Krabbels van Krabber
Deel
20 "En
daarmee is de kous af………………"
|
Per
jaar ga ik, vanwege mijn baan, naar een respectabel aantal congressen en
manifestaties. Ieder van deze ‘voor de mensheid o zo belangrijke
beurzen’ probeert daarbij elke keer nog creatiever te zijn, nog grootser
uit te pakken, terzijde gestaan door een heel leger van vooral zeer ruim
betaalde- maar ook uiterst inventieve reclamevaklieden. De commercie viert
hoogtij en ‘money rules the world’. In dat
opzicht is de Nationale Manifestatie altijd een rustpunt. Je weet wat je te
wachten staat en alles is van een hoog gehalte ‘ouderwetse degelijkheid en
meer-van-hetzelfde gevoel’. Zelfs de geur is heel specifiek en –alhoewel
moeilijk te omschrijven- wel voor iedere bezoeker bij voorbaat reeds
‘hartstikke bekend en vertrouwd’. Probeer
U maar even de geur voor de geest te halen, gegarandeerd dat het lukt (als U
er tenminste geweest bent, natuurlijk). En dat heeft niets te maken met het
feit dat de veehallen zo kort in de buurt zijn (of toch?). Dus naar binnen
met een dit-ken-ik-allemaal-al-gevoel. Maar het was anders. Mijn
vrouw heeft vergeefs zitten zoeken naar ‘het hoekje waar je zo leuk kon
bloemschikken’ en mijn dochter miste ook al het gezellige gevoel van
andere jaren. En vrouwen hebben daar een zevende zintuig voor. Die wrijven
zoiets trefzeker en haarfijn onder je reukorgaan als ze nog geen vijf
minuten binnen zijn. Hoewel
ik toegeef dat ‘mijn dames’ wel degelijk invloed op mij hebben,
probeerde ik toch mijn eigen indruk te peilen. Helaas voor mijn antennes, ze
hadden gelijk. Het was ook anders. De kraampjes waren vooral professioneler,
of moet ik zeggen commerciëler? De gezelligheid was ver te zoeken. Veel te
groot en te weinig lui. De ‘inderhaast-zelf-geschilderde’ naambordjes
boven de kramen, de ontzettende drukte waarin je meegenomen werd vanaf de
ingang en ‘opgetild door de massa’ meegevoerd werd in een van
overgewicht en duivenlongen kuchende en schuifelende menigte. Niets van dat
alles. In
plaats daarvan: fancy kramen met metershoge letters. Elke kraam opgebouwd
met pre-fab delen en achterwanden vol ‘gelikte’ reclame. Iets van die
beurzen uit mijn beroepsleven had zich van de Manifestatie meester gemaakt.
Een 15 meter lange trailer compleet met luxe duivenhok annex
kantoor-waar-meteen-zaken-gedaan-kunnen-worden. Wanstaltige megalomanie die
niet in verhouding staat tot teruglopende ledenaantallen. Maar,
tussen dat alles presenteerde zich, tegen de verdrukking in, een nieuw
duivenblad. Een auto was er zelfs te winnen. Aangezien de brave borst het
ook nog in zijn hoofd haalt mijn krabbels in zijn blad op te nemen, vond ik
dat ik daar even mijn konterfeitsel moest tonen. Enigszins ontdaan meldde de
eigenaar dat er zich iemand had gemeld die bezwaar maakte tegen mijn
‘Krabbels van krabber’. Ik ben
niet lang meer gebleven. Niet op zijn kraam en niet op de Manifestatie. Niet
uit gekwetst gevoel of verongelijktheid. Integendeel, ik kan me goed
voorstellen dat iemand het idee heeft dat z’n titel gestolen wordt en daar
toch enigszins van ontdaan is. Maar aan de andere kant liep ik nog slechts
met dit soort dubbele gedachten in mijn hoofd en dan ‘zie’ je niets
meer. Dus
ben ik naar huis gegaan om na te denken. Ik had respect voor de man en
uiteraard ook voor zijn mening. Zoals alle mensen mijn respect hebben die
zich op een goede en constructieve manier inzetten (of in het verleden
hebben ingezet) voor de duivensport. Aan de andere kant pleegde ik
natuurlijk geen plagiaat! Plagiaat pleeg je als je 'letterdieverij' pleegt.
Als je iemands werk 'naschrijft'. Als je iemand letterlijk citeert, zonder
bronvermelding en daarmee de indruk wekt dat het uit je eigen koker komt.
Als je iets overschrijft van de een of andere wetenschapper en onder eigen
naam publiceert. En in mijn columns is geen letter overgeschreven van- of
uit iemands werk. Als het geen plagiaat is, wat dan? Schending van
merkenrecht of auteursrecht? Net zo min. Voor het woord ‘Krabber’ heeft
nog nooit iemand octrooi aangevraagd of er een gedeponeerd handelsmerk van
gemaakt. De afgelopen weken heb ik eens een aantal bladen (zowel Nederlandse
als Belgische) erop nageslagen. En het stikt bijna van de ‘Krabbertjes’,
‘krabbels en brabbels’ en wat daar op lijkt. En het
ligt natuurlijk ook voor de hand dat er heel wat mensen in de duivensport
zijn die zich een kleine (onbetekenende) krabber noemen. Op die 'kroon
van bescheidenheid' heb ik slechts willen voortborduren. Net als
onze scribent van weleer. Los
daarvan, als ik mijn hond Fikkie wil noemen mag ik anderen het
recht op die naam daarmee niet onthouden. Als iemand morgen een witte
duif 'de meeuw' noemt lijkt het me niet erg voor de hand te liggen dat de
erfgenamen van drs. Linssen zich bij hem kunnen melden. Waarschijnlijker
is dat hij zich belachelijk maakt omdat zijn duif niet aan de legendarische
Meeuw kan tippen. Maar ik wil ook hiermee geen kwaliteitsvergelijkingen
maken tussen de scribent van weleer en de Krabber van nu! Krabber.
Heeft
u reacties op bovenstaand artikel, dan kunt u deze sturen aan: krabbels@duiven.net
|
| Terug naar Krabber Terug naar Duiven.net Een site van ADVIDU, Utrecht |