|
De
echt groten uit onze sport verkopen sinds jaar en dag duiven. Bij de meeste
is dat 'n verkoop van het geleidelijke type: af en toe een koppeltje jongen,
hier en daar een oude duif en allemaal min of meer spontaan en 'aan de
deur'.
Anderen verkopen elk jaar een ronde jongen in een bekend duivenlokaal.
Ook zie je, afhankelijk van de werkelijke 'grandeur' van de betreffende
liefhebber, verkopen met prachtige 'fullcolour' magazines die de vele eerste
prijzen, de kettinguitslagen in groot verband en de (soms ietwat gedateerde)
nationale of zelfs internationale overwinningen nogmaals in het geheugen
roepen. Dat soort verkopen vindt meestal plaats via de een of andere
duivenmakelaar en het eerder genoemde magazine is voor ons gewone
stervelingen niet te lezen. Waarom? Omdat we daarvoor het Taiwanees, Japans
of Chinees machtig hadden moeten zijn. Dat is afhankelijk van waar op dat
moment de beste prijzen geboden worden voor de Europese duif.
Maar
de meeste stervelingen proberen het gewoon in eigen land.
"Omdat de gezondheid te wensen overlaat". "Omdat er
noodgedwongen moet worden ingekrompen". "Omdat men helaas moest
verhuizen" of omdat men gewoon stopt met de sport. En dan heb ik het
nog niet eens over die liefhebbers die iedere paar jaar opnieuw stoppen.
Een vriend die ik dit eerste stukje liet lezen betichtte me onmiddellijk van
het nodige sarcasme en ironie. Maar die heb ik er echt niet in willen
leggen. Integendeel. Ik ben een liberaal in hart en nieren. Als iemand wil
verkopen, voor mijn part elk jaar, dan moet 'ie dat maar doen. En degene die
daar wil kopen hoop ik het nodige verstand toe, voor zover dat goed
Nederlands is, maar U weet wat ik bedoel.
Neen, geen ironie. Sterker nog, ik heb dit jaar zelf 'vanwege
gezondheidsredenen' een aantal duiven verkocht via internet. Welja, waarom
niet. Duiven verkopen via internet. Het leek me wel wat. Bovendien zijn mijn
duiven niet van dat kaliber dat je er een heuse verkooppraat over moet (of
kunt?) houden. Dus mij leek dat ik geen heuse verkoper nodig had en ook geen
bekend duiven-verkoop-lokaal. En het pijnlijke opbieden in een of ander
rokerig lokaal kon ik me besparen via de moderniteit. En aangezien vooral
'de jonge garde in de duivensport' zich van internet bedient, had ik ook nog
het gevoel daarmee een echte bijdrage te leveren aan de toekomst van de
sport. Want hoe bescheiden ik ook over mijn duiven wil zijn, waardeloos zijn
ze allerminst. Dat bleek wel uit het feit dat 'n deel van de 'rechtstreeksen'
enkele dagen na het sluiten van de verkoop al richting rijzende zon gingen.
Voor het zover was moesten echter eerst alle duiven op de foto. Met de
stamboom ernaast. Een beetje duif verkoop je alleen nog maar op die manier.
De foto en de stamboom alleen al zijn vele euro's waard. En dat bedrag
schroef je danig op door een verhaal met de nodige superlatieven ernaast te
zetten. Een paar uitslagen erbij en dan nog een stel namen die tot de
verbeelding spreken. Uit 'De zieke' en 'De slappe' verkoop je geen veer. Net
zo min als uit 'De Lelijkerd' en 'De eeuwige weduwduivin'. Dat moet je
aanvoelen bij zo'n verkoop. Maar 'De speer', 'De vooruit' en 'De Raket’ en
‘De komeet’ en ‘De rappe' daarentegen; succes verzekerd. Nu is mijn
tragiek dat ik liever eerlijk ben. En een duif die altijd 'de 109' geheten
heeft (ik weet het, zeer fantasieloos, ik geef het toe) zal bij mij niet
anders gaan heten. Ook niet voor een verkoop op internet. Bovendien voel ik
me ook een beetje een ambassadeur van de sport die ik 'en passant' altijd
wil promoten.
Ze
stonden nog geen uur op de digitale snelweg geannonceerd of de telefoon
ging. Een jonge liefhebber die langs wilde komen. "Hij kocht geen
duiven via een plaatje". Hij
wilde ze zien. Op zich heb ik daar niets op tegen, alleen jammer dat ik
ervoor had gekozen mijn duiven zonder 'al dat geloop aan de deur' te
verkopen. Dus ik had hem al bijna afgepoeierd. Maar hij was van het
vasthoudende type. En ik ben ook de beroerdste niet. Welke duif hij dan
wilde zien? Hij begreep dat hij mijn geduld niet onbeperkt op de proef kon
stellen maar ‘een stuk of vier’ wilde hij toch wel aan een nader
onderzoek onderwerpen. Of dat mocht. Zonder steun te zoeken bij de fles
wodka en ook zonder tranquillizers stemde ik in.
Even later al probeerde een aardige jongeman het zitcomfort van ons bankstel
en de ‘koffie mèt kaakje’ van de gastvrouw uit. We raakten in een
aardig gesprek. Waarom hij geen genoegen nam met de foto en de duiven wilde
zien? Omdat hij er niet van uitging dat de goedkoopsten ook de slechtsten
waren of, voegde hij er nog aan toe, de duursten ook de besten. Hij keek me
doorvorsend aan en ik moet toegeven dat ik enigszins verbijsterd was. Zoveel
vernuft had ik niet verwacht. Schoorvoetend gaf ik toe dat ‘ras’ en
‘stamboom’ woorden waren waar ik ook geen grote waarde aan hecht in dit
verband. Tegelijkertijd, want ik moet toch het laatste woord hebben, bracht
ik met stemverheffing in dat je ‘aan geen enkel uiterlijk kenmerk’
klasse of kwaliteit kunt toedichten. Hij reageerde niet maar ik voelde dat
we het hier oneens waren. Verwoed zocht hij naar ‘vierkante veertjes onder
de vleugels’, ‘witte streepjes in de veren rondom het oog’ terwijl hij
uit zijn broekzak een loupe toverde om de verkenningscirkel beter te kunnen
zien.
Aan de laatste duif ontbrak volgens hem werkelijk alles. Geen streepje, geen
vierkante pluim, slechte vleugel, geen cirkel. Werkelijk niets klopte. En
toen viel er een pijnlijke stilte. Of hij ook nog 2 andere duiven mocht
zien?
Mijn geduld raakte op.
Twee
weken later zag ik dat hij toch een duif gekocht had.
Zelfs de allerduurste. U weet wel, die duif waar werkelijk alles aan
ontbrak. Spontaan heb ik de hele fles wodka ‘burgemeester gemaakt’ en
ook de apotheek is dagenlang ‘los’ geweest. Alle lades en schabjes met
tranquillizers waren leeg!
Krabber.
Heeft
u reacties op bovenstaand artikel, dan kunt u deze sturen aan: krabbels@duiven.net
Wij zorgen ervoor dat deze reacties bij de schrijver terecht komen.
|