Krabbels van Krabber
 
Deel 18 "Achterkamertjespolitiek"

De postduivenhobby is aan het begin van de 19e eeuw, ergens tussen 1815 en 1825 in België ontstaan. Later is dit fenomeen via onze zuidelijke provincies overgewaaid naar Nederland. Vanaf het allereerste begin tot heden ten dage zijn er discussies geweest over mogelijk nadeel door ligging, wind en materiaal. Bij tijd en wijle zelfs verhit debat over frauduleus handelen.
De rechtschapen mens blijkt immers vaak minder inventief als de dief: hij bedenkt regels die een einde moeten maken aan de oneerlijkheid. Helaas helaas, als ze perfect blijken te werken en fraude voorkomen bedenkt de dief iets nieuws en begint de “ratrace of common life” gewoon weer van voor af aan. Dat is een tragedie die veel verder reikt dan onze sport, het is de oudste menselijke ziekte die bestaat en in die zin is er ook niets nieuws te melden.  

Met zo’n lange historie echter zou je verwachten dat er in de loop der jaren wel een hele hoop verfijnd en verbeterd werd aan de organisatie. Mis. De duivensport functioneert nog steeds grotendeels volgens de principes uit de 19e en 20e eeuw.

We zijn begonnen als kleine plaatselijke verenigingen. Daaroverheen is vervolgens een structuur gelegd met een provinciale- en een landelijke dimensie. Het landelijke bureau dat aanvankelijk een ‘meer ceremonieel’ en hooguit ‘afstemmend’ karakter had, groeide in zijn rol en ging steeds meer bepalen. En begrijp me goed. Het is een goede zaak dat bestuurders initiatieven tonen, ondernemen en sturing geven. Waar ik me tegen keer is de autocratie waarmee dit gebeurt. Met andere woorden - en voor alle duidelijkheid - ik heb niets tegen individuele personen van afdelingen, tegen welke individuele kiesman dan ook of tegen enig lid van het NPO bestuur! Waar ik me tegen keer is de manier waarop een en ander georganiseerd is. Er worden besluiten genomen die op z’n zachtst gezegd onvoldoende democratisch gelegitimeerd zijn. Maar misschien moet ik wel zeggen dat er besluiten genomen worden die ronduit ondemocratisch zijn! Oordeelt U zelf.
 

Zou U in een land willen wonen waar U, om voor Uw politieke mening uit te mogen komen, deze eerst moest komen vertellen en zo nodig verdedigen in een donker en rokerig café? 
Van daaruit wordt Uw mening ‘wellicht meegenomen’ naar een provinciale vergadering. Ik zeg wellicht omdat het niet zeker is. Vaak genoeg moeten we constateren dat er geen (geldige) stemming gehouden wordt en dat mijn en Uw mening dus ook niet getalsmatig in kaart wordt gebracht. En om dit voorbeeld door te trekken: vervolgens wordt er dan nog eens landelijk over gebakkeleid door een paar mensen. Zou U zich dan (politiek) vertegenwoordigd voelen? Hoe groot schat U de kans dat Uw mening nog landelijk doordringt?  

Het is waar, in Nederland gaan steeds minder mensen naar het stembureau maar dat neemt niet weg dat iedere Nederlander wel het recht heeft! Je weet dat jouw stem geteld wordt, samen met die van een paar miljoen anderen die hiervan gebruik maken. In Nederland kun je je stem laten horen en dat het verschil kan uitmaken hebben we bij de laatste verkiezingen gezien.

In de duivensport doen we het echter nog steeds volgens de ‘rokerige holen methode’. We gaan hierbij geheel en al voorbij aan het idee dat de ledenvergadering het hoogste orgaan is dat de allesbepalende stem zou moeten hebben. Vanuit de eigen vereniging waar we eerst het bestuur moeten overtuigen van ons standpunt gaat ‘onze gewaardeerde mening’ naar een districts- of afdelingsvergadering. 
In de afdelingsvergadering zitten 250 ‘verenigingsbestuurders’ braaf te luisteren naar een afdelingsbestuur dat alle voorstellen al voorzien heeft van een préadvies. Daardoor zijn er al heel wat ‘brave borsten’ die gedwee en braaf, luisterend naar de mening van het gewaardeerd bestuur, bij voorbaat beïnvloed zijn. Probeer je als individu een negatief préadvies om te buigen, heb je dus de zaal bij voorbaat tegen. Met 250 paar ogen in je rug neem je de microfoon in handen. En je richt je tot het afdelingsbestuur dat een unaniem standpunt inneemt, in werkelijkheid echter zeer verdeeld kan zijn over dit betreffende onderwerp. 
De bestuursleden willen ‘naar buiten toe’ eensgezindheid uitstralen en scharen zich achter de voorzitter die braaf verwoordt dat het bestuur het niet met je eens is. In het ergste geval dreigen ze met de vertrouwensvraag en jij trekt je voorstel weer haastig in. Is dat de democratie die we nastreven?

De leden achter de afgevaardigde bestuursleden uit de zaal kunnen evenmin bereikt worden door je vlammende betoog. De hele provincie zou wellicht achter je voorstel kunnen staan; de afgevaardigde bestuursleden moeten welhaast vasthouden aan het standpunt dat ze meegekregen hebben vanuit de eigen achterban. Even over doordenken! Is dat de democratie die we nastreven?

Ook mag U doordenken over het effect als ze toch overstag gaan van het bedoelde vlammende betoog. Hoe democratisch is dat? Dan brengen ze een (nieuwe) evenredige en ongewogen stem uit namens alle leden van hun vereniging (ongeacht hoe groot of klein die vereniging ook moge zijn) terwijl die leden niet geconsulteerd zijn! Ook niet goed dus.
Wat blijft er op die manier over van het democratisch rechtsprincipe dat de leden het hoogste orgaan zijn in een vereniging? Is dat de openheid die we moeten nastreven? Zegt U het maar.

En de constructie van de kiesmannen? Wederom een voorbeeld. De NPO riep enige tijd geleden alle kiesmannen op om vooral te komen op de landelijke vergadering. De kiesmannen van een complete afdeling ontbraken. Geen tijd? Of was het probleem (de moeilijkheden van de Kuststrook) te veel een ‘ver van mijn bed show’? Diezelfde afdeling (waarvan de kiesmannen ontbraken) kan morgen hetzelfde probleem krijgen! De indeling in unieke werkgebieden is niet bepaald het minst onomstreden bestuursbesluit en in onze eigen provincie zou de zaak ook wel eens in twee delen uit elkaar kunnen gaan vallen. En hoe staat het nou werkelijk met de taak van die kiesmannen? Vertolken die de gevoelens van het volk? Waarschijnlijker is dat ze de gevoelens van hun eigen kleine vereniging en die van het afdelingsbestuur vertolken. Een afdelingsbestuur waarvan ze vaak ook nog zelf lid zijn. Ik stel wederom dezelfde vraag. Hoe onafhankelijk, hoe democratisch is dat? Weten die mensen echt wat in de provincie leeft? En wat blijft over van het principe dat de leden het hoogste orgaan zijn. Het lijkt meer op het principe “de leden weten toch niet wat ze willen en dus beslissen we het wel in Veenendaal”.

Als het belangrijkste principe van een vereniging is dat de leden het voor het zeggen hebben dan moet je ook je best doen om die mening te peilen in belangrijke zaken. Waarom gebruiken we dan niet de middelen van de eenentwintigste eeuw? In elke vereniging is wel iemand die met internet kan omgaan en een enquête waarbij de werkelijke mening - á la minute getalsmatig- geturfd wordt is niet zo moeilijk. Je kunt de internetsite van de NPO op die manier ook iets zinniger gebruiken dan de veel te lang getolereerde en beschadigende, onze sport onwaardige discussies, die er op anonieme wijze gevoerd mochten worden hetgeen neerkwam op ordinaire vuilspuwerij.

Hoe is onze sport georganiseerd? Er is totaal geen sprake van openheid en transparantie maar van organisatieprincipes uit de vorige eeuw (en nog vroeger). Het ijzeren gordijn en de muur zijn al lang gevallen. De NPO heeft echter terug de weg ingeslagen naar beleid dat steeds meer verouderingskenmerken vertoont. Nog geen twee jaar geleden meende men te moeten opmerken dat de gevestigde pers onvoldoende onafhankelijk was en men zou en moest beginnen met een eigen onafhankelijk blad. Na een jaar kregen de leden hiervoor (ongevraagd) de rekening gepresenteerd en op dat moment bleef deze scheve schaats onmiddellijk steken in het toch al stroeve NPO-ijs. 
Heeft men daar iets van geleerd? Huldigt men nu de in ons land te vuur en te zwaard bevochten principes van persvrijheid die zelfs in onze grondwet verankerd zijn? Neen. Men wil het alleenrecht voor een aantal NPO berichten opnieuw verkopen aan één blad en de andere bladen mogen achter het NPO-net vissen. Bedankt aan de diverse sites die tot nu toe heel snel en adequaat -soms zelfs nog op dezelfde dag- alle informatie gratis beschikbaar maakten voor de leden. Bedankt aan alle duivenbladen die ook graag nieuws brengen. Het hoogste orgaan - voor alle duidelijkheid, wij dus- krijgen als het aan de NPO ligt alle informatie in de toekomst exclusief via één blad. Gedwongen winkelnering dus.
En de overige pers mag het NPO nieuws daar gaan lezen. Fijn he? 
Als U een maand na dato toevallig hoort (of leest) wat U aangaat en wat U een maand eerder al had kunnen weten. Is dat openheid? Transparantie? Democratie?

Een ander voorbeeld. Bij de opkomst van de elektronische systemen zou ernaar gestreefd worden dat ‘alles’ uitwisselbaar en universeel was. Ringen moesten ongeacht de fabrikant in elk systeem bruikbaar zijn. Ook de systemen moesten onderling op elkaar aansluiten. Wat hebben we? Ringen en systemen die niet universeel zijn. Ringen waarin zwarthandel ontstaat omdat het gedeelte waarin het verenigingsnummer weggeschreven wordt eindeloos overschreven kan worden. De NPO kan elektronische ringen kopen voor een fractie van de huidige prijs. Maar om een of andere reden houdt men vast aan de veel te dure exemplaren. En de leden? Zij betaalden voort!

Ik doe een oproep aan ieder individueel NPO-lid. Denk eens na over deze pseudo-democratie. Geef je mening mee aan het verenigingsbestuur, het afdelingsbestuur, de kiesmannen. Praat niet aan de toog of achteraf maar tegen hen. En maak het verschil!
In Nederland hebben we bij de laatste verkiezingen massaal duidelijk gemaakt dat we voor vernieuwing zijn en tegen achterkamertjespolitiek. Misschien moet dat signaal ook doorgetrokken in onze sport en naar de NPO. 
Voor transparantie, voor democratie, tegen achterkamertjespolitiek.

Krabber.

Heeft u reacties op bovenstaand artikel, dan kunt u deze sturen aan: krabbels@duiven.net 
Wij zorgen ervoor dat deze reacties bij de schrijver terecht komen. 

Terug naar Krabber
Terug naar Duiven.net

Een site van ADVIDU, Utrecht