Krabbels van Krabber
 Deel 23 "Langzamerhand krijg ik er ook zelf de pest in."

Eerst had ik het idee dat het ‘zijn tijd wel zou duren’.  
Vogelpest in de Gelderse Vallei. Het zou wat. Over een paar weken is het afgelopen en gaan we gewoon van start. Als de temperatuur wat omhoog gaat is die ‘vogelgriep’ zo vergeten. 
En als we nog even langer moeten wachten is dat toch ook niet erg? In april is het weer meestal nog erg wisselvallig. Een paar weken uitstel kan in zo’n geval nooit kwaad. En ik ken mezelf. Als het spel eenmaal op de wagen is kan ik me nooit langer inhouden dan één of twee weken. Al is het weer nog zo slecht. Als iedereen speelt wil je meedoen, toch?

Dus? Elke dag naar het nieuws luisteren en je verbazen over de maatregelen. Een cirkel van één kilometer om het besmette bedrijf lijkt de minister voldoende. Gebaseerd op de Europese Richtlijnen van aviaire influenza besmetting. Kunnen spreeuwen, mussen en kraaien maar één kilometer ver vliegen? Kan de wind maar één kilometer blazen? Heel Nederland loopt te hoop. Elke dag een geplaagde kippenboer in het journaal die met z’n goed boerenverstand beredeneert dat de cirkel groter moet. Minstens uitgebreid naar drie kilometer. 
Maar de minister houdt voet bij het stuk. Om een beetje de pest van in te krijgen!

Plotseling steekt het virus (waarschijnlijk geholpen door de een of andere ‘vervoerder’) 70 kilometer over en landt in Noord Limburg. Nu mag de cirkel wel op 10 kilometer getrokken worden. Want in Limburg zitten veel meer kippen- en kalkoenboeren. En bij elke afrit van de A67 wordt een militaire patrouille geposteerd. Helaas duurt het anderhalve dag voor onze militairen arriveren en geeft menigeen toe (deze keer lijkt het goed boerenverstand danig van streek en wellicht reeds getroffen door het virus) de regels met voeten getreden te hebben en zijn mest, eieren of zelfs kippen(!) in die anderhalve dag nog gauw even in veiligheid gebracht te hebben. Dat is nou iets waar ik de pest van inkrijg.

In Nederland mogen duiven wel nog vrij uitvliegen maar niet de grens over. België laat ze niet meer binnen. Terwijl wij een verschil maken tussen de orde van de Galliformes oftewel kippen- en hoenderachtigen en de Columbiformes oftewel duiven, in België en Duitsland is het een pot nat. Allemaal hetzelfde. Hoezo verenigd Europa? Ik krijg er (een beetje meer) de pest van in.

En ik kan er nog inkomen dat men van definities verschilt. Dat verschillende landen tot andere indelingen komen. Maar het feit of een duif ‘vatbaar’ is voor het virus staat onomstotelijk vast. Of je hem nu indeelt bij de ene orde of de andere. Evenals het antwoord op de vraag of een duif het virus kan overbrengen. Met wetenschappelijke nauwkeurigheid vast te stellen zou ik zeggen. Zelfs als je de duif vanaf nu een ‘vliegende kip’ noemt. Daar verandert niets aan, bij welke andere naam dan ook.

Mijn overtuiging dat het zijn tijd wel zal duren krijgt inmiddels een gevoelige knauw. En de 10 kilometer grens maakt me al niet geruster. Zeker niet als ik hoor dat in het Belgische grensgebied alle cavia’s, marmotjes en kanarievogels ‘aangegeven’ dienen te worden bij de gemeente. Waarom doet dat me denken aan de oorlogstijd? En de zwarte kraaien vliegen door. Als onheilsbodes uit een film van Hitchkok vliegen ze van schuur naar schuur. Dwars over landsgrenzen heen. Weten zij veel. En de mussen, de spreeuwen, de merels, we hebben nog niet besloten ze massaal af te schieten vanwege een mogelijk risico. Daarvoor is Europese besluitvorming nodig. En dat duurt lang. Heel lang. Het zou ook te gek zijn voor woorden.

Enkele dagen later steekt het virus (zoals je mag verwachten) de grens over. Mochten de Belgen eerst nog hun spel beoefenen in het grootste deel van België, plotseling ligt hier nu alles plat. Een soort afgedwongen solidariteit door een virus. De Fransen die eerst wel nog duiven met een Belgisch paspoort laten passeren zijn er nu als de kippen bij om de grens te sluiten. Maar er mag inmiddels wel ingeënt worden. Om de verspreiding een halt toe te roepen. Dierentuinen met opgesloten exotische vogels in kooien, ze worden gespoten.

Waarom is men nou niet bij het begin van de uitbraak begonnen om massaal te enten in plaats van te ruimen? Waarom laten we in het ene land de hele sector uitroeien en gaan we bij de volgende grens plotseling enten? Waarom gedraagt de NPO zich in dezen als een brave, nederige en buitengewoon gehoorzame ambtenaar? Als een lamgeslagen eend? Terwijl ze aan de andere kant nota bene naar de eigen leden plotseling de grote broek aantrekt. Ze verbiedend om contact te leggen met de voorlichtingsdienst van het ministerie. Buitengewoon betuttelend. Ze zouden het verkeerd kunnen aanpakken. Want duivenmelkers kunnen niet denken. Diezelfde melkers, die zoekend naar meer opleervluchten, in België willen inkorven. Om opnieuw betutteld te worden en onder uit de kan te krijgen. Het wordt hen ten strengste verboden. Dwars tegen elke Europese gedachte in. Van zoveel betutteling krijg ik steeds meer de pest in.

Waarom spant de NPO geen zaak aan voor het Europese hof om af te dwingen dat duiven, aangezien ze niet vatbaar zijn voor aviaire influenza, gewoon mogen vervoerd worden? Ik weet dat een dergelijke procedure jaren duurt voor er een uitspraak komt maar dan doen ze tenminste wat. En bovendien: het kan zich volgend jaar herhalen. Dan zijn we er tenminste klaar voor als er een uitspraak ligt. Kortom mijn punt is, waarom gebruikt men de ‘vrijgekomen tijd’ niet voor zinnige dingen. Laten ze eens duidelijke eisen stellen aan het vervoer van duiven om de verschillen in de diverse provincies weg te werken ten faveure van het welzijn van onze duiven. Voor mijn part besluiten ze nu dat het seizoen voor de oude duiven niet meer doorgaat dit jaar. Maar laat ze in godsnaam iets zinnigs doen. In plaats van de eigen leden te betuttelen met maatregelen die dwars ingaan tegen de Europese gedachte van vrij verkeer in handel, goederen en personen. Daar krijg ik nou de pest van in.

En wat meer is. Op school heb ik geleerd dat een vereniging berust op datgene wat de leden willen. En dat is deze keer toevallig niet het aannemen van een typische ambtenarenhouding. Wachten totdat een ministerieel ambtenaar iets beslist in een controversiële situatie is wachten tot op de dag waar het zwart en wit tegelijk sneeuwt. Laten we het dan maar fout doen in de ogen van de NPO. En als leden massaal onze stem verheffen. Ik ben er vooraf niet zeker van dat we niet een van de 7 plagen van Egypte over ons afroepen. Maar van een ding ben ik wel zeker. Ik ga liever strijdend ten onder dan dat ik me als een weerloze lafaard gedraag.

Alleen door (politieke)druk (tegen een log gevaarte zoals de ambtelijke organisatie) ontstaat beweging. Dus NPO, doe waarvoor je ingehuurd bent. Doe wat de leden graag willen dat je doet. En als dat al te veel ‘contre coeur’ is moet je doen wat overblijft in zo’n geval: opstappen als bestuur. Maar niet regeren volgens de stelregel: “Als je NIETS doet, kun je ook niets fout doen”. Want daar krijg ik nou echt -en absoluut- de pest van in.  

Krabber.

Heeft u reacties op bovenstaand artikel, dan kunt u deze sturen aan: krabbels@duiven.net 
Wij zorgen ervoor dat deze reacties bij de schrijver terecht komen. 

Terug naar Krabber
Terug naar Duiven.net

Een site van ADVIDU, Utrecht