Krabbels van Krabber
 Deel 12 "Lange vleugels en lange tenen"

“Die pennen moeten niet tot aan de zwarte band reiken, die pennen moeten de zwarte band voorbijsteken. Dan heeft een duif extra stuwkracht naar voren. Het liefst zie ik slagpennen die tot aan het eind van de staart reiken…………” 
In gedachten had ik reeds alle duiven van mijn hok door mijn handen gegaan maar mijn vitessekippen hadden dat niet. Hun pennen reikten maximaal tot aan de zwarte band; waarbij een aantal geeneens een zwarte band had. Mijn excuus was dus al klaar.  

Onze ‘deskundige bij uitstek’ sprak kennelijk over de vleugeltheorie bij fondduiven, immers, ……toch?
Maar het klonk heel overtuigd uit zijn mond. Hij bracht het met de zekerheid van iemand die erin slaagt de relativiteitstheorie in een regel te vatten; e=mc2.
Onze Belgische gast liet zich door die nuchtere ‘Ollanders geenszins uit het veld slaan. De bakermat van de duivensport was toch ‘zeker en vast’ in België ontstaan? Onze Natie had zich platvoeten gelopen naar ‘de mennekes in Arendonk’. Waarom? Omdat wij nooit ginne goesting hadden gehad om over de werkelijk belangrijke dingen ‘te reflecteren’; Uw gedacht’ erover te laten gaan. Wij spelen in België met een of twee klasbakken waarvan we honderd ten honderd zeker zijn dat ze gekend zullen zijn in de klasseringen, Gij, (en het leek wel of hij zijn gehoor lichtelijk verachtte) Gij speelt met twee of drie manden vol en Gij zijt aangenaam verrast als er ook enkele prijsvliegers tussen zitten. 
Mijn rechter en linker buurman mompelden iets waaruit hun instemming moest blijken. Hier had de man natuurlijk wel een punt. Omdat ik mij in de laatste rij geposteerd had kon ik ons zaaltje goed overzien. En het gemompel kwam niet alleen bij mijn beide buurmannen vandaan. De ‘voors’ en ‘tegens’ werden overal uitgewisseld en onze ‘expert’ genoot zichtbaar van zijn kruising Engelse Parlement x Poolse Landdag. Iedereen mag van mij elk geloof aanhangen; zelfs dat van de vleugeltheorie. Voor mezelf ben ik overtuigd dat er geen enkel uiterlijk kenmerk is dat een duif bij voorbaat predestineert tot een duif van uitzonderlijke klasse. Geen wit streepje bij het oog. Geen schaliekleur. Geen open (of gesloten) verhemeltespleet na het vliegen. Zelfs geen kaasbek. Niets. Ik sluit me aan bij professor Anker die dat al decennia geleden verkondigde en tot op heden is dat –bij mijn weten- nog door geen enkele wetenschapper tegengesproken.
Bovendien, het is geen grote kunst om binnen enkele generaties duiven te kweken wier vleugels zo lang zijn geworden dat ze over de grond slepen. En je moet niet denken dat die dan nog (vlugger) kunnen vliegen. Dat soort zaken moet je altijd in verhouding tot elkaar zien. Maar zoals reeds eerder gezegd, iedereen mag zijn eigen geloof aanhangen.

Mijn gedachten dwaalden af naar enkele Belgische vrienden. Ik was er wel eens heen gereden op een spelloze zondag. Het was die dag grauw en grijs en reeds vroeg in de ochtend werden de vluchten uitgesteld tot ’s anderendaags. Omdat ik toch wat te melken wilde hebben stapte ik dus in mijn bolide en reed de grens over. Enkele tientallen kilometers reed ik door kanaal- en rivierenlandschap en de dikke grauwsluier werd alleen maar dikker. Zo’n weer dat je, diep in het voorjaar, toch weer even doet terugdenken aan de voorbije winter. 
“Klamme koude en veel te lage temperatuur voor de tijd van het jaar.” Zo’n dag waarop de weerman nadenkt over een andere baan. Zo’n dag.
Aangekomen bij mijn vriend deed niemand open. Na twee drie keer bellen liep ik toch maar achterom. Mijn vriend stond in de tuin. En als ervaren melker herken je de sfeer onmiddellijk.
Draagbare-telefoon-met-uitgeschoven-antenne op de tuintafel. Duivenklok-met-sleutel-in-aanslag-en-klok-op-spanning. Klep open en de deur van het tuinhok op een kier. 
Quievrain? Bij dit weer. Hoe laat gelost? Al twee duiven geklokt? 
Ik dook in de klamme stoel naast mijn vriend en ging mee passen. Toen hij terugkwam van het  inzetlokaal was ik nog niet helemaal bekomen. Kijk, onze duiven vliegen, als je wilt, tien of twaalf keer achter elkaar Quievrain. Dat is zo’n mate van specialisatie dat ze de weg geblinddoekt terug zouden vinden. Sterker nog. Ik heb duiven die elke keer vroeg vliegen van Quievrain maar op een iets andere lossingslijn met dezelfde afstand geen platte prijs meer raken.
Dat hele verhaal over specialisatie bleef door mijn hoofd spoken. Ook nu weer. Je kunt België en Nederland, met totaal verschillende spelsystemen, niet klakkeloos vergelijken.
Als ik de beste Quievrainduif van mijn vriend ga kopen en speel die hier, met het systeem van oplopende afstanden, dan loop ik een stevig risico een goede vriendschap op het spel te zetten. Ik zou me zeer bedrogen kunnen gaan voelen over de kwaliteit van die duif-met-zestien-zuivere-eersten in relatie tot mijn eigen soort.  

Vanwege de tijd moeten we hier afronden. Onze voorzitter maakte aan mijn gepeins een einde. Ik nodig U graag uit om Uw vragen op te schorten voor de forumdiscussie, galmt zijn ietwat vervormde stem door de goedkope geluidsinstallatie. En anders kunt U nog altijd terecht bij de stand achter in de zaal………..
Ik nam mij voor dat laatste ook zeker te gaan doen. Achter in de zaal een persoonlijke discussie aangaan ligt mij ook beter dan de catwalk naar de microfoon. Ik wilde de man wel eens aan de tand voelen over de effecten van specialisatie. Zijn theorie toetsen aan het feit dat de fondvluchten de laatste jaren toch steevast gewonnen worden door fondkleppers uit noordelijke contreien. Hoezo gebrek aan goesting om over de werkelijk belangrijke dingen te ‘reflecteren’, ik had inmiddels genoeg tijd gehad om er mijn ‘gedacht’ over te laten gaan.

De forumdiscussie was uitermate levendig en zorgde voor het nodige vuurwerk.
Toen ik tenslotte bij zijn stand kwam was onze expert echter al (als eerste) aan het inpakken. 
In stilte heb ik voor mijzelf een nieuw facet toegevoegd aan de immer durende discussie over Warheit und Dichtung van de vleugeltheorie. Lange vleugels van de duif gaan kennelijk samen met lange tenen van de melker! 

Krabber.

Terug naar Krabber
Terug naar Duiven.net

Een site van ADVIDU, Utrecht