|
In
de krant las ik vandaag een heel artikel over de niet alledaagse, soms zelf
eigenzinnige coach Foppe de
Haan, zijn Heerenveen en het naderende afscheid. Een aantal sappige
uitspraken geven het artikel de bekende Friese nuchterheid mee. De bekende
‘recht toe, recht aan uitspraken’, van Foppe gaan er in als de kruidkoek
van Ketellapper.
Het stukje brengt heel duidelijk het gevoel over van één heel
grote hechte vriendenclub.
“Het stadion als kathedraal” en “De behoefte van mensen om ergens bij
te horen”, het zijn de sprekende koppen boven het artikel. Met “Een
mensenleven in het teken van koning voetbal” als ondertoon.
Mijn gedachten dwarrelen af naar mijn eigen sport. Konden we maar zeggen dat
het duivenmelkersbestaan ook gekenmerkt werd door diezelfde saamhorigheid!
Is het niet eerder zo dat onze geledingen zich steeds meer opsplitsen? Oude
mensen die de sport beoefenen zoals ze dat al ‘altijd gedaan hebben’
versus de ‘Megahokken’, de
‘Fondfanaten’ en ‘duivensport als business’.
Vorig jaar dwarrelde bij alle verenigingen van onze afdeling een voor
duivenbegrippen verhoudingsgewijs dikke nota op de deurmat. Zoals zo vaak
werd de noodklok geluid. Na een gortdroge opsomming van feiten, kosten van
vervoer, teruglopende aantallen liefhebbers per vereniging en toenemende
moeilijkheden in de logistiek werd een onvermijdelijke conclusie getrokken.
Er werd op aangedrongen dat de verenigingen ZELF regulerende maatregelen
zouden nemen.
Indien,
viel er in de toelichting te lezen, het aantal op te halen duiven beneden
een bepaald minimum per vereniging zou gaan zakken, danwel conform vigerende
regelgeving van ons overkoepelend orgaan, het aantal aan de wedvlucht
deelnemende leden te laag zou zijn, werden de duiven niet meer opgehaald in
die betreffende club.
Deze, in de oren van elke rechtschapen duivenmelker nogal dreigend aandoende
taal, werd gevolgd door 2 ‘ontsnappingsmogelijkheden’.
De leden konden individueel hun duiven inmanden in een ander inzetlokaal van
het betreffende samenspel of men korfde weliswaar de duiven in het eigen
inzetlokaal in maar vervolgens restte dan voor enkele (meestal bejaarde)
bestuursleden om met de volle manden te gaan slepen naar een ander lokaal.
Natuurlijk stak er een storm van kritiek op. Zelfs zo luid dat het
feestelijke afscheid van de langjarige afdelingsvoorzitter, die zich
datzelfde afscheid zeker heel anders voorgesteld zal hebben, er helemaal
door overstemd werd. Terwijl hij van onze nieuwbakken burgemeester een heuse
ridderorde opgespeld kreeg en zo’n feit mag toch wel enig cachet hebben?
De jaarlijkse vergadering werd echter een nog grotere aanfluiting dan ze
alle jaren daarvoor al geweest was. Jaarlijks is er in onze afdeling
namelijk een ritueel te zien dat elke voorstelling van het begrip
‘democratische vergadering’ tart.
Het geheel wordt voorafgegaan door
verenigingsbestuurders die in rokerige achterkamertjes hun leden vooraf
proberen duidelijk te maken waar ‘het’ allemaal over gaat. Voorstellen
die daaruit resulteren worden door het afdelingsbestuur voorzien van een préadvies.
De voorstellen met een positief advies leggen het getalsmatig altijd
jammerlijk af tegen de negatieve adviezen.
Wat overblijft voor de afdelingsvergadering zijn lange opsommingen van
voorstellen (nauwelijks verschillend van het jaar ervoor) die vakkundig
neergesabeld worden. Ze hebben veel weg van de litanieën die gebeden werden
in de Katholieke kerk. Of, zo U wil, van het stemgedrag van de Opperste
Sovjet onder aanvoering van Nikita Chroestjov.
Eenmaal voorzien van het préadvies: afwijzen, is de kans dat het
voorstel het toch nog haalt immers gelijk nul.
Toch viel er het afgelopen jaar een van de weinige uitzonderingen sinds
mensenheugenis te beleven. Het voorstel van het afdelingsbestuur met de
zelfregulerende maatregelen haalde het niet! Misschien moet ik ook zeggen;
werd uit piëteit met een waardig afscheid van de scheidende voorzitter
teruggetrokken. Eén jaar uitstel en één jaar verder interen op de kas.
En
nu het seizoen ten einde loopt komt de geruchtenmachine op gang.
Er zijn lieden die precies weten wat er staat te gebeuren. Jawel! Zo viel er
‘uit welingelichte bron’ te vernemen dat er in ons eigen samenspel
tijdens het seizoen 2004 nog slechts drie weken ingekorfd kon worden in het
eigen lokaal. Daarna zouden er slechts 3 lokalen overblijven. Hierdoor zou
het verzamelen der duiven minder restmanden opleveren en ook minder
tijdrovend zijn. Daardoor kon de afdeling dan garanderen dat tot 400 km nog
slechts een nacht mand nodig was.
Waar haalt men het vandaan? Onzin natuurlijk. Volkomen uit de lucht
gegrepen.
Menig liefhebber ‘op leeftijd’ zou door zo’n maatregel ook meteen de
pijp aan Maarten geven en het voor gezien gehouden hebben.
Neen. Ik kan U verzekeren ‘uit eveneens welingelichte bron’ dat het
afdelingsbestuur het bij de maatregelen zal houden die vorig jaar al op de
mat lagen.
Wellicht met kleine detailafwijkingen. Maar de grote lijn blijft
gehandhaafd. De bal ligt nog steeds bij de verenigingen die zelf iets moeten
doen. Namelijk samengaan met een andere club of zorgen voor toestroom van
nieuwe leden. En dat is in onze contreien net zo zeldzaam als een dagenlang
aanhoudende stortbui in de Sahara.
Ik krijg er een heel onbestemd gevoel van in mijn buik. Zelfregulerende
maatregelen werken niet.
-
Het
aantal liefhebbers dat zich aan de ophokplicht houdt, is vele malen
kleiner als degenen die zich nergens om bekommeren.
-
Het
aantal afdelingen dat zijn wagenpark aangepast heeft aan de
vervoerseisen van deze tijd (zoals Friesland enige tijd geleden
demonstreerde met z’n nieuwste duivencontainer) is nog altijd
schrikbarend in de minderheid.
-
De
meeste liefhebbers hebben veel te veel duiven op hun hok en zijn nog
niet in staat om in eigen domein zelfregulerend op te treden. Niet in
deze afdeling. En ook niet in de Uwe.
ZELF
maatregelen nemen? Ho maar…….. Wij
zijn geen vriendenclub meer. De duivensport is verdeeld. Duivensport is ook
geen religie meer. En steeds meer gelovigen van onze sport hebben al jaren
geleden afscheid genomen van onze monotone gebeden.
Krabber.
Heeft
u reacties op bovenstaand artikel, dan kunt u deze sturen aan: krabbels@duiven.net
Wij zorgen ervoor dat deze reacties bij de schrijver terecht komen.
|