Dr. aan het woord door: Dierenarts Peter Boskamp
© Dierenarts P. Boskamp
Het is verboden bovenstaande artikelen te vermenigvuldigen en te verspreiden. 
Ook zal opgetreden worden als zonder toestemming de artikelen of gedeelten 
daarvan op een andere wijze gepubliceerd worden

Deel 24:  Nieuwsbrief Duif Januari 2006

Antioxidanten

Flauwekul en fabels!!!. Ik moest even glimlachen toen ik deze info las in een artikel van een columnist die gevraagd had mijn info over omega 3 olie te mogen gebruiken. Hij had bij collega duivenartsen gevraagd naar de mogelijkheid van mijn verhaal in de praktijk. De collega’s zagen het dus niet zitten. Ik moest glimlachen. Want hier geldt weer onbekend maakt onbemind. Honderden jaren geledenwerden mens ook verketterd als ze zeiden dat de aarde rond was. Glimlachen is daarom, denk ik, het beste wat ik in dit geval kan doen.
Overigens loopt het aantal vragen over de Barleans en de omega 3 vetzuren de afgelopen maand in de honderden. Reden genoeg om op onze andere website van de kliniek (www.dgkcentrum-beek.nl) in de loop van 2006 een dossier aan te gaan leggen over omega 3 vetzuren, om zo te komen tot een vraagbaak over deze bijzondere essentiële olie. 

Het  is tijd om in deze kweekperiode een andere heilig huisje eens ter discussie te stellen. En dat is het gebruik van de vitamines.
Vitamines. De algemene opmerking die  “de gevestigde orde” roept  is dat indien wij, mens en dier, goede voeding tot ons nemen de behoefte aan vitamines goed gedekt wordt. Ik denk dat deze opmerking correct is als we het jaar 1960 schrijven.
Maar als we in ons achterhoofd houden wat ik in de vorige nieuwsbrief schreef dat we anno 2005 een scheve verhouding in de opname van omega 3 t.o.v. omega 6 hebben van 1 : 20/25 i.p.v. 1:1 zoals tijdens de evolutie miljoenen jaren en tot 1900 ongeveer gebruikelijk was, dan is het niet moeilijk voor te stellen dat de zekerheid dat we met ons huidige voedingspatroon nog steeds alle vitamines in voldoende hoeveelheden binnenkrijgen, niet meer absoluut is.
Als we weinig inspanningen hoeven te leveren, dat geldt ook voor onze duiven, dan gaat alles wel goed. Maar ik schreef het al vaker. Duivensport is heden ten dage topsport. En de ketting is zo sterk als de zwakste schakel. Het is dus lang niet altijd zo dat als er een tekort ontstaat het wel op de een of andere manier door het lichaam gecompenseerd wordt.
De machinerie die we gezondheid noemen, kan dan gaan haperen.
Bepaalde enzymsystemen kunnen slechter gaan werken, afhankelijk aan welk vitamine er een tekort is ontstaan. Vitamines zijn nodig voor een goed werkende stofwisseling, maar zeker ook voor een goed werkende afweer.
De hoeveelheden die als dagelijkse hoeveelheid worden geadviseerd zijn doorgaans die hoeveelheden waarbij …onder normale omstandigheden..geen tekorten ontstaan. Allereerst moeten we dus zien dat we die hoeveelheden ook daadwerkelijk opnemen. Maar als er grotere inspanningen geleverd moeten worden, of er is sprake van stress, ziekte of andere bedreigingen, dan stijgt de behoefte meestal al snel.
Dan zijn de basishoeveelheden veelal onvoldoende en ontstaat er op zijn minst een relatief tekort, waardoor allerlei compensatiemechanismen in werking moeten treden om de machinerie draaiende te kunnen houden. Deze compensatiemechanismen zijn doorgaans erg inefficiënt. Het gaat meestal gepaard met grote energieverliezen. Men zou het kunnen vergelijken met lange afstandslopers die te maken krijgen met een verzuring van de spieren. De energie wordt dan op een inefficiënte manier geproduceerd. Er wordt dan veel melkzuur gevormd in de spieren met allerlei gevolgen van dien. De prestaties worden navenant. Die lopen heel snel terug.
Om deze reden kan men dus het beste zorgen voor een optimaal aanbod aan vitamines om tekorten en relatieve tekorten voor te blijven. Dat dit met enig beleid gedaan dient te worden  spreekt vanzelf. Op het moment dat de duiven op rust zitten zijn de behoeftes totaal anders dan tijdens momenten van topsport tijdens de vluchten.
Maar naast bovenstaande reden om te zorgen voor voldoende aanbod van vitamines is er ook een andere reden bijgekomen.
Vitamines zijn vaak stoffen met een anti-oxidanten werking. Alleen al om die reden is een voldoende aanbod van vitaminen wenselijk.
In de huidige tijd worden mens en dier overspoeld met stoffen, straling en gassen die van invloed zijn op het goed functioneren van het lichaam. We zijn het er allemaal wel over eens dat de lucht in de bergen beter is dan bijvoorbeeld in het Ruhrgebied. We worden weliswaar niet direct ziek van de lucht in het Ruhrgebied, maar deze lucht vormt desondanks een belasting voor ons lichaam en het lichaam van de dieren. Deze stoffen werken vaak als zogenaamde vrije radicalen. Deze stoffen zijn in staat om in het lichaam een zgn. Oxidatieve werking te hebben. Dat kan men vergelijken met het roesten van het ijzer. Een proces wat ook door oxidatie komt.
In het lichaam heeft dat op diverse plaatsen continue plaats. En als deze belasting maar hoog genoeg is, zijn de gevolgen voor het lichaam niet misselijk.
Maar het lichaam wil zich te weer stellen tegen de werking van de vrije radicalen. En dat is maar goed ook, dat het lichaam dit kan, anders zouden de gevolgen voor het lichaam snel merkbaar zijn. Cellen die niet meer functioneren kunnen, genetisch materiaal dat beschadigt raakt met mogelijk kanker als gevolg, enz enz. Maar er worden in het lichaam beschermende verbindingen gevormd die een anti-oxidanten werking hebben. Maar ook via de voeding nemen we stoffen op met deze werking. Zo is vitamine C een anti-oxidant, evenals Vitamine E. De meeste diersoorten met uitzondering van cavia’s, apen en de mens, kunnen zelf vitamine C aanmaken. In geval van stress, ziekte of andere bedreigingen gebeurt dat dus ook. Maar bij de mens lukt dit dus niet. Wij zijn onder die omstandigheden afhankelijk van de opname uit ons voedsel of uit voedingssupplementen. Zo is uit onderzoek gebleken bij stewardessen van intercontinentale vluchten met betrekking tot de uitscheiding van opgenomen vitamine C, dat dit op de grond reeds bij een inname van ca. 3 gram per dag werd uitgeplast. Maar tijdens de intercontinentale vluchten bleek deze uitscheiding pas plaats te vinden bij een inname van 15-18 gram. Dit gigantische verschil wordt verklaard door de hogere dosis straling die het lichaam op die grote hoogte treft, maar ook de recirculatie van de gebruikte lucht en de stress van het werk.
Een ander voorbeeld dat we allemaal kennen zijn de zonaanbidders en – bidsters. Vele daarvan roken. De straling van de zon, maar ook de sigaretten doen de behoefte aan vitamine C als vrije radicalenvanger sterk toenemen. Is er te weinig vitamine C aanwezig in het lichaam om direct te kunnen worden benut, dan probeert het lichaam de reserves in het bindweefsel te benutten. Vitamine C heeft echter ook een functie in het soepel houden van dat bindweefsel. Verdwijnt het uit het bindweefsel dan krijgt het bindweefsel het aspect van een tuinslang die te lang in de zon heeft gelegen. Hard en stug. En dat is wat er dan ook met het bindweefsel gebeurt. En de huid krijgt dan een rimpelig en stug uiterlijk. We zullen best wel notoire zonaanbidders, - sters kennen in onze omgeving. Welnu. Deze zouden er dus goed aan doen om extra vitamine C te slikken, zeker als ze daarbij ook nog roken.

Terug naar de duiven.

Dat er dus omstandigheden zijn die vragen om een ruime voorziening van anti-oxidanten moge duidelijk zijn. Deze situatie kan zich bij onze duiven ook voordoen. De stress van het transport, de grote inspanningen die geleverd moeten worden kunnen dan ook veel van de reserves vragen. Onder die omstandigheden gaat de opmerking dat met goed voer altijd voldoende vitamines opgenomen kunnen worden, naar mijn stellige overtuiging niet op.
Pleit ik daarom voor een lukraak gebruik van vitamines? 
Nee, natuurlijk niet. Ik wil hier enkel en alleen een kritisch geluid laten horen bij de opmerking dat er in geval van goede voeding geen tekort aan vitamines kan optreden.
De fout die gemaakt wordt hierbij is namelijk dat het uitgangspunt van de lieden die dit stellen foutief is. Ik ben het namelijk met ze eens dat in rust de opname via het voer gedekt is. En in een aantal gevallen tijdens inspanning ook. Maar ik wil slechts aangeven dat het bij zware inspanning verstandig is om de mogelijkheid van een tekort of relatief tekort uit te sluiten.
Als men voorzichtig is met de zogenaamde vetoplosbare vitamines (Vitamine A,D3,E en K) dan is het risico van overdosering aan vitamines nagenoeg te verwaarlozen. Maar de extra hoeveelheid vitamines die in het lichaam aanwezig zijn als reserve kunnen dan wel mooi helpen als vrije radicalenvangers.
Preventieve gezondheidszorg zou ik dat willen noemen.
 

Rest mij een iedereen namens ons team een gezond en voorspoedig 2006 toe te wensen.

Peter Boskamp
dgkcentrum@planet.nl

Terug naar Dr. aan het woord
Terug naar Duiven.net

Een site van ADVIDU, Utrecht