|
Deze tijd is ideaal voor
het opsporen van latente salmonella infecties volgens dierenartsen.
Want duiven krijgen in de winter zelden nog een kuurtje. Dus wordt er ook
minder ‘kunstmatig onder het maaiveld’ gedrukt en krijgt de salmonella
bacterie de kans om weer te ‘herstellen’. Ook neemt de weerstand af
door de inspanningen die de rui met zich meebrengt, of die samengaan met
de winterkweek en daardoor zijn de dieren wat bevattelijker voor infecties
c.q. zijn het juiste de latente vormen van paratyfus die de kop opsteken.
Wat moet je nou als leek
met al die wijsheid? Er van uitgaan dat jouw duiven niet ziek zijn en
vervolgens overvallen worden door een eventuele uitbraak of kun je ook
actie ondernemen voordat de alarmbel gaat?
Er doen namelijk heel wat verschillende opvattingen de ronde.
Opvattingen die met het beste wetenschappelijk geweten verdedigd worden en
toch soms tegenstrijdig lijken. Om die reden - en om zijn
actualiteitswaarde – verschijnt nu dit artikel.
Omdat ik mijn hele leven
al in de gezondheidszorg werk, vertrouw ik intuïtief de officiële
vaccins wat meer dan allerlei lapmiddeltjes. Dus terwijl mijn buurman al jaren
geleden koos voor de goedkoopste methode en “druppelde met
‘kippenspul’ van La Sota”, zoals hij het uitdrukte, zat ik mijn
duiven toen al te enten met entstof van Colombovac.
Hij speelde heel hard, ik iets minder. Beiden waren we rotsvast overtuigd
door deze vrijwillige- en zelfopgelegde discipline, geen
salmonellabesmetting op onze hokken te zullen krijgen. Hij met de
(verkeerde) overtuiging “als het helpt in de grootschalige kippensector,
dan zal het - in dezelfde concentratie - ook werken voor (kleinere)
duiven”, ik met de (eveneens verkeerde) overtuiging dat enting minstens
een immuniteit zou geven voor het hele speelseizoen (of gewoon het hele
jaar?).
De tijd dat onze duiven met andere (zieke?) duiven in contact komen of in
hevigere mate blootgesteld zijn aan stress was naar mijn overtuiging in
ieder geval ruimschoots ‘overbrugd’.
Niets bleek echter minder
waar. Beiden kregen we met een salmonella-uitbraak te maken. Onze halve
vereniging had ermee te kampen. Sommigen gaan dan naar de dierenarts en
verstrekken gedurende langere tijd enrofloxacine (Baytril) of trimsulfa.
Dat zijn de liefhebbers die vertrouwen op het consult en goede raad
(geestelijke steun) van een ervaren (en vaak ook meelevend) duivenarts.
Anderen gaan naar de ‘dibevospecialist’ (dierenbenodigdheden en
voeding) en verstrekken enige tijd ‘op gevoel’(totdat ze denken dat
alles weer onder controle is) ‘anti-para,
La Sota, parastop’ en hoe het allemaal moge heten. Dat soort medicijnen
geeft echter helemaal geen immuniteit.
Het doodt slechts (voor zover het überhaupt werkzaam is) de eventueel
aanwezige bacteriën. Risico daarbij is ook dat je zonder gedegen
mestcontrole (die ook al niet zaligmakend is) een infectie onder de zoden
stopt maar niet (volledig) geneest. En daarmee begint dan de ellende.
Dezelfde ellende die plaats grijpt bij de liefhebber die meende dat zijn
duiven maar moesten uitzieken zonder medicijn.
De resultaten vallen meestal tegen. Er wordt nog maar eens gekuurd met een
ander middel. Het kan tenslotte geen paratyfus meer zijn? En duiven hebben
toch ook vaak last van ornithose? Of van coccidiose? U voelt wel waar ik
heen wil. Al dat gekuur helpt U alleen nog maar verder de misère
in.
Als dat ook niet helpt en de resultaten alleen maar verder achteruithollen
komen de meer rigoureuze benaderingen. “Ik geloof dat ik maar beter
alles opruim en opnieuw begin”.
Wat
is nu de enigszins gesimplificeerde waarheid?
Enten geeft slechts een beperkte immuniteit. Afhankelijk van de
infectiedruk en een aantal andere (stress)factoren is de immuniteit
beperkt en tegenwoordig slechts voor een half jaar gegarandeerd. Ent je
dus je jonge duiven ruim voor het speelseizoen tegen paratyfus
(laten we aannemen 6 weken na het spenen van b.v. winterjongen) dan lopen
ze alweer volop risico tijdens de vluchten.
Overigens is de richtlijn van de NPO dat je tot maximaal 6 weken voor
aanvang van de vluchten geënt moet hebben voor paramyxovirose, je
wilt immers geen verzwakte duiven aan de meet brengen.
Hun
immuniteit (die ook nog per duif verschillend is) kan in het geval van
bovengenoemde winterjongen al weer behoorlijk tanende zijn afhankelijk,
van wat ik eerder al probeerde te vatten onder de noemer
‘infectiedruk’.
Het kan niet genoeg benadrukt worden dat enten voor paratyfus een veel
beperktere immuniteit geeft dan bijvoorbeeld de paramyxovirose-enting.
U veronderstelde wellicht dat het net zo is als met de pokken, paramyxo
etc.? Een keer geënt per jaar; het hele jaar zorgeloos? Dat geldt niet
voor paratyfus. De middelen die ik eerder opsomde (anti-para, parastop
maar ook Baytril of trimsulfa) doden alleen eventueel aanwezige
ziektekiemen. De duiven krijgen er geen immuniteit door. Wil je een zekere
mate van immuniteit opbouwen (en elke mogelijke latente uitbraak in de
kiem willen smoren) dan zul je dus meer dan eens moeten enten per jaar, in
combinatie met medicijnen die via het voer of drinkwater verstrekt worden.
Als je dat - jaren achtereen doet - je
onderwijl zeer beperkend met het bijhalen van vreemde duiven, zou
langzamerhand een ‘immuun’ hok opgebouwd kunnen raken.
Circo
virus
Om
het (enten bij jonge duiven) echter nog ingewikkelder te maken: we weten
inmiddels dat onze duiven ook besmet kunnen raken met Circo-virus. En dat
jonge duiven die hiermee besmet zijn hele slechte reacties vertonen op de
enting tegen let wel: paramyxo.
Voor
degenen die nog nooit gehoord hebben van het Circo-virus: deze
virusziekte was in eerste instantie vooral bekend als ziekte bij kakatoes.
Inmiddels zijn de afgelopen 20 jaar steeds meer verschillende soorten
papegaaien en parkieten bekend waarbij het virus problemen geeft.
Een belangrijk kenmerk bij deze virusziekte is dat vooral het
afweersysteem wordt aangetast waardoor de weerstand van de vogel
onvoldoende is. In
dergelijke gevallen is de problematiek vergelijkbaar bij mensen die besmet
zijn met het HiV virus en vervolgens aids ontwikkelen waarbij allerlei
complicaties optreden omdat ook bij AIDS het afweersysteem is aangetast.
Vooral jonge vogels zijn gevoelig voor
deze virusziekte. Volwassen vogels lopen aanzienlijk minder risico. Dit virus nestelt zich op jonge leeftijd in het afweerapparaat bij de
duiven. En op deze wijze belemmert het de duiven om een goede afweer op te
bouwen tegen andere infecties. O.a. paramyxo. Met andere woorden, het komt
er op neer dat de duiven toch besmet kunnen raken met paramyxo terwijl men
denkt dat dit niet kan omdat ze immers gevaccineerd zijn?
Nu wijzen de meeste recente onderzoeken er op dat jonge duiven die eerst
gevaccineerd werden tegen paramyxo wel degelijk bescherming opbouwen als
ze daarna met het circovirus besmet raken. Reden genoeg om nu
drastisch het advies te veranderen en reeds op jongere leeftijd (van 5-6
weken) de paramyxo-enting aan te bevelen. Het kost U iets meer entkosten
maar scheelt wellicht erg veel in de resultaten op de wedvluchten. Want
jongen die iets onder de leden hebben presteren navenant. En als U dan ook
nog de ouders ‘opruimt’, spant U het paard achter de wagen. Wellicht
zijn de entkosten zo gezien toch voordeliger.
Tot
slot nog dit. Paratyfus is een ziekte (binnen bovengenoemde drie) met een
totaal verschillende aanpak. Het is een besmetting met de salmonella
bacterie. En een bacteriële infectie is (meestal) veel makkelijker te
bestrijden dan een virusinfectie. De naam zegt het ook al; circo-virus en
paramyxovirose behoren tot deze laatste categorie.
Op dit moment is de Dodge-entstof voor paratyfus (Colombovac) niet meer te
krijgen. Door een fout in de fabricage is alle entstof teruggenomen en is
nieuwe entstof - naar verwachting- pas weer in het voorjaar te krijgen.
Krabber
Nota bene:
Krabber verleent het
recht tot plaatsing op de internetsite van Advidu. Het
eigendomsrecht kan op geen enkele wijze vervreemd worden en blijft bij
Krabber
|