|
Het
is een nogal laatdunkende titel voor de zoveelste overpeinzing over het wel
en wee van de duivensport. Maar het is de omschrijving die het best de
lading dekt en ik heb hem ook - na ampele overwegingen - bewust laten staan.
Megahokken en de vraag of iedereen de duivensport op zijn of haar manier
eigen manier mag beoefenen? Als rechtgeaarde democraat moet je daar toch
gewoon ja op zeggen? En ook ik ben geneigd daar ook volmondig ja op te
zeggen, laat iedereen die sport beoefenen zoals hij of zij dat wil.
Maar toch wringt er iets. Voor mijn gevoel klopt het al niet in de koppeling
van de begrippen 'megahokken' en 'sport'. Sport was bij de oude Grieken en
Romeinen al bij voorkeur het spel 'voor iedereen'. Mens sano in corpere
sanum. Oftewel een gezonde geest in een gezond lichaam en sport als spel
voor iedereen. Meedoen was zelfs belangrijker dan winnen. Sport is
eeuwenlang anders ingevuld dan het vandaag de dag wordt gedaan. Sport was
iets dat je 'erbij' deed. Zoals 'de vliegende huisvrouw' Fanny Blankers elke
dag voor haar beide kinderen zorgde en op haar dertigste nog ‘even’
meedeed aan de Spelen.
Nu kan dat niet meer. Als je niet elke dag sport (sommigen zouden zelfs
zeggen: “…..als je niet elke dag een pilletje neemt”) ben je gedoemd
jammerlijk te figureren in de achterhoede.
Daarom horen we ook zo vaak dat de sport de sport niet meer is. Dat het een
geldzaak geworden is. Keiharde business. En die verandering voltrekt zich
ook in de duivensport.
De duivensport is niet meer van mannetjes-met-pet en een korfje duiven op de
bagagedrager van de tweewieler. Ook al was dat ooit wel het bepalende beeld;
één korf met daarin enkele duiven en heel zelden iemand met een grotere
mand.
Ook bij Jan-met-de-pet heeft de fiets plaatsgemaakt voor een groter stuk
blinkend blik en ook een groter aantal duiven. In ieder geval zit de
kofferbak boordevol manden en is vaak -tot ergernis van mama- ook nog de
achterbank bezaaid met houtkrullen en duivenveertjes. De "gezonde"
(?) drang naar steeds beter en meer, ingebakken in ons westers denken en
leven, heeft er toe geleid dat ook bij ‘Jan’ de hokken steeds
functioneler en aangepaster werden. En het aantal duiven verder toenam.
Evenals het aantal uren dat ‘Jan’ kon besteden omdat we met z’n allen
over steeds meer vrije tijd gingen beschikken.
Laatst somde zelfs ‘ns iemand twintig van de hardst spelende
midfondliefhebbers in onze omgeving op en stelde daarbij vast dat niemand
van hen zelfs nog werkte. Zijn stelling was dat je ‘het’ in het vitesse-
en midfondspel helemaal niet
meer kan maken als je niet over zeeën van vrije tijd beschikt. “Je
‘moet’ in de WAO zijn of gepensioneerd”.
Ik weet niet of ik het daar helemaal mee eens moet zijn maar het geeft wel
aan hoe ver je door kunt schieten en hoe ‘de sport’ ervaren wordt.
En dat we er heel veel voor over hebben om ‘de beste’ te zijn.
Dus
de ‘auto met flinke kofferbak’ wordt inmiddels opgevolgd door een
aanhangwagen met duiven erin. 6, 12 of 18 aluminium manden met plaats voor
30 duiven elk. Inclusief watergoten en airco! Je ziet kleine bestelbussen
waarvan de laadruimte helemaal volgestouwd is. Kortom de megahokken hebben
hun intrede gedaan in de duivensport. Verzorgers op de hokken, een aantal
man personeel en een stand op elke duivenbeurs. Paginagrote advertenties
voor de verkoop van diverse rondes jongen waarvoor in Nederland inmiddels te
weinig afzet is en dus wordt het heel gewoon om complete ladingen naar het
verre buitenland te verschepen.
Hokken met airco, automatische voedering, verduistering door middel van
elektrische rolluiken, transportbanden voor het mesttransport tot en met
automatische verversing van het drinkwater. Alle gemak en comfort omdat de
duivensport hier als onderneming geldt. En meestal spelen ze in weergaloze
stijl en is er voor de kleine melker in dezelfde club geen eer meer te
behalen. Professionele sportbeoefening(?) zo U wil.
Een
Belgische kennis van me klaagt er steen en been over en vraagt zich in een
publieke (internet)discussie af of zoiets 'normaal' is: een vlucht uit
Chartres op 05-07-2003 in een bepaalde vereniging waar 622 jonge duiven
deelnemen en er 244 prijzen te verdelen vallen.
In totaal strijden 38 deelnemers om de prijzen. Twee megahokken (misschien
niet eens het beste voorbeeld want ik ken megahokken die dit soort aantallen
met gemak alleen al op de been brengen) 'tekenen' samen voor 236 van de in
totaal vernoemde 622 jonge duiven. Met z'n tweeën kapen ze 148 van de 244
te winnen prijzen weg.
Beide ‘Meganisten’ betalen 234 Euro alleen al aan reiskosten! Is dat nog
liefhebberij? Is dat nog sport of moet je toegeven dat dat gewoon commercie
is? En als het commercie is, moet je het dan laten voortbestaan onder de
noemer sport? Is het megahok niet vaak de reden voor de kleinere melker om
ermee te stoppen. Een uitslag die volledig gedomineerd wordt, week in, week
uit, is voor velen demotiverend. Neem het kampioenschap van de eerst
geklokten.
Is
het een kwestie van eerlijk concurrentie als je met 6 duiven speelt tegen
een megahok dat 236 duiven op de been brengt? U moet eens uitrekenen hoeveel
groter de kans van dat megahok is om beter te presteren op ‘het
kampioenschap eerst geklokten’. En sport was toch iets van gelijke kansen?
Daar hadden we het toch over?
‘Jan’ wordt platgespeeld door de 235e en 236e duif
van het megahok. Hoezo gelijke kansen?
Waar Jan-met-een-drukke-baan het voeren ’s morgens aan zijn vrouw overlaat
is dit in het megahok geregeld door een verzorger die elk scheef zittend
veertje op een kilometer afstand ziet.
Omdat men uit een veel groter arsenaal selecteert komt op den duur ook de
kwaliteit hoger te liggen. Omdat men betere medische begeleiding heeft,
omdat een groot klad betere traint dan een groepje van 6, omdat een relatief
groot aantal duiven in een lossing ook van voordeel is omdat, omdat,
omdat……………een megahok een groot aantal voordelen heeft is het geen
eerlijk vergelijk. Betekent dat dus dat ik tegen megahokken ben? Nee, nee en
nog eens nee. Maar wel tegen ‘alles in dezelfde klasse’. Ik zou ervoor
zijn om het aantal duiven dat mee mag doen in de sportcompetitie voor de
meganisten te beperken. 10, 20 voor mijn part 50 duiven voor de
sportcompetitie en de rest buiten mededinging, in een aparte klasse. Dan
komt het grossieren in kampioenschappen ook -in-een-klap- in een ander
daglicht te staan.
Megahokken
in een onderlinge competitie laten spelen lijkt me ook wel leuk.
De
Belgische bond heeft inmiddels bepaald dat het ‘World Pigeon Center in
Hoesselt’ niet meer mag deelnemen aan de gewone vluchten. Misschien geven
ze daarmee wel het goede voorbeeld en de richting aan. Megahokken hebben
recht van bestaan maar dan -wat mij betreft- wel in een aparte klasse.
Ajax speelt tenslotte ook niet elke week tegen amateurclubs. Neen sterker
nog, juist omdat ze meer concurrentie willen is er al tijden sprake van het
creëren van een aparte Europese competitie voor de topclubs van elk
land.
En pratend over Ajax: ik ben ook niet tegen Ajax!
“Ook al heb elk nadeel z’n eige voordeel”?
Krabber.
Heeft
u reacties op bovenstaand artikel, dan kunt u deze sturen aan: krabbels@duiven.net
Wij zorgen ervoor dat deze reacties bij de schrijver terecht komen.
|