Deel 35: Nieuwsbrief
Duif augustus 2007
Dierenarts Peter Boskamp
Julianalaan 7a
6191 AL Beek
Tel: 0031 46 4371885
Circo
virus
In het boek “terug naar de basis” heb ik een
hoofdstukje gewijd aan het Circovirus bij duiven. Maar ik merk in de
praktijk dat deze virusinfectie voor veel liefhebbers toch nog steeds een
grote onbekende is. Ten onrechte want dit virus zou wel eens heel goed de
wegbereider kunnen zijn voor andere infecties, die onder de duiven
huishouden, waaronder andere virussen, bacteriën en protozoën.
Ontplofte
kruitkamer
Sedert het onderzoek van
de firma Fort Dodge is
het duidelijk dat het Circo-virus wijd verspreid is onder de jonge duiven.
Het virus tast bij jonge duiven met name de zgn. Bursa van Fabricius aan.
Dit is een klein orgaantje dat in de buurt van de cloaca van de duif zit.
We zouden dit orgaantje kunnen vergelijken met een ouderwetse kruitkamer.
Dus de ruimte waarin al het kruit verzameld ligt voordat het verdeeld gaat
worden. De Bursa van Fabricius is dan ook het orgaan van waaruit de andere
afweerorganen worden bevoorraad met afweercellen. In de eerste maanden van
het leven van een duif is het een uiterst belangrijk orgaan.
Het is ook in deze eerste, pakweg, vier maanden dat de jonge duiven het
gevoeligst zijn voor de besmetting met dit virus. Ze kunnen voorkomen tot
een leeftijd van ca. een jaar.
De infectie kunnen in ieder jaargetijde optreden in tegenstelling tot
bijvoorbeeld infecties met het Adenovirus die we vooral in het voorjaar en
begin van de zomer zien.
Er moet nog heel veel onderzoek verricht worden
naar de manier waarop dit virus zich onder de duiven verspreid. Gelet op
de verspreiding onder de jonge duiven en de gevolgen die dit heeft voor de
gezondheid, is het te hopen dat dit snel gaat gebeuren, zodat er ook snel
een vaccin tegen dit virus ontwikkeld kan worden.
De besmetting kan via het ei verlopen, maar ook va de uitwerpselen.
Aangenomen wordt dat het virus kan overleven in de ademhalingsorganen van
oude duiven. Op die manier kan een duivenhok dan ook besmet
blijven.
Het virus heeft men weten aan te tonen in diverse organen van de duif.
Behalve in de Bursa van Fabricius ook in de lever, nieren, hersenen en
zwezerik, krop en darm. Deze organen vertoonden bij histologisch onderzoek
(waarbij coupes van het weefsel gesneden worden die onder de microscoop
bekeken kunnen worden) geen afwijkingen. De gevolgen van de infectie zijn
dan ook niet direct gelegen in de afwijkingen van de organen die aangetast
worden, maar juist in de aantasting van het afweerapparaat waardoor de
weerstand tegen infecties afneemt (immunosuppressie).
Het is goed voor te stellen dat de gevolgen van
de infectie groter zullen zijn indien de duiven jonger zijn. Immers bij de
jonge duiven is het afweerapparaat nog niet vol tot ontwikkeling gekomen.
Als er dan een aantasting van de Bursa van Fabricius optreedt zullen de
gevolgen hiervan groter zijn naarmate de ontwikkeling van het afweerorgaan
nog moet plaatsvinden. Vergelijk het met een ontploffing van de eerder
genoemde kruitkamer. Naarmate er nog geen kruit naar andere plaatsen is
gebracht zullen de gevolgen van de ontploffing van de kruitkamer, voor de
mogelijke te weerstelling tegen vijandelijke indringers groter zijn.
Als het kruit (en lees in dit verband de afweercellen) in meerdere
mate verplaatst is naar andere plaatsen (andere afweerorganen) zullen de
gevolgen van een aanslag op de kruitkamer geringer worden.
Dus naarmate de jonge duifjes ouder worden voordat ze aangevallen worden
door het virus, des te meer kans maken ze om deze infectie te overleven.
Zijn de duiven besmet met dit virus dan is de
reactie van het afweerorgaan op indringers onder de maat. Kleine infecties
waar het afweerorgaan onder normale omstandigheden om kon lachen kunnen nu
levensbedreigend worden.
Een mooi voorbeeld in dit verband is de paramyxo-enting. Gebleken
is dat duiven die gevaccineerd worden voordat ze met het circo-virus te
maken krijgen een normale afweerreactie tegen dit paramyxo-virus kunnen
opbouwen. Deze duiven zullen bij een veldbesmetting met een “wild”
virus niet ziek worden. Duiven die echter besmet zijn met dit Circo-virus
voordat ze gevaccineerd worden kunnen geen goede afweerrespons geven op
het vaccin en in mindere mate of niet beschermd zijn tegen het veldvirus.
We zien in de kliniek dan ook steeds vaker duiven die verschijnselen van
een paramyxobesmetting vertonen ook al zijn ze goed gevaccineerd met de
juiste entstof op de juiste manier.
Reden dus om te adviseren de duiven op jonge leeftijd tegen paramyxo in te
enten.
Zoals uit bovenstaand voorbeeld met het
paramyxovaccin duidelijk zal worden is het voor duiven die besmet zijn met
het Circo-virus in meerdere of mindere mate onmogelijk om zich te weer te
stellen tegen indringers.
Het blijkt in de praktijk dan ook dat andere infecties, die jaren geleden
weinig problemen veroorzaakten, nu tot grote verliezen kunnen leiden onder
de jonge duiven.
Een voorbeeld hiervan is het Herpesvirus. Ruim 50% van de duiven heeft
afweerstoffen tegen deze ziekte in het bloed. Vroeger deden we deze
aandoening vaak af als “het vliesje” bij jonge duiven. Het had niet zo
veel om het lijf. De laatste jaren zien we echter steeds meer groepen
duiven die meer klinische klachten krijgen door de besmetting van het
Herpesvirus. Tijdens de vluchten kunnen dan plotseling meerdere jonge
duiven hun weg naar huis niet meer terugvinden.
Maar ook het Adenovirus dat tot voor enkele jaren min of meer via een vast
patroon verliep krijgt in een toenemende mate een grilliger verloop.
We vermoeden dan ook in de praktijk dat hier zeer goed wel eens het
Circo-virus achter zit die een goede afweerreactie van de duiven op deze
infecties moeilijker maakt.
We zien de gevolgen van de infectie van het Circo-virus dus kleiner worden
naarmate de duiven ouder worden en hun afweerorgaan krachtiger ontwikkeld
is.
We dienen er daarom voor te zorgen dat we er alles aan doen om de
ontwikkeling van het
afweerorgaan zoveel mogelijk ondersteunen en stimuleren. Immers tegen
virusinfecties zijn nagenoeg geen commercieel haalbare medicijnen
beschikbaar. Het accent moet daarom liggen op de preventie zolang er nog
geen vaccin tegen deze aandoening beschikbaar is.
Mede ook om die reden adviseren we bij jonge duiven een geregelde gift van
Bony-SGR om de ontwikkeling van de afweerorganen zo veel mogelijk te
ondersteunen.
Symptomen
Zoals eerder vermeld is het virus aangetoond in
histologisch normale weefsels. Dit betekent in de praktijk dat het virus
zelf weinig specifieke ziekteverschijnselen opwekt.
Bij jonge duiven tot circa 4 maanden kunnen soms symptomen voorkomen die
een gevolg kunnen zijn van een besmetting van het Circo-virus. Een aantal
van deze verschijnselen zijn, slecht willen vliegen, vermageren, diarree,
luchtwegproblemen. Maar we moeten ons goed realiseren dat dit geen
specifieke symptomen zijn voor deze ziekte. Immers we kunnen deze
symptomen ook waarnemen bij infecties met het Herpes- , Paramyxo- of
Adenovirus of bij bacteriële infecties zoals E. Coli en Salmonella en
vele andere infecties.
We moeten ons realiseren dat indien de respons op een ingestelde
behandeling van laatstgenoemde infecties matig is, het wel eens zo zou
kunnen zijn dat er een andere oorzaak achter zit, namelijk het Circo-virus.
We mogen het Circo-virus niet vergelijken met het
AIDS-virus. Maar de gevolgen van de infectie zijn wel hetzelfde. Immers de
besmetting met deze virussen zorgt ervoor dat het afweerapparaat lam
gelegd wordt. Andere infecties, schimmels, virussen, bacteriën, protozoën
enz. krijgen daardoor als het ware vrij spel om vernietigend uit te halen
in het lichaam van de duif.
De infecties met het Circo-virus zelf verlopen meestal subklinisch. Dus
veroorzaken weinig tot geen symptomen. Het virus zet alleen alle deuren
open voor andere infecties.
Diagnose:
De diagnose van een besmetting met het
circo-virus moet plaatsvinden middels het maken van coupes van het weefsel
van de Bursa van Fabricius. In deze coupes kunnen dan insluitlichaampjes
aangetroffen worden in afweercellen. Met name in zgn. Macrofagen. Verder
valt op dat er een tekort aan lymfocyten aanwezig is in de coupes.
Daarnaast is het mogelijk om met behulp van de PCR techniek
DNA materiaal van het virus in het bloed van jonge vogels aan te
tonen als de dieren deze infectie doormaken.
Het zal ook duidelijk zijn dat deze onderzoeken routinematig in de
praktijk niet worden gedaan. Er zijn niet alleen weinig labo’s die dit
onderzoek kunnen uitvoeren, maar ook de kosten van deze onderzoeken kunnen
aanzienlijk zijn.
Vaststellen van een besmetting met het
circo-virus brengt de eliminatie van het virus niet dichterbij. Immers er
zijn geen medicijnen tegen en er is ook nog geen vaccin beschikbaar anno
2007.
Daarom kunnen we voorlopig alleen maar proberen middels maatregelen die de
weerstand van de duiven op een zo hoog mogelijk peil trachten te brengen
de gevolgen van de besmetting met dit virus zo veel mogelijk te beperken.
Een en ander dient ingebed te zijn in een
afgewogen preventief- en onderzoek- schema voor, tijdens en na het
vliegseizoen, om te trachten de kwalijke gevolgen van een besmetting met
het circo-virus zo veel mogelijk te beperken.
Geďnteresseerde lezers adviseer ik in dit kader
van harte mijn boek “terug naar de basis” als leesmateriaal aan.
Hierin heb ik mijn gedachten om de weerstand zo hoog mogelijk te houden
verder uiteen gezet.
In een volgende nieuwsbrief
wil ik meer aandacht besteden aan de mogelijkheden van (preventief)
onderzoek.
|