|
De duivensport is in onze contreien lange tijd de hobby
geweest van ‘Jan met de pet’.
Letterlijk rest ons zelfs uit het Brabantse een ‘Klak’ wiens roem en
faam meer dan landelijke bekendheid kregen. En alhoewel de duivensport
aanvankelijk vooral opgeld deed in Nederland en België; het is toch een min
of meer mondiale sport. Alleen realiseren we ons dat niet altijd. Ook in
Frankrijk, Spanje en ga zo maar door, worden duiven gehouden en wordt in de
een of andere vorm de hobby -in de breedste zin van het woord- beoefend.
In het World Pigeon Centre te Hoesselt België wordt zelfs geëxperimenteerd
met duivenrassen die in Peru voorkomen en voor hun wedvluchten de Andes
moeten trotseren. Duiven die gewend zijn aan de extreme omstandigheden van
het hooggebergte. Duiven die de ijle
atmosfeer en de snijdende kou op 5 en 6000 meter hoogte aankunnen!
Of het daarmee duiven zijn die je in moet inbrengen in onze fondrassen? Ik
waag het te betwijfelen! Ik noem het alleen als illustratie van het feit dat
er overal op de wereld duiven worden gehouden. Dat de sport in een of andere
vorm steeds nieuwe aanhang krijgt.
Afgelopen week was in Tsjechië. Je moet ze zoeken als de spreekwoordelijke
speld in de hooiberg maar ze zijn er wel. Zelfs achter het voormalige
ijzeren gordijn. De liefhebbers van de oude ‘stiel’. Misschien moet ik
zelfs zeggen: “Echte liefhebbers.”
Liefhebbers die (vermeende) kwaliteit ruilen en zeker niet kopen.
‘Jan met de petten’ die hun gevleugelde vrienden zien rondvliegen rond
het schamele kot en daarbij -zeker tot enkele jaren geleden- echte
vrijheidsgedachten koesterden. Want de vrijheid lag aan de andere kant van
de muur en slechts de vogels, hun duiven konden daarheen vliegen. Er zijn
heel wat weemoedige gedichten geschreven en liedjes gecomponeerd die over
die vrijheid gaan. Vogels die van Oost- naar West Berlijn vliegen, afin U
kent ze wel.
Het grote en wezenlijke verschil in al die diverse vormen van duivensport
zijn de pecunia. De dollar, de Yen, de Bhat etc.. En
U voelt waar ik naar toe wil. In Japan en Thailand (en nog een paar
exotische landen aan de andere kant van de globe) is duivensport iets van de
upper class. De grootindustrieel, de bankier, de juwelenhandelaar. Duiven
zijn voor hun prestige. Het ‘op je hok hebben van de 1e
Internationaal Barcelona 2002’; dat is waar het om draait. Dan maak je
duidelijk dat het je economisch goed gaat. En als het een onsje minder moet
zijn? Als je beurs iets minder goed gevuld is? Dan zul je het moeten doen
met duiven die hoog op de klassering prijken maar net niet de supertop zijn.
Dan kies je voor namen. Voor duiven van liefhebber A of B die vorig jaar de
race van de supers won etc. etc. En elk jaar worden daar de nodige races
gehouden waarbij de overwinning gelijk staat met ‘in een klap miljonair
worden’.
En dat opent perspectief. Voor lieden van minder allooi. Want hoe lekkerder
de reuk van de bloem, hoe meer bijen ze aantrekt. Voor grof geld verkoop je
zelfs je schoonmoeder, toch?
En dat wederom, en dan doel ik niet op die schoonmoeder, zorgt voor
slapeloze nachten bij de top liefhebbers. Je moet ook wel heel sterk in je
schoenen staan. Vandaag kan je je beste duif voor veel geld verkopen. En als
je twijfelt: morgen of overmorgen kan ze bij nacht en ontij reeds je hok
verlaten hebben. Wat zou U doen? En een top liefhebber is niet synoniem met
een welgestelde liefhebber. Verkopen dus en daarmee houden we het cirkeltje
rond.
Het probleem in samenhang schilderen betekent natuurlijk nog niet ook de
oplossing hebben. Ik wil niet naar een communistische heilstaat waarin
iedereen evenveel heeft of bij diefstal je arm afgehakt wordt. En je kunt
vanuit Nederland niet bewerkstelligen dat Japan of Thailand er anders mee
omgaan. Of dat wij geld(prijzen) moeten weigeren. Maar ik blijf volhouden:
het heeft alles met geld te maken. Maar misschien neem ik het ook wel
allemaal te serieus.
Zo
komt mijn vriend, keurig in driedelig pak gestoken, laatst uit de
plaatselijke grootgrutterwinkel gestapt. Winkelkar vol lekkernijen (want
’s avonds zouden zich wat zakenpartners rond zijn verwarmde indoor zwembad
komen verpozen), kaviaar en champagne moesten nog gehaald in de
delicatessenstore op de hoek.
En hij rijdt met z’n volle kar bijna pardoes tegen een zwerver. Genesteld
in ’n portiek, beschutting zoekend tegen de regen en de kou. Gehavende
kleding, voorzover het woord kleding nog van toepassing mag worden geacht.
Baard, pokdalig gezicht, rooddoorlopen ogen. Zo’n type waaraan je
onmiddellijk herkent dat hij meer dan z’n deel gehad heeft van al het leed
dezer aarde.
De welgemeende excuses, (ik heb immers echte en goed opgevoede vrienden)
werden onmiddellijk beantwoordt met een uitgestoken hand. Let wel: daarmee
wil ik evenmin iets gezegd hebben over de opvoeding van deze zwerver.
“Kunt U geen 25€ missen?”
De hand van mijn vriend was al op weg naar zijn beurs toen hij zich
bedacht.
“Als ik je die 25€ geef, ga je ze toch niet aan drank besteden?”
“Neen meneer, ik drink niet”
Opnieuw bleef de hand ‘even hangen’.
“Ben jij soms gokverslaafd?”, wilde mijn vriend weten.
“Neen meneer, gokken doe ik ook nooit”
Bij het knoopje van de broek was er opnieuw een aarzeling in de vingers te
bespeuren.
“Jij bent toch ook niet zo’n type dat hiertegenover duiven gaat
kopen?” En met zijn ogen wees m’n vriend naar ons plaatselijke
duivenlokaal.
“Nooit”, klinkt het nu gedecideerd. “Ik heb nog nooit duiven gekocht
en zal dat ook nu niet gaan doen.”
Mijn vriend overhandigt de man 10€. Alhoewel hij die geste niet eens
verwacht had, betrekt het gezicht van de zwerver ietwat. Dit was niet
helemaal de vette slag die hij verwacht had.
“Als je meekomt naar mijn huis geef ik je nog 40€ erbij.”
Bovendien krijg je nog een heerlijke maaltijd en ik kan je verzekeren dat
bij ons goed gekookt wordt. Het pleit is gewonnen. Samen stappen ze in de
airco-met-wit-leer-en-12-cylinders.
Onderweg wordt de zwerver nieuwsgierig. “Wordt jouw vrouw niet kwaad als
ze mij ziet aankomen?”
“Misschien, maar ik wil mijn vrouw en m’n vrienden laten zien wat er van
je terecht komt als je niet drinkt, nooit gokt en niets om duiven geeft”
Krabber.
|