Deel 24: Nieuwsbrief Duif
Januari 2006
Antioxidanten
Flauwekul en fabels!!!. Ik moest even glimlachen toen ik deze
info las in een artikel van een columnist die gevraagd had mijn info over
omega 3 olie te mogen gebruiken. Hij had bij collega duivenartsen gevraagd
naar de mogelijkheid van mijn verhaal in de praktijk. De collega’s zagen
het dus niet zitten. Ik moest glimlachen. Want hier geldt weer onbekend
maakt onbemind. Honderden jaren geledenwerden mens ook verketterd als ze
zeiden dat de aarde rond was. Glimlachen is daarom, denk ik, het beste wat
ik in dit geval kan doen.
Overigens loopt het aantal vragen over de Barleans en de omega 3 vetzuren
de afgelopen maand in de honderden. Reden genoeg om op onze andere website
van de kliniek (www.dgkcentrum-beek.nl)
in de loop van 2006 een dossier aan te gaan leggen over omega 3 vetzuren,
om zo te komen tot een vraagbaak over deze bijzondere essentiële olie.
Het is tijd om
in deze kweekperiode een andere heilig huisje eens ter discussie te
stellen. En dat is het gebruik van de vitamines.
Vitamines. De algemene opmerking die
“de gevestigde orde” roept
is dat indien wij, mens en dier, goede voeding tot ons nemen de
behoefte aan vitamines goed gedekt wordt. Ik denk dat deze opmerking
correct is als we het jaar 1960 schrijven.
Maar als we in ons achterhoofd houden wat ik in de vorige nieuwsbrief
schreef dat we anno 2005 een scheve verhouding in de opname van omega 3
t.o.v. omega 6 hebben van 1 : 20/25 i.p.v. 1:1 zoals tijdens de evolutie
miljoenen jaren en tot 1900 ongeveer gebruikelijk was, dan is het niet
moeilijk voor te stellen dat de zekerheid dat we met ons huidige
voedingspatroon nog steeds alle vitamines in voldoende hoeveelheden
binnenkrijgen, niet meer absoluut is.
Als we weinig inspanningen hoeven te leveren, dat geldt ook voor onze
duiven, dan gaat alles wel goed. Maar ik schreef het al vaker. Duivensport
is heden ten dage topsport. En de ketting is zo sterk als de zwakste
schakel. Het is dus lang niet altijd zo dat als er een tekort ontstaat het
wel op de een of andere manier door het lichaam gecompenseerd wordt.
De machinerie die we gezondheid noemen, kan dan gaan haperen.
Bepaalde enzymsystemen kunnen slechter gaan werken, afhankelijk aan welk
vitamine er een tekort is ontstaan. Vitamines zijn nodig voor een goed
werkende stofwisseling, maar zeker ook voor een goed werkende afweer.
De hoeveelheden die als dagelijkse hoeveelheid worden geadviseerd zijn
doorgaans die hoeveelheden waarbij …onder normale omstandigheden..geen
tekorten ontstaan. Allereerst moeten we dus zien dat we die hoeveelheden
ook daadwerkelijk opnemen. Maar als er grotere inspanningen geleverd
moeten worden, of er is sprake van stress, ziekte of andere bedreigingen,
dan stijgt de behoefte meestal al snel.
Dan zijn de basishoeveelheden veelal onvoldoende en ontstaat er op zijn
minst een relatief tekort, waardoor allerlei compensatiemechanismen in
werking moeten treden om de machinerie draaiende te kunnen houden. Deze
compensatiemechanismen zijn doorgaans erg inefficiënt. Het gaat meestal
gepaard met grote energieverliezen. Men zou het kunnen vergelijken met
lange afstandslopers die te maken krijgen met een verzuring van de
spieren. De energie wordt dan op een inefficiënte manier geproduceerd. Er
wordt dan veel melkzuur gevormd in de spieren met allerlei gevolgen van
dien. De prestaties worden navenant. Die lopen heel snel terug.
Om deze reden kan men dus het beste zorgen voor een optimaal aanbod aan
vitamines om tekorten en relatieve tekorten voor te blijven. Dat dit met
enig beleid gedaan dient te worden spreekt
vanzelf. Op het moment dat de duiven op rust zitten zijn de behoeftes
totaal anders dan tijdens momenten van topsport tijdens de vluchten.
Maar naast bovenstaande reden om te zorgen voor voldoende aanbod van
vitamines is er ook een andere reden bijgekomen.
Vitamines zijn vaak stoffen met een anti-oxidanten werking. Alleen al om
die reden is een voldoende aanbod van vitaminen wenselijk.
In de huidige tijd worden mens en dier overspoeld met stoffen, straling en
gassen die van invloed zijn op het goed functioneren van het lichaam. We
zijn het er allemaal wel over eens dat de lucht in de bergen beter is dan
bijvoorbeeld in het Ruhrgebied. We worden weliswaar niet direct ziek van
de lucht in het Ruhrgebied, maar deze lucht vormt desondanks een belasting
voor ons lichaam en het lichaam van de dieren. Deze stoffen werken vaak
als zogenaamde vrije radicalen. Deze stoffen zijn in staat om in het
lichaam een zgn. Oxidatieve werking te hebben. Dat kan men vergelijken met
het roesten van het ijzer. Een proces wat ook door oxidatie komt.
In het lichaam heeft dat op diverse plaatsen continue plaats. En als deze
belasting maar hoog genoeg is, zijn de gevolgen voor het lichaam niet
misselijk.
Maar het lichaam wil zich te weer stellen tegen de werking van de vrije
radicalen. En dat is maar goed ook, dat het lichaam dit kan, anders zouden
de gevolgen voor het lichaam snel merkbaar zijn. Cellen die niet meer
functioneren kunnen, genetisch materiaal dat beschadigt raakt met mogelijk
kanker als gevolg, enz enz. Maar er worden in het lichaam beschermende
verbindingen gevormd die een anti-oxidanten werking hebben. Maar ook via
de voeding nemen we stoffen op met deze werking. Zo is vitamine C een
anti-oxidant, evenals Vitamine E. De meeste diersoorten met uitzondering
van cavia’s, apen en de mens, kunnen zelf vitamine C aanmaken. In geval
van stress, ziekte of andere bedreigingen gebeurt dat dus ook. Maar bij de
mens lukt dit dus niet. Wij zijn onder die omstandigheden afhankelijk van
de opname uit ons voedsel of uit voedingssupplementen. Zo is uit onderzoek
gebleken bij stewardessen van intercontinentale vluchten met betrekking
tot de uitscheiding van opgenomen vitamine C, dat dit op de grond reeds
bij een inname van ca. 3 gram per dag werd uitgeplast. Maar tijdens de
intercontinentale vluchten bleek deze uitscheiding pas plaats te vinden
bij een inname van 15-18 gram. Dit gigantische verschil wordt verklaard
door de hogere dosis straling die het lichaam op die grote hoogte treft,
maar ook de recirculatie van de gebruikte lucht en de stress van het werk.
Een ander voorbeeld dat we allemaal kennen zijn de zonaanbidders en –
bidsters. Vele daarvan roken. De straling van de zon, maar ook de
sigaretten doen de behoefte aan vitamine C als vrije radicalenvanger sterk
toenemen. Is er te weinig vitamine C aanwezig in het lichaam om direct te
kunnen worden benut, dan probeert het lichaam de reserves in het
bindweefsel te benutten. Vitamine C heeft echter ook een functie in het
soepel houden van dat bindweefsel. Verdwijnt het uit het bindweefsel dan
krijgt het bindweefsel het aspect van een tuinslang die te lang in de zon
heeft gelegen. Hard en stug. En dat is wat er dan ook met het bindweefsel
gebeurt. En de huid krijgt dan een rimpelig en stug uiterlijk. We zullen
best wel notoire zonaanbidders, - sters kennen in onze omgeving. Welnu.
Deze zouden er dus goed aan doen om extra vitamine C te slikken, zeker als
ze daarbij ook nog roken.
Terug naar de duiven.
Dat er dus omstandigheden zijn die vragen om een ruime
voorziening van anti-oxidanten moge duidelijk zijn. Deze situatie kan zich
bij onze duiven ook voordoen. De stress van het transport, de grote
inspanningen die geleverd moeten worden kunnen dan ook veel van de
reserves vragen. Onder die omstandigheden gaat de opmerking dat met goed
voer altijd voldoende vitamines opgenomen kunnen worden, naar mijn
stellige overtuiging niet op.
Pleit ik daarom voor een lukraak gebruik van vitamines?
Nee, natuurlijk niet. Ik wil hier enkel en alleen een kritisch geluid
laten horen bij de opmerking dat er in geval van goede voeding geen tekort
aan vitamines kan optreden.
De fout die gemaakt wordt hierbij is namelijk dat het uitgangspunt van de
lieden die dit stellen foutief is. Ik ben het namelijk met ze eens dat in
rust de opname via het voer gedekt is. En in een aantal gevallen tijdens
inspanning ook. Maar ik wil slechts aangeven dat het bij zware inspanning
verstandig is om de mogelijkheid van een tekort of relatief tekort uit te
sluiten.
Als men voorzichtig is met de zogenaamde vetoplosbare vitamines (Vitamine
A,D3,E en K) dan is het risico van overdosering aan vitamines nagenoeg te
verwaarlozen. Maar de extra hoeveelheid vitamines die in het lichaam
aanwezig zijn als reserve kunnen dan wel mooi helpen als vrije
radicalenvangers.
Preventieve gezondheidszorg zou ik dat willen noemen.
Rest mij een iedereen namens ons team een gezond en
voorspoedig 2006 toe te wensen.
|