorgaans dus zonder verschijnselen, maar onder genoemde omstandigheden
laat het virus zich weer gelden en komt het te voorschijn.
Welnu, op soortgelijke wijze krijgen duiven vaak last van klinische
klachten. Door toename van de stress, opwinding bij vluchten, slecht
voorjaarsweer enz. enz. kunnen de infecties zich weer doen gelden.
Een en ander hangt ook samen met de kracht van de infectie en het niveau
van de afweer bij de duiven. En met name het laatste is belangrijk.
Als de infecties zo heftig zijn. Bedoeld wordt als de kracht van de
ziekteverwekker heel hoog is (Men moet goed begrijpen dat de kracht van de
ziekteverwekkers lang niet altijd even groot is. Hier kan een sterke
variatie in bestaan. Die kracht van de ziekteverwekker noemen we
virulentie) de kans groter wordt dat de duiven ziektesymptomen gaan
ontwikkelen.
Valt het met de virulentie van de ziekteverwekkers wel mee, dan kan in de
rustige tijd een prachtig evenwicht bestaan tussen de gastheer (de duiven)
en de parasiet (bijvoorbeeld de Salmonella of de Chlamydiae). Als het
evenwicht verstoord wordt door stress kan het zijn dat de ziekteverwekker
de overhand krijgt en zich sterker kan gaan vermenigvuldigen. Er kunnen
dan wel degelijk ziekteverschijnselen ontstaan. Maar door de vermindering
van de weerstand die hier weer door ontstaat, worden de duiven ook weer
bevattelijk voor andere infecties.
Zo kan het zijn dat bij liefhebbers die duiven hebben waarbij er een
subklinische (verborgen) salmonella infectie aanwezig is een en ander dus
zonder symptomen verlopen. De duiven presteren niet goed maar hebben in
eerste instantie geen last van luchtweginfecties. De vorm wil maar niet
komen. In deze gevallen kan het zijn dat een liefhebber een medicijn gaat
gebruiken dat amper werkzaam is tegen salmonella.
De mogelijkheid bestaat dan dat na enkele weken de klachten eerder
toenemen dan afnemen. De balans die er bestaat tussen gastheer en parasiet
is wederom verstoord in het voordeel van de parasiet. De weerstand van de
duiven neemt hierdoor verder af.
Een heel bekend voorbeeld van deze gang van zaken is de besmetting met de
Candida Albicans. Duiven hebben deze gist vaak bij zich. En in het
algemeen werd in het verleden getwijfeld aan het ziekteverwekkende
vermogen van deze gist. Daar is men inmiddels op terug gekomen.
Overduidelijk is aangetoond dat deze schimmel zich goed thuis voelt bij
liefhebbers die graag gebruik maken van de medicijnpot. De meeste, zoniet
alle, luchtwegmiddelen werken niet tegen deze gist. Sterker nog. Als er
gekuurd wordt tegen de koppen of tegen infecties in de darmen, dan vult
deze gist met alle plezier de ruimte op die door het wegvallen van zijn
concurrenten in de darm ontstaat. Ze gaan welig tieren. De liefhebber ziet
door het gebruik van de medicijnen tegen bijvoorbeeld de koppen enige
verbetering maar is al snel weer terug bij af. Dus opnieuw kuren dan maar
met een sterker middel. Weer hetzelfde effect. Nee, de duiven zijn er nog
slechter aan toe. Wat nu.
Ja, dan is goede raad duur. Vele liefhebbers zijn als ze in dit
verdomhoekje terecht zijn gekomen ver van huis. Sommige zijn rigoureus en
ruimen alles op en beginnen op nieuw. Ze ontsmetten het hok. En als ze
geluk hebben zal de Candida besmetting van de omgeving tot redelijk niveau
zijn gedaald. Als met de nieuwe duiven dan wel prestaties worden behaald
dan weet de liefhebber het zeker: Zie je wel die duiven deugden niet.
Degene die ze me verkocht heeft destijds heeft me vast in mijn nek
geslagen.
Maar als deze liefhebber zijn gewoontes niet afleert met betrekking tot
het kwistige gebruik van de medicijnpot, dan is de kans zeker aanwezig dat
hij na een paar jaar weer dezelfde problemen kent.
Maar goed het ging over het evenwicht tussen gastheer en parasiet en het
effect wat een verstoring van dat evenwicht daarop heeft.
Gaan we terug gaan naar de liefhebber die de salmonella besmetting onder
zijn duiven heeft. Een besmetting zonder ziekteverschijnselen. Deze duiven
zullen nooit de top halen die ze volgens hun “ genen”
zouden moeten kunnen halen. Een deel van hun energie wordt bij
voortduring weggesnoept. Er moet voortdurend energie verbruikt worden om
dat evenwicht tussen de gastheer en de parasiet in stand te houden.
Een ieder zal best wel eens een goed glas bier hebben gedronken. Maar dat
kunnen er ook meer zijn. Veel meer. Ogenschijnlijk geen last ervan de dag
erna. Gewoon een beetje moe bij het opstaan. Maar daarom maar even een
extra kop koffie genomen. Alles is weer in beste orde zo lijkt het. Maar
aan het einde van de middag is de batterij ver leeg en moet er eventjes
gepauzeerd worden. Het lichaam heeft extra energie nodig om de strijd aan
te gaan met de alcohol. Energie die er anders zou zijn voor
lichaamsprestaties. Wel als het een rustige dag is die we luierend door
kunnen brengen voor de televisie, dan is er niets aan de hand. Dan rest de
gedachte aan een leuke en gezellige avond bijvoorbeeld. Maar als we de dag
erna hard moeten werken, dan is aan het eind van de middag de batterij
vaak leeg. Dan moeten we toch even rust nemen en gaan zitten of liggen. We
doen dan een beroep op de reserves van het lichaam.
Datzelfde gebeurt in de
gebieden waar het Carnaval gevierd wordt ook. Vermoeidheid door de inspanning en in een aantal gevallen
bovenmatige alcoholconsumptie die de energie wegvreet. Als we dan bedenken
dat we soms als haringen in een ton staan tussen alle mensen in, mensen
waar een deel zonder het te weten besmet is met een verkoudheid- of
griepvirus, dan is dat mede de verklaring voor de toename van de
ziekmeldingen na de Carnaval.
Op soortgelijke wijze kunnen we ons voorstellen dat een en ander bij onze
duiven werkt. De verborgen besmetting vreet energie van de duiven weg.
Energie die anders gebruikt zou kunnen worden voor de vliegprestaties en
het opbouwen van de vorm.
Een verstoring van het evenwicht maakt dat de duiven klinisch symptomen
kunnen gaan ontwikkelen en ziek worden. Maar in minder ernstige gevallen
maakt het de duiven gevoeliger voor ziekteverwekkers die ze van buiten af
kunnen oplopen, zoals in de reismanden. Vergelijk het met de “haringen
in de ton” tijdens het carnaval. De opwinding en stress die de duiven
van nature hebben in de reismanden doen dan de rest. De duiven kunnen gaan
beginnen met het opbouwen van een infectie. En deze kan dan al naar gelang
van de virulentie van de verwekkers na een paar dagen tot een week
klinische verschijnselen gaan geven.
Waar gaat het dus om bij de verstoring van het evenwicht bij
latente (verborgen) infecties? Om een verstoring van het evenwicht tussen
gastheer en parasiet. Dat kan dus door een toename van de infectiedruk.
Bijvoorbeeld in de reismanden. Maar ook door een toename van de stress.
Als de basisweerstand hoog genoeg is kunnen de duiven dit opvangen en zal
het evenwicht niet verstoord raken.
Maar is het weerstandsniveau onder de maat dan is er voldoende
voedingsbodem om ziektesymptomen te doen ontstaan.
Dit zal dus eerder optreden bij duiven die al verborgen infecties bij zich
dragen dan bij duiven die vrij zijn van dit soort van infecties.
Zoals gezegd wordt bij duiven die al latente infecties bij zich dragen een
groter beroep gedaan op de afweer en de energiereserves.
Het is dus niet moeilijk voor te stellen en ook heel logisch
dat een goede prestatie in het vliegseizoen valt of staat bij een goede
basisweerstand.
En dit laatste is iets geheel anders dan het regelmatig kuren met allerlei
medicijnen.
Een goede basisweerstand bereik je niet in een paar dagen. Dat is een
proces dat meer tijd vraagt. Een goed afgestemd beleid.
Bij duiven die een goede basisweerstand hebben zullen noodzakelijk
geworden kuurtjes en kuren veel meer effect hebben dan bij duiven die deze
weerstand missen.
Dus los van de vraag welke middelen goed werken tegen
allerlei ziekten, dienen we ons eerst af te vragen of we voldoende
aandacht hebben geschonken aan de basisweerstand.
Pas als deze vraag met ja is beantwoord, mogen we goede resultaten van
medicijn gebruik verwachten. In de andere gevallen zal vaak blijken dat
het geven van een medicijn gelijk staat met het dweilen met open kraan.
Dus belangrijk is de basisweerstand zo hoog mogelijk te krijgen voor het
vliegseizoen.
Dit kan op diverse manieren.
Goed voer, voldoende vitaminen, maar zeker ook sporenelementen en
mineralen. Want onomstotelijk is bewezen dat het een niet zonder het ander
kan. Als we dieren en dus ook duiven voldoende vitaminen geven. Maar er is
niet gezorgd voor een optimale mineralen gift, dan zullen de vitaminen
maar een beperkte werking hebben. Dus zorg voor voldoende vitaminen in
combinatie met mineralen en sporenelementen. Farvisol is een product wat
aan die eisen voldoet. En zeker ook boni-mineral.
Uit onderzoek is gebleken dat bepaalde kruiden een verhogende werking
hebben op de basisweerstand. Deze producten kunnen dus een sterke bijdrage
leveren aan het optimaliseren van de werking van de afweer.
Een van de producten die wat dit betreft een goede naam heeft opgebouwd en
waarvan de werkzaamheid bewezen is, is de Boni-SGR.
Boni-SGR heeft naast een verhoging van de basis weerstand ook een
verzurende werking in de darm., Hierdoor wordt de darmflora ook
geoptimaliseerd. Dit zorgt op zijn beurt weer voor een kleinere kans dat
ziekteverwekkende bacteriën de overhand kunnen krijgen. Daarnaast zorgt
het voor een betere vitaminebenutting.
In de praktijk blijkt dat het verstrekken van weerstandsverhogende
middelen, zoals Boni-SGR vanaf de kweek tot aan het vliegseizoen sterk
bijdraagt aan het gezond houden van de duiven. De kweekresultaten nemen
toe, de jongen groeien beter uit en wat in dit verband heel belangrijk is.
De jongen maken wel degelijk alle kinderziektes mee. Maar doordat het
weerstandsniveau hoger blijft wordt de kans op ziekte uitbraken geringer.
Ze zijn in staat om afweerstoffen aan te maken. En dat is iets wat door
het geven van regelmatige antibioticakuren vaak slechts in geringere mate
plaatsvindt.
Duiven die ondanks een geregelde gift van bijvoorbeeld Boni-SGR toch ziek
worden, die mogen beschouwd worden als zwakke broeders.
Want we moeten niet vergeten dat 30-40 jaar geleden, voordat de medische
begeleiding van de duivensport zijn intrede deed, we in principe
aangewezen waren op natuurproducten. Dat betekende in de praktijk dat
duiven met een gebrekkige natuurlijke weerstand het loodje legden en niet
meekonden komen. Door het gebruik van medicijnen is het mogelijk geworden
dat duiven met minder weerstand toch behandeld konden worden en dat deze
zich konden vermenigvuldigen. Vaak waren dit duiven met goede
vliegeigenschappen. Maar hierdoor ging de natuurlijke selectie voor een
deel verloren. Langzaam maar zeker werd het gebruik van medicamenten dan
ook bittere noodzaak.
Daarnaast deed door het veelvuldige (en soms niet juiste) medicijngebruik
de resistentie zijn intrede. Steeds vaker moeten medicamenten in hogere
doseringen gegeven worden om nog dezelfde werkzaamheid te hebben. De
werkzaamheid loopt bij gelijkblijvende dosering immers steeds meer terug.
Een goed voorbeeld is het gebruik van Ronidazole 10%. Waar een vijftiental
jaren geleden een dosering van een halve gram per liter al voldoende was
om een effectieve werking te hebben zitten we nu al aan een dosering van 4
gram per 2 liter. Vier keer zo hoog dus om diezelfde werking te hebben.
Dit geldt ook voor andere aandoeningen.
Nu is het zo dat er nauwelijks medicijnen voor duiven geregistreerd zijn.
En de medicijnen die wel geregistreerd zijn hebben doseringen die vaak
niet meer voldoen. Simpelweg vanwege dezelfde resistentie. Omdat het voor
de betrokken firma’s te veel kost om de medicamenten in een hogere
dosering opnieuw te laten registreren blijft de dosering ongewijzigd,
waardoor de resistentie alleen maar in de hand wordt gewerkt.
Daarnaast zijn er veel zgn. 5% potjes in de handel. Dit zijn medicijnen
die niet geregistreerd hoeven te worden en die vrij verkocht mogen worden
omdat er maar 5% medicijn is zit en meestal 95 gram druivensuiker of
melksuiker.
Deze medicamenten stammen vaak af van medicamenten die voor het van kracht
worden van de diergeneesmiddelenwet een hoger gehalte aan werkzame
bestanddelen bevatten. Alleen is na het van kracht worden van de
diergeneesmiddelen wet de dosering niet aangepast terwijl de samenstelling
veranderde in die zin dat er in plaats van bijvoorbeeld 28% medicijn nog
maar 5% medicijn erin zit.
Het gevolg hiervan is dat het medicijn in een veel te lage dosering aan de
duiven verstrekt wordt wat ook weer de beruchte resistentie in de hand
werkt.
Dus hoedt U allen voor het gebruik van deze 5% potjes die overal vrij
verkocht mogen worden.
Maar terug naar het verhaal. Duiven die ten gevolge van het
gebruik van weerstandsverhogende producten een betere afweer hebben zijn
niet alleen minder gevoelig voor infecties. Ze kunnen de infecties die ze
meemaken veel beter aan. Doordat de weerstand beter is kunnen ze als
medicamenten nodig zijn veelal toe met minder medicijnen. Ze reageren
sneller en zijn sneller hersteld. Dat betekent dat deze duiven meer tijd
hebben om aan de forme te werken. Minder energie wordt verspild aan afweer
en herstel. Kortom het komt de duiven ten goede.
Tot slot. In de praktijk is gebleken dat de jonge duiven die drie keer per
week een product als Boni-SGR kregen beter uitgroeien als duif.
In het algemeen (uitzonderingen bevestigen zoals altijd de regel) blijken
de verliezen in het jonge duivenseizoen aanzienlijk minder te zijn.
Betekent het nu dat duiven die weerstandsverhogende drank
krijgen helemaal geen medicamenten nodig hebben?
Dat is veelal natuurlijk niet zo.
Zoals gezegd hebben ze veelal minder medicamenten nodig en herstellen ze
sneller. Maar dat is iets anders dan helemaal geen medicamenten nodig
hebben.
Duiven die ziek zijn dienen goed gekuurd te worden. Die
moeten niet op hoop van zegen een dag in de week een medicijn toegediend
krijgen. Dit is een volstrekt foute handelwijze.
Echter zoals eerder gesteld hebben een groot aantal duiven antistoffen
tegen o.a Chlamydiae in hun bloed. Bewezen is dat veel duiven drager zijn
van deze parasieten. Er is hier zoals gesteld veelal sprake van een
evenwicht tussen gastheer en parasiet. Ziektes als paratyfus en ook stress
omstandigheden kunnen ertoe bijdragen dat deze verwekkers van
luchtwegproblemen uit hun schuilplaatsen komen en problemen beginnen te
veroorzaken.
Bij duiven met een hogere weerstand zal dit later of in veel mindere mate
gebeuren dan bij duiven met een gebrekkige weerstand. Bij duiven met een
goede weerstand zullen de problemen ook later optreden dan bij duiven met
een gebrekkige weerstand. Bij deze laatste duiven zien we na de tweede of
derde vlucht van de oude, de prestaties teruglopen.
Echter in de praktijk blijkt dat als we een keer in de week na thuiskomst
een GOED middel tegen luchtwegaandoeningen geven dit probleem deels
voorkomen kan worden.
Als de weerstand van de duiven echter gebrekkig is zal het succes van deze
aanpak soms niet volledig zijn. Vaak zal dan na verloop van tijd toch een
echte kuur gegeven moeten worden, met als gevolg dat de vorm veelal
verloren gaat.
Gebleken is nu dat duiven met een goede weerstand wel baat hebben bij deze
aanpak van een dag in de week een medicament voor de kop te geven.
We adviseren dan wel om niet om de haverklap van medicament te wisselen.
Zijn de omstandigheden dramatisch slecht geweest tijdens een vlucht dan
kan het zijn dat ook deze duiven met een goede weerstand ten prooi vallen
aan een infectie. Nu blijkt dat deze duiven doorgaans sneller herstellen
dan de overige duiven.
Moraal van dit verhaal.
Probeer in de toekomst niet te geloven in het wonder uit de
medicijnpotjes.
Maar probeer door bij de basis te beginnen een goede en sterke
duivenkolonie op te bouwen die uiteindelijk minder medicamenten nodig
heeft. Begin meer aandacht te geven aan de natuurlijke weg. En begin
daarmee al tijdens de kweek en overtuig u zelf.
Succes met de kweek
|