|
“Die
pennen moeten niet tot aan de zwarte band reiken, die pennen moeten
de zwarte band voorbijsteken. Dan heeft een duif extra stuwkracht
naar voren. Het liefst zie ik slagpennen die tot aan het eind van de staart
reiken…………”
In gedachten had ik reeds alle duiven van mijn hok door mijn handen gegaan
maar mijn vitessekippen hadden dat niet. Hun pennen reikten maximaal tot aan
de zwarte band; waarbij een aantal geeneens een zwarte band had. Mijn excuus
was dus al klaar.
Onze
‘deskundige bij uitstek’ sprak kennelijk over de vleugeltheorie bij
fondduiven, immers, ……toch?
Maar het klonk heel overtuigd uit zijn mond. Hij bracht het met de zekerheid
van iemand die erin slaagt de relativiteitstheorie in een regel te vatten;
e=mc2.
Onze Belgische gast liet zich door die nuchtere ‘Ollanders geenszins uit
het veld slaan. De bakermat van de duivensport was toch ‘zeker en vast’
in België ontstaan? Onze Natie had zich platvoeten gelopen naar ‘de
mennekes in Arendonk’. Waarom? Omdat wij nooit ginne goesting hadden gehad
om over de werkelijk belangrijke dingen ‘te reflecteren’; Uw gedacht’
erover te laten gaan. Wij spelen in België met een of twee klasbakken
waarvan we honderd ten honderd zeker zijn dat ze gekend zullen zijn in de
klasseringen, Gij, (en het leek wel of hij zijn gehoor lichtelijk verachtte)
Gij speelt met twee of drie manden vol en Gij zijt aangenaam verrast als er
ook enkele prijsvliegers tussen zitten.
Mijn rechter en linker buurman mompelden iets waaruit hun instemming moest
blijken. Hier had de man natuurlijk wel een punt. Omdat ik mij in de laatste
rij geposteerd had kon ik ons zaaltje goed overzien. En het gemompel kwam
niet alleen bij mijn beide buurmannen vandaan. De ‘voors’ en
‘tegens’ werden overal uitgewisseld en onze ‘expert’ genoot
zichtbaar van zijn kruising Engelse Parlement x Poolse Landdag. Iedereen mag
van mij elk geloof aanhangen; zelfs dat van de vleugeltheorie. Voor mezelf
ben ik overtuigd dat er geen enkel uiterlijk kenmerk is dat een duif
bij voorbaat predestineert tot een duif van uitzonderlijke klasse. Geen wit
streepje bij het oog. Geen schaliekleur. Geen open (of gesloten)
verhemeltespleet na het vliegen. Zelfs geen kaasbek. Niets. Ik sluit me aan
bij professor Anker die dat al decennia geleden verkondigde en tot op heden
is dat –bij mijn weten- nog door geen enkele wetenschapper tegengesproken.
Bovendien, het is geen grote kunst om binnen enkele generaties duiven te
kweken wier vleugels zo lang zijn geworden dat ze over de grond slepen. En
je moet niet denken dat die dan nog (vlugger) kunnen vliegen. Dat soort
zaken moet je altijd in verhouding tot elkaar zien. Maar zoals reeds eerder
gezegd, iedereen mag zijn eigen geloof aanhangen.
Mijn
gedachten dwaalden af naar enkele Belgische vrienden. Ik was er wel eens
heen gereden op een spelloze zondag. Het was die dag grauw en grijs en reeds
vroeg in de ochtend werden de vluchten uitgesteld tot ’s anderendaags.
Omdat ik toch wat te melken wilde hebben stapte ik dus in mijn bolide en
reed de grens over. Enkele tientallen kilometers reed ik door kanaal- en
rivierenlandschap en de dikke grauwsluier werd alleen maar dikker. Zo’n
weer dat je, diep in het voorjaar, toch weer even doet terugdenken aan de
voorbije winter.
“Klamme koude en veel te lage temperatuur voor de tijd van het jaar.”
Zo’n dag waarop de weerman nadenkt over een andere baan. Zo’n dag.
Aangekomen bij mijn vriend deed niemand open. Na twee drie keer bellen liep
ik toch maar achterom. Mijn vriend stond in de tuin. En als ervaren melker
herken je de sfeer onmiddellijk.
Draagbare-telefoon-met-uitgeschoven-antenne op de tuintafel.
Duivenklok-met-sleutel-in-aanslag-en-klok-op-spanning. Klep open en de deur
van het tuinhok op een kier.
Quievrain? Bij dit weer. Hoe laat gelost? Al twee duiven geklokt?
Ik dook in de klamme stoel naast mijn vriend en ging mee passen. Toen hij
terugkwam van het inzetlokaal
was ik nog niet helemaal bekomen. Kijk, onze duiven vliegen, als je wilt,
tien of twaalf keer achter elkaar Quievrain. Dat is zo’n mate van
specialisatie dat ze de weg geblinddoekt terug zouden vinden. Sterker nog.
Ik heb duiven die elke keer vroeg vliegen van Quievrain maar op een iets
andere lossingslijn met dezelfde afstand geen platte prijs meer raken.
Dat hele verhaal over specialisatie bleef door mijn hoofd spoken. Ook nu
weer. Je kunt België en Nederland, met totaal verschillende spelsystemen,
niet klakkeloos vergelijken.
Als ik de beste Quievrainduif van mijn vriend ga kopen en speel die hier,
met het systeem van oplopende afstanden, dan loop ik een stevig risico een
goede vriendschap op het spel te zetten. Ik zou me zeer bedrogen kunnen gaan
voelen over de kwaliteit van die duif-met-zestien-zuivere-eersten in relatie
tot mijn eigen soort.
Vanwege
de tijd moeten we hier afronden. Onze voorzitter maakte aan mijn gepeins een
einde. Ik nodig U graag uit om Uw vragen op te schorten voor de
forumdiscussie, galmt zijn ietwat vervormde stem door de goedkope
geluidsinstallatie. En anders kunt U nog altijd terecht bij de stand achter
in de zaal………..
Ik nam mij voor dat laatste ook zeker te gaan doen. Achter in de zaal een
persoonlijke discussie aangaan ligt mij ook beter dan de catwalk naar de
microfoon. Ik wilde de man wel eens aan de tand voelen over de effecten van
specialisatie. Zijn theorie toetsen aan het feit dat de fondvluchten de
laatste jaren toch steevast gewonnen worden door fondkleppers uit
noordelijke contreien. Hoezo gebrek aan goesting om over de werkelijk
belangrijke dingen te ‘reflecteren’, ik had inmiddels genoeg tijd gehad
om er mijn ‘gedacht’ over te laten gaan.
De
forumdiscussie was uitermate levendig en zorgde voor het nodige vuurwerk.
Toen ik tenslotte bij zijn stand kwam was onze expert echter al (als eerste)
aan het inpakken.
In stilte heb ik voor mijzelf een nieuw facet toegevoegd aan de immer
durende discussie over Warheit und Dichtung van de vleugeltheorie. Lange
vleugels van de duif gaan kennelijk samen met lange tenen van de
melker!
Krabber.
|