Krabbels van Krabber
Deel 31 " Het
sterft nooit uit. "
Deel 2
|
Deels
door mijn drukke werkzaamheden maar ook omdat ik geen 'geprogrammeerd' mens
ben en meer nog wellicht omdat ik geen slaaf wil zijn van mijn duiven, leg
ik mijzelf weinig regelmaat op. Ik voer niet elke dag op hetzelfde tijdstip.
Ik krab het hok niet altijd (elke dag) en zeker niet op hetzelfde tijdstip.
En bij mij staat ook wel eens een drinkbak een paar uur droog (niet elke
dag!). Voor mijn duiven is het zaak geweest te wennen aan de afwezigheid van
regelmaat; maar wellicht is dat ook regelmaat? Nu
moet ik toegeven dat de prestatiecurve meestal wat omhoog gaat als ik in de
zomermaanden een aantal weken aaneengesloten geniet van mijn vakantie 'aan
huis'. Dit
jaar dus anders. De hele bups zit al 4 weken op weduwschap en oefent elke
dag minimaal een uur. Zoals ze door de lucht scheren en met hun vleugels af
en toe klepperen; maken ze luidruchtig duidelijk dat ze klaar zijn voor het
naderende seizoen. En aan mij de schone taak om ze zo te houden. Voorlopig
kan ik op twee oren tegelijk gaan slapen. Eén
jarige doffer houdt me echter bezig. Hij heeft een jong grootgebracht
gedurende 14 dagen totdat zijn duivin de biezen pakte met medeneming van het
kroost. Vanaf dat moment van de echtscheiding ligt meneer de hele dag te
huilen in zijn bak en o wee als ik ze uitlaat. Geen meter vliegen maar wel
alle kleppen aflopen, op zoek naar zijn schoonheid. Dus ik met een bal,
steentjes en 'n vlag achter de seigneur aan aan 't jagen want er moet
getraind worden, toch? Maar hij vond z'n reproductiefase veel te spannend en
struint dank zij al mijn gejaag nu de hele buurt af op zoek naar z'n lief.
Totdat ik gisteren telefoon kreeg van een liefhebber uit een naburig dorp.
Er was een jarige doffer bij hem naar binnen gelopen. Of ik hem even op kwam
halen. En ik had al opgelegd voordat ik me realiseerde welke doffer. Dus met
enige tegenzin toch maar op pad. De twee opgewonden keffende hondjes vormden
een wonderlijk contrast met de bejaarde oude heer die heel rustig en bedaard
de deur open deed. Terwijl het jeugdig geweld in volume enigszins afnam
liepen we samen door het woonhuis naar het achterliggend erf waar het
duivenhok stond. Gastvrij werd ik in de gelegenheid gesteld ook de duiven te
bewonderen. Keurig verdeeld over negen nestbakken zag ik een keur aan blauwe
duiven. “Net gekoppeld en allemaal Janssen’s” verzekerde mijn gastheer
trots. “En hoe speelt U?”, was mijn spitse antwoord. “Och,
eigenlijk heel aardig”…………. En bij het woord ‘eigenlijk’
schijn ik zo’n afgrijselijke grimas vertoond te hebben dat de man zich wel
geroepen voelde dit te verklaren. “Ze komen wel goed, maar meestal net
even 10 minuten te laat”(!). De oorzaak daarvoor meende ik al bij de
eerste blik in het hok gezien te hebben. De ‘echte’ Janssen’s zaten er
bij alsof ze ingekruist waren op olifantjes, zo groot waren hun oren. Of hij
al eens ooit iets ‘tegen de koppen’ gegeven had? De man haalde z’n
schouders op. Hij ging 1 keer per jaar, op de fiets, naar een plaatselijke
dierenarts voor de enting. En die had geen verdere ziekten kunnen
vaststellen. Bovendien vond hij dat al trouble genoeg: op de fiets met twee
korven vol duiven!
Heeft
u reacties op bovenstaand artikel, dan kunt u deze sturen aan: krabbels@duiven.net
|
| Terug naar Krabber Terug naar Duiven.net Een site van ADVIDU, Utrecht |