|
Hij belde mij op met de mededeling
dat hij ook met duiven wilde starten en op zoek was naar een soort ‘mental coach’. Men had hem verteld dat ik het hart op de
goede plek had, altijd bereid was om anderen te helpen en zeer gedreven
bezig met duivensport. Bovendien schreef ik erover en dan moet je er toch
ook verstand van hebben? Bij mij was
‘the only place to be’. Hij klonk ook heel overtuigd toen hij het zei.
Onmiddellijk vroeg ik mij af wie mij dit oor aangenaaid had. Wie was in
godsnaam in staat om zoveel onzin achter iemands rug uit te kraaien. De een
of andere ‘bevriende melker’ die geen zin had om zelf ‘dag en nacht’
met beginnervragen lastig gevallen te worden? Wat mij betreft zou die dan -
in relatie tot mij - het woord ‘vriend’ meteen uit zijn vocabulaire
mogen schrappen.
Maar gaandeweg het gesprek bleek dat het nog veel vervelender lag. Mijn
beller was mijn schoonzusje tegengekomen op een familiefeestje. Zoals dat
meestal gaat op dit soort feestjes; de volgorde van binnenkomst bepaalt
naast wie je zit de hele verder avond. En we weten allemaal uit ervaring hoe
dat kan voelen. Kom maar eens terecht naast iemand die geen stof heeft en
die zwijgend als een oester naast je zit. Of ga zitten naast ‘de waterval
van Schaffhausen’
die zichzelf alleen hoort ruisen en die jouw stilte overspoelt met thema’s
waar je ooit wel eens over zou willen praten maar niet op dit feestje en
niet met deze persoon. In het slechtste geval rest je niets anders dan weer vroeg
op te stappen vanwege ‘een drukke dag morgen’ of ‘een opkomende
griep’. Maar ‘hij’ was dus naast mijn schoonzusje geland.
Omdat hij ‘vervroegd uitgetreden was uit ‘n overheidsdienst’ had hij
nu volop tijd om met een of meerdere hobby’s aan de slag te gaan. Hij had
al een reeks van voorstellen overwogen en ook weer verworpen en wellicht
wist mijn schoonzusje iets waarmee hij zijn vrije tijd kon vullen?
Zij schijnt meteen geroepen te hebben dat ze nergens verstand van had, ook
niet van verzekeren. Maar tenslotte had ze dus toch deze briljante ingeving
geventileerd: DUIVEN.
Aan duiven kon je zoveel tijd besteden als je wilde. Ze hielden je volledig
van de straat en het was ook nog vertederend om het jonge grut te zien
opgroeien, de eerste rondjes rondom het hok te zien maken, terug te zien
komen van de eerste oefenvluchtjes. Haar zwager kon er helemaal lyrisch over
worden en urenlang over vertellen.
Onze ‘vervroegd uittreder’ was een en al oor. Zijn ouders hadden hem als
kind al sierduiven cadeau gedaan.
Dus dit klonk goed, man. Hij zag het al voor zich. De tuin zou opnieuw
aangelegd worden. Een prachtig duivenhok van 12 meter lengte. Lustig parende
koppeltjes her en der, op het dak, de klep en op het gras. Een idylle toch?
Het hele Anton Pieck verhaal ging aan z’n geestesoog voorbij. Dit was de
harmonie waarna hij op zoek was geweest. De volgende dag zou hij gelijk
bellen. Het vertederende plaatje zat al rotsvast in z’n hoofd. Het
spaargeld dat hij nog had liggen had nu eindelijk zijn bestemming gevonden.
Ondanks dat het antireclame is heb ik flink op de rem getrapt door over een
vergrijzende hobby te gaan reppen. Over steeds verder wegliggende
inzetlokalen. Over duur en weet ik niet wat allemaal maar hij was niet meer
te stoppen. Hij zou met duiven gaan beginnen.
Mijn laatste strohalm was de hindermacht van de bureaucratie. Hoe dacht hij
een vergunning voor zijn duivenhok te krijgen. In zijn dichtbevolkte-3e
rangs-brabantse-plattelands-gemeente was dat geen sinecure, toch? Heel even
was er enige aarzeling op zijn gezicht te bespeuren. Hij had er kennelijk
niet aan gedacht dat hij ook nog een vergunning moest aanvragen. Maar dat
was maar heel even.
Toen klaarde het gezicht al weer op en vierde de onverzettelijkheid weer
hoogtij. Al helemaal toen ik hem ook nog de adressen wist te bezorgen van
een paar concurrerende hokkenbouwers. Inmiddels is hij al enkele koppels
oude duiven komen halen en vliegen zijn eigen jonkies al hun eerste rondjes.
Maar hij heeft wel moeten afrekenen met een paar decepties. Bijvoorbeeld
toen de gemeente hem liet weten dat er enkele bezwaarschriften ingediend
waren door omwonenden. Zeker toen bleek dat het de halve straat betrof. Zijn
buren vonden het ‘niet van deze tijd’ en ook niet ‘passen’ binnen de
buurt. Maar na de hoorzitting waarin de ambtenaar nog eens haarfijn het
verschil tussen hinderwet en bestemmingsplan uitlegde aan de buurt is het
stil geworden. En Nederland een tevreden vutter rijker. Die anders denkt
over de betekenis van ‘een goede buur en een verre vriend’.
Krabber.
Heeft
u reacties op bovenstaand artikel, dan kunt u deze sturen aan: krabbels@duiven.net
Wij zorgen ervoor dat deze reacties bij de schrijver terecht komen.
|