Dr. aan het woord door: Dierenarts Peter Boskamp
© Dierenarts P. Boskamp
Het is verboden onderstaande artikelen te vermenigvuldigen en te verspreiden. 
Ook zal opgetreden worden als zonder toestemming de artikelen of gedeelten 
daarvan op een andere wijze gepubliceerd worden

Deel 29:  Nieuwsbrief Duif juni 2006 "Veel gestelde vragen" Deel 2


De beantwoording van veel voorkomende vragen in de nieuwbrief van vorige maand leverde een aantal leuke reacties op. Reden om enkele vaker gestelde vragen van deze maand onder de aandacht te brengen.

1.Paratyfus.

Een liefhebber had in het najaar zijn duiven gekuurd tegen paratyfus. Daarna waren ze (door een dierenarts? ) er ook nog “tegen gespoten”. Navraag bracht geen duidelijkheid of het een enting betrof dan wel dat met een antibioticum gespoten was. Dit laatste is evenwel onwaarschijnlijk omdat een eenmalige injectie met een antibioticum tegen paratyfus weinig zin heeft.
In het voorjaar kregen de duiven plotseling klachten. Er vielen doden. De dierenarts opnieuw geconsulteerd. Deze nam bloed af en liet dit onderzoeken op de aanwezigheid van antistoffen tegen paratyfus.
Dat deze na een vaccinatie zeer duidelijk aanwezig zullen zijn is natuurlijk zonneklaar. Maar toch werd op de positieve uitslag de diagnose paratyfus gesteld met het advies om de dieren met de hoogste titers op te ruimen omdat deze de dragers zouden zijn.
Ik hoop dat deze liefhebber dit advies niet heeft opgevolgd!!

Want hoe zit het nu met de praratyfus? Zoals bekend is de Salmonella bacterie die de paratyfus bij duiven veroorzaakt een hardnekkig kreng dat zich moeilijk laat bestrijden. Het grootste probleem zit in de zogenaamde gezonde dragers. Dit zijn duiven die zelf nergens last van hoeven te hebben maar wel met een zekere regelmaat paratyfus bacteriën met de mest uitscheiden. Willen we deze dragers opsporen dan dienen we verzamelmest van minimaal vijf dagen op de aanwezigheid van deze bacterie te controleren.
Er wordt bloedonderzoek uitgevoerd om besmettingen met paratyfus vast te stellen. Positieve titers zouden dan wijzen op een besmetting en dragerschap. Maar dat hoeft niet persé. Een positieve titer zegt dat de duif een besmetting heeft gehad met de salmonella bacterie. Het kan evenwel dat de bacterie zich niet permanent in de duif nestelt en derhalve hoeft de duif geen drager te zijn. Er is echter een algemene “regel” ontstaan dat “veiligheidshalve” er maar van uit wordt gegaan dat dit wel het geval is. Om deze reden wordt dan vaak het advies gegeven deze duiven daarom op te ruimen.
Mijns inziens is dit niet altijd nodig. Een goede bestrijding van een paratyfusprobleem dient altijd in goed overleg plaats te vinden waarbij de maatregelen genomen worden die voor een specifiek hok de juiste zijn.

Als duiven ooit gevaccineerd zijn tegen paratyfus is bloedonderzoek al helemaal uit den boze. Immers er worden dan altijd antistoffen gevonden als de enting goed is aangeslagen. Het advies om in die gevallen aan te raden de dieren met een hoge (vaccinatie)titer op te ruimen is totaal belachelijk en gespeend van kennis van de ziekte.

Duiven van het hok verwijderen waarbij in de mest de bacterie wordt aangetoond kan wel een zinvol advies zijn ingeval het duiven betreft die drager zijn van deze bacterie. Op deze manier kan men de infectiedruk op een hok verlagen.

De waarde van het geven van een kuur in het najaar tegen de paratyfus wordt doorgaans ook overschat. Men moet namelijk niet denken dat we op deze manier de ziekte kunnen uitroeien. Dragers van de bacterie laten zich op deze manier NIET genezen. Wat we bereiken is dat de infectiedruk in geval van een hokbesmetting gedurende een tot twee maanden afneemt omdat tijdelijk de uitscheiding van deze bacterie in de omgeving wordt onderdrukt. Met de nadruk op tijdelijk. Dragers gaan na enkele maanden weer vrolijk opnieuw de bacterie in de omgeving verspreiden.

Is een besmetting met paratyfus vastgesteld en kunnen de dragers niet opgespoord worden, dan is het verstandig om te kuren met een goed middel. Daarna dient men de duiven te vaccineren. Op deze manier kan men de uitscheiding van de bacterie in de omgeving sterk terugdringen gedurende ruim een half jaar waardoor de kans op nieuwe dragers afneemt. Als men dan zo verstandig is gedurende langere tijd twee maal per jaar te vaccineren kan men op de langere termijn de ziekte onder controle krijgen.

Maar laat U nooit en te nimmer adviseren om gevaccineerde dieren op grond van een bloedonderzoek te ruimen omdat ze drager van de bacterie zouden zijn.


2. Luchtzakruptuur

Met enige regelmaat komt er een liefhebber op het spreekuur met een “Michelin-duifje”U kent ze wel die duiven met een dikke nek of soms zelfs een heel dik lijf. De oorzaak is een luchtzakscheuring. De lucht komt zo onder de huid te zitten en kan de oorzaak zijn van behoorlijk opzwellen van de patiënt.
Vaak wordt gevraagd of ik de lucht eruit kan zuigen met een injectiespuit.
Deze behandeling brengt echter zelden of nooit het gewenste resultaat.
De beste benadering van deze duiven is de dieren gedurende een veertiental dagen klein op te sluiten zodat ze zich niet kunnen opwinden. Door gedwongen rust kunnen de vliezen van de luchtzak weer met elkaar verkleven zodat er genezing kan volgen.
Wel dient in de gaten gehouden te worden dat de dieren nog kunnen eten. Zo niet dan dient dwangvoedering plaats te vinden.
Laat men de duif tussen de andere zitten dan is de kans op herstel kleiner omdat de dieren zich vaak blijven opminden.

3. Dikke koppen

“Dokter mijn duiven hebben dikke koppen.” Vaak krijg ik daarbij te horen welke medicijnen allemaal al gebruikt zijn zonder resultaat.
Bij onderzoek blijken deze duiven vaak taai snot in de neuzen te hebben, al dan niet met een gevoelige luchtpijp.
Natuurlijk moeten deze duiven gecontroleerd worden op de aanwezigheid van het Geel. Maar zeker zo belangrijk is de controle van de luchtpijp en de neuzen van de duiven. En verder de aanwezigheid van slijm in de kelen.

Veel van deze klachten kennen diverse oorzaken. Het is een uiting van het Ornithose-complex. Dus een middel dat in al deze gevallen helpt bestaat dus eigenlijk ook niet.
De keuze van het te gebruiken medicament hangt in deze gevallen af van de bevindingen bij het onderzoek. Zo zal een irritatie van de luchtpijp in veel gevallen aanleiding zijn te kiezen voor een medicament dat o.a. doxycycline bevat. Maar in deze gevallen dient men niet te volstaan met een antibioticum. Net zo belangrijk en misschien nog wel belangrijker is de irritatie aan de luchtpijp zelf te bestrijden.
Zijn het vooral “de koppen” die de problemen veroorzaken dan is de aanpak geheel anders doorgaans. Dan moeten we zien dat het snot als dit ingedroogd is op kan lossen en verdwijnt. In dit soort gevallen wordt als ondersteunend medicament vaak gekozen voor een middel dat Suanovil bevat

Zit er overwegend slijm in de kelen dan richt de behandeling zich vooral op de verwijdering van dit slijm. Soms veiligheidshalve ondersteund met een middel dat de streptococcenpopulatie terugdringt.

Soms geeft de eigenaar aan al een heel scala van medicamenten gebruikt te hebben…U kent ze wel: WN, Ornispeciaal, Ornicure, Poeder zus of zo en ten einde raad dan ook nog maar eens baytril. Het resultaat meestal rampzalig: duiven die droog, en slap aanvoelen met blauw vlees. Wonderen kunnen dan op korte termijn zelden verricht worden. De basisweerstand dient dan eerst op peil gebracht te worden met vitamines, omega 3 olie en Boni-SGR. Als de duiven dan weer de draad opnemen kunnen ze ook op medicamenten goed reageren. In dit soort gevallen doe ik meestal onderzoek naar de werkzaamheid van te gebruiken medicamenten. Vaak hebben de duiven van deze liefhebbers te maken met een meervoudig resistentieprobleem. Veel middelen werken dan niet meer of onvoldoende.
Een goed beleid in gebruik van medicamenten is in dit soort gevallen dringend gewenst.

4 .Omega 3, Pigeonexpress of Barleans

“Dokter U schrijft in uw nieuwsbrieven over Barleans en nu heeft U op de balie de Pigeonexpress in de aanbieding. Welke is nu beter? “
Waar het in dit soort gevallen gewoon om gaat is dat er omega 3 verstrekt wordt.
Zoals eerder geschreven is deze olie goed voor het geheugen en ondersteuning van de afweer, zeker in geval van virale infecties.
Barleans heb ik als een van de eerste onderzocht, ik gebruik het zelf en met mij een hele schare vrienden en kennissen. Gewoon goed spul. Simpel zat.
Maar ook Pigeonexpress bevat omega 3 olie. Alleen uit een andere plant. Maar dat maakt dit product niet minder daardoor. Pigeonexpress bevat naast omega 3 olie ook nog vitamines en dat is ook mooi meegenomen.
Er zijn genoeg liefhebbers die dik tevreden zijn over Pigeonexpress. Anderen geven aan beter te varen met Barleans.
Wat ik over beide producten terug hoor van gebruikers is dat ze bijdragen aan het in vorm komen van de duiven.
In combinatie met Boni-SGR is het effect nog beter.


Heeft U nog specifiek medische onderwerpen waar U iets over wilt weten dan kunt U dit altijd kenbaar maken.

Peter Boskamp
dgkcentrum@planet.nl

Terug naar Dr. aan het woord
Terug naar Duiven.net

Een site van ADVIDU, Utrecht