Deel 29: Nieuwsbrief Duif juni 2006 "Veel
gestelde vragen"
Deel 2
De beantwoording van veel voorkomende vragen
in de nieuwbrief van vorige maand leverde een aantal leuke reacties op.
Reden om enkele vaker gestelde vragen van deze maand onder de aandacht te
brengen.
1.Paratyfus.
Een liefhebber had in het najaar zijn
duiven gekuurd tegen paratyfus. Daarna waren ze (door een dierenarts? ) er
ook nog “tegen gespoten”. Navraag bracht geen duidelijkheid of het een
enting betrof dan wel dat met een antibioticum gespoten was. Dit laatste
is evenwel onwaarschijnlijk omdat een eenmalige injectie met een
antibioticum tegen paratyfus weinig zin heeft.
In het voorjaar kregen de duiven plotseling klachten. Er vielen doden. De
dierenarts opnieuw geconsulteerd. Deze nam bloed af en liet dit
onderzoeken op de aanwezigheid van antistoffen tegen paratyfus.
Dat deze na een vaccinatie zeer duidelijk aanwezig zullen zijn is
natuurlijk zonneklaar. Maar toch werd op de positieve uitslag de diagnose
paratyfus gesteld met het advies om de dieren met de hoogste titers op te
ruimen omdat deze de dragers zouden zijn.
Ik hoop dat deze liefhebber dit advies niet heeft opgevolgd!!
Want hoe zit het nu met de praratyfus?
Zoals bekend is de Salmonella bacterie die de paratyfus bij duiven
veroorzaakt een hardnekkig kreng dat zich moeilijk laat bestrijden. Het
grootste probleem zit in de zogenaamde gezonde dragers. Dit zijn duiven
die zelf nergens last van hoeven te hebben maar wel met een zekere
regelmaat paratyfus bacteriën met de mest uitscheiden. Willen we deze
dragers opsporen dan dienen we verzamelmest van minimaal vijf dagen op de
aanwezigheid van deze bacterie te controleren.
Er wordt bloedonderzoek uitgevoerd om besmettingen met paratyfus vast te
stellen. Positieve titers zouden dan wijzen op een besmetting en
dragerschap. Maar dat hoeft niet persé. Een positieve titer zegt dat de
duif een besmetting heeft gehad met de salmonella bacterie. Het kan
evenwel dat de bacterie zich niet permanent in de duif nestelt en derhalve
hoeft de duif geen drager te zijn. Er is echter een algemene “regel”
ontstaan dat “veiligheidshalve” er maar van uit wordt gegaan dat dit
wel het geval is. Om deze reden wordt dan vaak het advies gegeven deze
duiven daarom op te ruimen.
Mijns inziens is dit niet altijd nodig. Een goede bestrijding van een
paratyfusprobleem dient altijd in goed overleg plaats te vinden waarbij de
maatregelen genomen worden die voor een specifiek hok de juiste zijn.
Als duiven ooit gevaccineerd zijn tegen
paratyfus is bloedonderzoek al helemaal uit den boze. Immers er worden dan
altijd antistoffen gevonden als de enting goed is aangeslagen. Het advies
om in die gevallen aan te raden de dieren met een hoge (vaccinatie)titer
op te ruimen is totaal belachelijk en gespeend van kennis van de ziekte.
Duiven van het hok verwijderen waarbij in
de mest de bacterie wordt aangetoond kan wel een zinvol advies zijn
ingeval het duiven betreft die drager zijn van deze bacterie. Op deze
manier kan men de infectiedruk op een hok verlagen.
De waarde van het geven van een kuur in het
najaar tegen de paratyfus wordt doorgaans ook overschat. Men moet namelijk
niet denken dat we op deze manier de ziekte kunnen uitroeien. Dragers van
de bacterie laten zich op deze manier NIET genezen. Wat we bereiken is dat
de infectiedruk in geval van een hokbesmetting gedurende een tot twee
maanden afneemt omdat tijdelijk de uitscheiding van deze bacterie in de
omgeving wordt onderdrukt. Met de nadruk op tijdelijk. Dragers gaan na
enkele maanden weer vrolijk opnieuw de bacterie in de omgeving
verspreiden.
Is een besmetting met paratyfus vastgesteld
en kunnen de dragers niet opgespoord worden, dan is het verstandig om te
kuren met een goed middel. Daarna dient men de duiven te vaccineren. Op
deze manier kan men de uitscheiding van de bacterie in de omgeving sterk
terugdringen gedurende ruim een half jaar waardoor de kans op nieuwe
dragers afneemt. Als men dan zo verstandig is gedurende langere tijd twee
maal per jaar te vaccineren kan men op de langere termijn de ziekte onder
controle krijgen.
Maar laat U nooit en te nimmer adviseren om
gevaccineerde dieren op grond van een bloedonderzoek te ruimen omdat ze
drager van de bacterie zouden zijn.
2. Luchtzakruptuur
Met enige regelmaat komt er een liefhebber
op het spreekuur met een “Michelin-duifje”U kent ze wel die duiven met
een dikke nek of soms zelfs een heel dik lijf. De oorzaak is een
luchtzakscheuring. De lucht komt zo onder de huid te zitten en kan de
oorzaak zijn van behoorlijk opzwellen van de patiënt.
Vaak wordt gevraagd of ik de lucht eruit kan zuigen met een injectiespuit.
Deze behandeling brengt echter zelden of nooit het gewenste resultaat.
De beste benadering van deze duiven is de dieren gedurende een veertiental
dagen klein op te sluiten zodat ze zich niet kunnen opwinden. Door
gedwongen rust kunnen de vliezen van de luchtzak weer met elkaar verkleven
zodat er genezing kan volgen.
Wel dient in de gaten gehouden te worden dat de dieren nog kunnen eten. Zo
niet dan dient dwangvoedering plaats te vinden.
Laat men de duif tussen de andere zitten dan is de kans op herstel kleiner
omdat de dieren zich vaak blijven opminden.
3. Dikke koppen
“Dokter mijn duiven hebben dikke
koppen.” Vaak krijg ik daarbij te horen welke medicijnen allemaal al
gebruikt zijn zonder resultaat.
Bij onderzoek blijken deze duiven vaak taai snot in de neuzen te hebben,
al dan niet met een gevoelige luchtpijp.
Natuurlijk moeten deze duiven gecontroleerd worden op de aanwezigheid van
het Geel. Maar zeker zo belangrijk is de controle van de luchtpijp en de
neuzen van de duiven. En verder de aanwezigheid van slijm in de kelen.
Veel van deze klachten kennen diverse
oorzaken. Het is een uiting van het Ornithose-complex. Dus een middel dat
in al deze gevallen helpt bestaat dus eigenlijk ook niet.
De keuze van het te gebruiken medicament hangt in deze gevallen af van de
bevindingen bij het onderzoek. Zo zal een irritatie van de luchtpijp in
veel gevallen aanleiding zijn te kiezen voor een medicament dat o.a.
doxycycline bevat. Maar in deze gevallen dient men niet te volstaan met
een antibioticum. Net zo belangrijk en misschien nog wel belangrijker is
de irritatie aan de luchtpijp zelf te bestrijden.
Zijn het vooral “de koppen” die de problemen veroorzaken dan is de
aanpak geheel anders doorgaans. Dan moeten we zien dat het snot als dit
ingedroogd is op kan lossen en verdwijnt. In dit soort gevallen wordt als
ondersteunend medicament vaak gekozen voor een middel dat Suanovil bevat
Zit er overwegend slijm in de kelen dan
richt de behandeling zich vooral op de verwijdering van dit slijm. Soms
veiligheidshalve ondersteund met een middel dat de streptococcenpopulatie
terugdringt.
Soms geeft de eigenaar aan al een heel
scala van medicamenten gebruikt te hebben…U kent ze wel: WN,
Ornispeciaal, Ornicure, Poeder zus of zo en ten einde raad dan ook nog
maar eens baytril. Het resultaat meestal rampzalig: duiven die droog, en
slap aanvoelen met blauw vlees. Wonderen kunnen dan op korte termijn
zelden verricht worden. De basisweerstand dient dan eerst op peil gebracht
te worden met vitamines, omega 3 olie en Boni-SGR. Als de duiven dan weer
de draad opnemen kunnen ze ook op medicamenten goed reageren. In dit soort
gevallen doe ik meestal onderzoek naar de werkzaamheid van te gebruiken
medicamenten. Vaak hebben de duiven van deze liefhebbers te maken met een
meervoudig resistentieprobleem. Veel middelen werken dan niet meer of
onvoldoende.
Een goed beleid in gebruik van medicamenten is in dit soort gevallen
dringend gewenst.
4 .Omega 3, Pigeonexpress of Barleans
“Dokter U schrijft in uw nieuwsbrieven
over Barleans en nu heeft U op de balie de Pigeonexpress in de aanbieding.
Welke is nu beter? “
Waar het in dit soort gevallen gewoon om gaat is dat er omega 3 verstrekt
wordt.
Zoals eerder geschreven is deze olie goed voor het geheugen en
ondersteuning van de afweer, zeker in geval van virale infecties.
Barleans heb ik als een van de eerste onderzocht, ik gebruik het zelf en
met mij een hele schare vrienden en kennissen. Gewoon goed spul. Simpel
zat.
Maar ook Pigeonexpress bevat omega 3 olie. Alleen uit een andere plant.
Maar dat maakt dit product niet minder daardoor. Pigeonexpress bevat naast
omega 3 olie ook nog vitamines en dat is ook mooi meegenomen.
Er zijn genoeg liefhebbers die dik tevreden zijn over Pigeonexpress.
Anderen geven aan beter te varen met Barleans.
Wat ik over beide producten terug hoor van gebruikers is dat ze bijdragen
aan het in vorm komen van de duiven.
In combinatie met Boni-SGR is het effect nog beter.
Heeft U nog specifiek medische onderwerpen waar U iets over wilt weten dan
kunt U dit altijd kenbaar maken.
|