Krabbels van Krabber
 Deel 32 " Het sterft nooit uit. " Deel 3

Hij belde mij op met de mededeling dat hij ook met duiven wilde starten en op zoek was naar een soort ‘mental coach’. Men had hem verteld dat ik het hart op de goede plek had, altijd bereid was om anderen te helpen en zeer gedreven bezig met duivensport. Bovendien schreef ik erover en dan moet je er toch ook verstand van hebben? Bij mij was ‘the only place to be’. Hij klonk ook heel overtuigd toen hij het zei. 
Onmiddellijk vroeg ik mij af wie mij dit oor aangenaaid had. Wie was in godsnaam in staat om zoveel onzin achter iemands rug uit te kraaien. De een of andere ‘bevriende melker’ die geen zin had om zelf ‘dag en nacht’ met beginnervragen lastig gevallen te worden? Wat mij betreft zou die dan - in relatie tot mij - het woord ‘vriend’ meteen uit zijn vocabulaire mogen schrappen.
Maar gaandeweg het gesprek bleek dat het nog veel vervelender lag. Mijn beller was mijn schoonzusje tegengekomen op een familiefeestje. Zoals dat meestal gaat op dit soort feestjes; de volgorde van binnenkomst bepaalt naast wie je zit de hele verder avond. En we weten allemaal uit ervaring hoe dat kan voelen. Kom maar eens terecht naast iemand die geen stof heeft en die zwijgend als een oester naast je zit. Of ga zitten naast ‘de waterval van
Schaffhausen’ die zichzelf alleen hoort ruisen en die jouw stilte overspoelt met thema’s waar je ooit wel eens over zou willen praten maar niet op dit feestje en niet met deze persoon. In het slechtste geval rest je niets anders dan weer vroeg op te stappen vanwege ‘een drukke dag morgen’ of ‘een opkomende griep’. Maar ‘hij’ was dus naast mijn schoonzusje geland. 
Omdat hij ‘vervroegd uitgetreden was uit ‘n overheidsdienst’ had hij nu volop tijd om met een of meerdere hobby’s aan de slag te gaan. Hij had al een reeks van voorstellen overwogen en ook weer verworpen en wellicht wist mijn schoonzusje iets waarmee hij zijn vrije tijd kon vullen?
Zij schijnt meteen geroepen te hebben dat ze nergens verstand van had, ook niet van verzekeren. Maar tenslotte had ze dus toch deze briljante ingeving geventileerd: DUIVEN. 
Aan duiven kon je zoveel tijd besteden als je wilde. Ze hielden je volledig van de straat en het was ook nog vertederend om het jonge grut te zien opgroeien, de eerste rondjes rondom het hok te zien maken, terug te zien komen van de eerste oefenvluchtjes. Haar zwager kon er helemaal lyrisch over worden en urenlang over vertellen. 
Onze ‘vervroegd uittreder’ was een en al oor. Zijn ouders hadden hem als kind al sierduiven cadeau  gedaan. Dus dit klonk goed, man. Hij zag het al voor zich. De tuin zou opnieuw aangelegd worden. Een prachtig duivenhok van 12 meter lengte. Lustig parende koppeltjes her en der, op het dak, de klep en op het gras. Een idylle toch? Het hele Anton Pieck verhaal ging aan z’n geestesoog voorbij. Dit was de harmonie waarna hij op zoek was geweest. De volgende dag zou hij gelijk bellen. Het vertederende plaatje zat al rotsvast in z’n hoofd. Het spaargeld dat hij nog had liggen had nu eindelijk zijn bestemming gevonden.
Ondanks dat het antireclame is heb ik flink op de rem getrapt door over een vergrijzende hobby te gaan reppen. Over steeds verder wegliggende inzetlokalen. Over duur en weet ik niet wat allemaal maar hij was niet meer te stoppen. Hij zou met duiven gaan beginnen.
Mijn laatste strohalm was de hindermacht van de bureaucratie. Hoe dacht hij een vergunning voor zijn duivenhok te krijgen. In zijn dichtbevolkte-3e rangs-brabantse-plattelands-gemeente was dat geen sinecure, toch? Heel even was er enige aarzeling op zijn gezicht te bespeuren. Hij had er kennelijk niet aan gedacht dat hij ook nog een vergunning moest aanvragen. Maar dat was maar heel even. 
Toen klaarde het gezicht al weer op en vierde de onverzettelijkheid weer hoogtij. Al helemaal toen ik hem ook nog de adressen wist te bezorgen van een paar concurrerende hokkenbouwers. Inmiddels is hij al enkele koppels oude duiven komen halen en vliegen zijn eigen jonkies al hun eerste rondjes.

Maar hij heeft wel moeten afrekenen met een paar decepties. Bijvoorbeeld toen de gemeente hem liet weten dat er enkele bezwaarschriften ingediend waren door omwonenden. Zeker toen bleek dat het de halve straat betrof. Zijn buren vonden het ‘niet van deze tijd’ en ook niet ‘passen’ binnen de buurt. Maar na de hoorzitting waarin de ambtenaar nog eens haarfijn het verschil tussen hinderwet en bestemmingsplan uitlegde aan de buurt is het stil geworden. En Nederland een tevreden vutter rijker. Die anders denkt over de betekenis van ‘een goede buur en een verre vriend’.

Krabber.

Heeft u reacties op bovenstaand artikel, dan kunt u deze sturen aan: krabbels@duiven.net 
Wij zorgen ervoor dat deze reacties bij de schrijver terecht komen. 

Terug naar Krabber
Terug naar Duiven.net

Een site van ADVIDU, Utrecht