Krabbels van Krabber
 Deel 17
"Kan het ook anders?"

(Uitgelekte maatregelen met betrekking tot onze sport zoals we die, naar we verwachten, op Prinsjesdag tegemoet kunnen zien)

Omdat een goede mix van vrije tijd en werken steeds belangrijker wordt gevonden in onze hedendaagse samenleving, heeft het kabinet besloten om allerlei structuurversterkende maatregelen in werking te stellen ter bevordering van een nuttige vrijetijdsbesteding. 
Voor het eerst in de geschiedenis van ons democratisch bestel is er een minister benoemd, exclusief voor ontspanning en recreatie. Voor onze sport heeft dit onmiddellijk geleid tot een aantal, reeds lang verwachte, maatregelen. Zo heeft de regering besloten om subsidie te gaan verlenen op zowel nieuwe maar ook bestaande duivenhokken. Mits aangetoond kan worden dat er ook daadwerkelijk duiven gehouden worden. Ook worden de regels versoepeld voor het bouwen van duivenhokken. Vooral in nieuwbouwwijken was het vroeger nogal eens problematisch om een vergunning te krijgen. Dat behoort nu gelukkig tot het verleden. Ook in onze eigen vereniging is de positieve sturing van de overheid goed voelbaar. In het afgelopen jaar alleen al zijn er meer dan 150 nieuwe leden bijgekomen. 

De NPO heeft inmiddels in het centrum van Den Haag een nieuw pand betrokken van 22 miljoen Euro en heeft volgens de laatste schatting nu 450 medewerkers in dienst. De directeur (oud minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en fervent vitesse-speler) heeft aangekondigd dat de tijd niet meer ver is dat men de boot moet gaan afhouden voor nieuwe leden. Uiteraard heeft dit geleid tot hevige protesten in de samenleving. Het wordt algemeen een grof schandaal gevonden dat de duivensport gebonden is aan een numerus fixus en met niet meer dan 15%  per jaar mag groeien.

Kunt U zich voorstellen dat je over enkele jaren een artikel leest van dergelijke strekking? 
De werkelijkheid zal waarschijnlijk anders zijn. De harde werkelijkheid is dat we met z’n allen steeds nadrukkelijker vervallen in een doemscenario. Dat we steeds een neerwaartse spiraal verstevigen door lekker negatief over onze sport te doen. Er zit geen enkele Emile Ratelband in het NPO bestuur. En het ‘Tjakka-gehalte’ van onze schrijvende pers is net zo groot als het gemiddelde mannelijk allerheiligste bij een halfuurdurende zwempartij in het ijskoude water van Antarctica.

Ik moet toegeven dat die weerbarstige werkelijkheid mij ook niet altijd een Tjakka-gevoel geeft. We hebben een zeer wispelturig seizoen achter de rug met de stevigste concoursbedervende plensbuien sinds de zondvloed. En bij totaal verschillende weersomstandigheden (van week tot week en zelfs van plaats tot plaats) is het niet makkelijk. Niet voor de duiven, niet voor de liefhebbers en evenmin voor de transporteurs en de lossingcoördinatoren. Aan de andere kant wordt er ook uitbundig voedsel verstrekt aan de groeiende meute criticasters. Vertellen wat er allemaal wel/niet ‘mis’ zit in de sport is natuurlijk veel dankbaarder werk dan het ‘oubollige positieve gepraat’, ja toch?

Maar, ik moet ook volmondig toegeven: we geven ook steeds nieuw voer aan de (negatieve) discussie. Laat ik twee voorbeelden noemen. In onze afdeling werden de totaal onervaren jonkies bij slecht weer en noordoosten! wind nog gelost om 14.30 uur. Andere afdelingen stelden uit of kwamen terug Onze afdeling loste wel terwijl het weer met het uur verslechterde. Het effect laat zich raden. Een desastreus verloop en grote verliezen. En dat het ‘tijdig’ vertrek van chauffeur en bijrijder korte termijn politiek is blijkt de erop volgende weken. Het aantal deelnemende duiven is gedecimeerd en daarmee ook de vervoersopbrengsten. Hoe kan zoiets? Moet de chauffeur maandags weer naar zijn ‘reguliere’ baan? Kan dat niet beter opgelost? Moet de bijrijder maandags weer naar school? Moeten daarom zondags coûte que coûte de duiven los? Wie doen we een plezier met ‘zwerfduiven’? In diverse afdelingen speelt men het met kushand klaar om tot 400 km het vervoer binnen een etmaal te regelen. Dat betekent concreet nagenoeg het hele jonge duiven seizoen afwerken met één dag mand. In onze afdeling doen we er vanaf 280 km al twee dagen over om de duiven naar het zuiden te transporteren! Belachelijk natuurlijk. In die RVS manden staan de duiven te tapdansen omdat het materiaal zo perfect de hoge temperatuur geleid. En in de bovenste manden liggen de duiven op apegapen omdat de zuurstof verbruikt is. Daarbij worden ze met 32 stuks in de mand gestopt ook al is –bij voorbaat- het zeer onwaarschijnlijk dat er de volgende dag gelost kan worden.
Belachelijk. Stop er dan meteen tien minder in de mand! We weten immers al lang dat jonge duiven nog veel meer last hebben van ‘hitte’ en ‘niet drinken’ dan oude.
En we hebben de beschikking over het actuele weer op de gehele vluchtlijn. In dit communicatietijdperk bij uitstek mag ’n flater als bovenstaand, niet meer gebeuren.

Een ander voorbeeld daarmee samenhangend.
Door (niet alleen) bovengenoemde praktijken ontstaan zwerfduiven. Omdat men niet gediend is van het ‘geloop aan de deur’, kosten i.v.m. bellen, onsportieve reacties van liefhebbers en de verplichting om thuis te blijven, neemt men zijn toevlucht tot ‘het recht van eigenhandig scherprechter’ danwel men brengt de duiven naar poelier of centraal hok. En er ontstaat een lucratief handeltje. Steeds meer liefhebbers constateren elektronisch. En dus heeft de duif een ring aan de poot die geld waard is. In België wordt er zelfs door de centrale opvanghokken betaald voor ‘toegebrachte duiven’ zoals dat daar heet.
Maar de elektronische ring wordt separaat ook nog eens verkocht. Er zijn mensen die denken dat de (nieuwe) ringen toch geprogrammeerd zijn met het verenigingsnummer? Fout! Dat kun je eindeloos overschrijven! Dus wordt de kans dat je je duif terug rechtstreeks terugkrijgt steeds kleiner. Niemand wil immers te boek staan als de dief van een elektronische ring. Je doet hem af (kassa) en brengt de duif naar de poelier of het centraal hok (kassa).

Heren liefhebbers, kan het ook anders?

Een nog steeds positieve Krabber.

Terug naar Krabber
Terug naar Duiven.net

Een site van ADVIDU, Utrecht