Krabbels van Krabber
 Deel 33  Epiloog " Het sterft nooit uit. " Deel 4

De telefoon haalde mij volledig uit mijn concentratie. Ik weet ook niet waarom. Hij rammelt zo vaak dat ik aan dat geluid inmiddels aardig gewend zou moeten zijn. Maar toch. Ik was volledig van mijn apropos. Een rauwe mannenstem aan de andere kant liet mij weinig kans om even rustig ‘bij te komen’.
‘Of ik duiven had?’ wilde hij weten. En nog voordat ik ja gezegd had liet hij al weten dat hij een duif van mij gevangen had die ik kon komen ophalen.
Vervolgens kreeg ik een adres (opnieuw zonder naam) en de - hoogst waarschijnlijk vriendelijk bedoelde - tekst naar mijn oor geslingerd om hem maar zo gauw mogelijk te komen halen.
Tien minuten later was ik al op weg. Bij het opgegeven adres was ik enigszins verrast. Een prachtig herenhuis waar je geen duivenhok achter zou zoeken.
Althans, ik weet niet of ik er een duivenhok naast zou planten, hoe verslingerd dat ik ook ben aan de duivensport. Maar goed, ieder zijn heug en meug.
De duivenmelker himself deed open. En zijn openingszet was meer dan verrassend. Ik kreeg een compliment voor mijn snelle actie. Onmiddellijk mompelde ik iets terug over ‘anderen met mijn opvangers niet tot last willen zijn’ en omdat ik de aandacht niet zo graag op mijzelf gericht zie ging ik door met een compliment over het prachtige huis.
Nu ben ik altijd al onder de indruk geweest van de zeggingskracht van de fabels van La Fontaine. Speciaal die waarin ‘le corbeau’ zwicht voor het compliment van ‘le renard’ over zijn zangtalenten en spontaan begint te krijssen. Gevolg: het felbegeerde stuk kaas valt op de grond en de rode vos stapt er parmantig mee hene.
Iets soortgelijks was hier twee eeuwen later nog steeds te aanschouwen. De gastheer van mijn blauwe sprik begon te krijssen over zijn onverzadigbare drang naar het beste. Hij had kosten noch moeite gespaard met betrekking tot zijn stulpje en ‘zo’ stond hij ook in het leven. Alleen het beste was goed genoeg. En dat gold vanzelfsprekend ook voor de duiven. Allerlei beroemde namen ratelden als in een mitrailleurvuur over mijn hoofd. Zuivere dit en zuiver dat. Hij had het allemaal. En niet ‘zoals anderen’ uit 2e of 3e hand. Nee meneer. Zelf gekocht, aan de bron.
Ik kan het niet helpen maar ik deed er nog een schepje bovenop. Over de ‘succesvolle zakenman’ die ook in het dagelijks leven met minder geen genoegen neemt. De man was overtuigd dat hij ‘klasse-duiven’ op zijn hok had. Klasse, klasse en nog eens klasse was het credo. Je kon natuurlijk geluk hebben en met een ‘toevlieger’ of een ‘duif van de kerktoren’ maar die kans was te verwaarlozen klein, wist hij. Er waren veel meer slechte dan goeie en de kans dat je een superduif opvangt is net zo groot als een hoosbui in de Sahara die twee weken aanhoudt.
Ik was in ieder geval geraakt door de meteorologische kennis en ik vroeg me af sinds wanneer je opgevangen duiven zomaar mag houden? De les ‘duivenhouden met gegarandeerd succes’ ging maar verder. Het hok was een waar juweel. Automatsiche verduistering, automatische voerdistributie, automatische drinkwaterverversing, lopende banden voor de mestafvoer, ga zo maar door. Ik kreeg het gevoel alsof ik op de voorjaarsbeurs was. Alleen met dat verschil dat je daar alle kraampjes langs moet om alle nieuwigheden te zien en hier was het in één kraam gecombineerd. Alleen was alles overduidelijk gericht op ‘de baas’ en ‘weinig tijd’.
Het jonge duivenhok bijvoorbeeld was het treffendste voorbeeld van steriel duivenhouden. Geen gezelligheid, geen knusse duistere hoekjes om in weg te kruipen geen enkel vleugje gezelligheid  dat uitnodigde tot een scharrel. En passant vroeg ik naar de wedvluchtresultaten. Ik kreeg een paar uitschieters gerapporteerd, sommige zelfs al enigszins bejaard maar geen week-in-week-uit glorie. “Om elke week aan de kop te kunnen draaien moet je meer tijd hebben”, doceerde mijn gastheer verder. En daar ontbrak het helaas nog wel eens aan. Ik vroeg me af of zijn zakelijke dictionaire het woord ‘downsizing’ kende? Wat minder duiven houden?
Natuurlijk niet. Je moest er veel hebben en daaruit alleen de ‘steengoeie’ houden. De rest werd hier verkocht. Vanwege de afstamming alleen al had hij heel veel vraag. Omdat ‘Jan met de pet’ zich zulke juweeltjes gemeenlijk niet eens kan veroorloven. En dan vond men dit een buitenkansje.
Ondertussen viel me op dat de gritbakken op het kweekhok kennelijk al enige tijd leeg hadden gestaan. En omdat het allemaal ‘vastzitters waren met geweldige stambomen’ waren veel nesten veranderd in een natte kliederboel. Want zelfs de meest ‘geweldige stambomen’ hebben een normale elektrolytenhuishouding. Zelfs de meest geweldige stamboom heeft behoefte aan een normale portie zouten en mineralen.
Uit de bovenste nestbak vloog een duivin naar de grond toe die zoveel gegeven had, zoveel gevoerd en zoveel heen en weer gevlogen naar haar kroost dat zij nu de bovenste bak niet meer haalde. Duiven voelen feilloos aan als er sprake is van een tekort. En om dat tekort te compenseren gaan ze nog meer (water) voeren. In de hoop ‘het’ hiermee aan te vullen. Maar nu kon ze niet meer. Ze bleef op de grond zitten. Haar poten leken haar lijf niet meer te kunnen dragen. Hulpeloos strekte ze haar vleugels om  niet voorover te vallen. Maar toch deed ze dat. Mijn gastheer pakte haar resoluut van de grond.
“Wat niet gezond blijft uit zichzelf……………”: klonk het heel dreigend.
Hij was overtuigd dat hier sprake was van een ziekte. Een vriend had gezegd dat je dit beeld vaak zag bij een acute streptokokken infectie.
Mijn ampele tegenwerpingen dat een bakje grit, voldoende water en enkele uren afzondering wellicht wonderen zouden doen, ten spijt.
Maar ja, wie ben ik? Mijn eigen duiven verdwalen nota bene omdat ze wellicht niet in orde zijn. Wie ben ik dan om anderen raad te geven? Misschien hebben duiven met bijzondere stambomen wel bijzondere voedingspatronen. Zonder mineralen. Zonder elektrolyten. Zonder grit.

Krabber.

Heeft u reacties op bovenstaand artikel, dan kunt u deze sturen aan: krabbels@duiven.net 
Wij zorgen ervoor dat deze reacties bij de schrijver terecht komen. 

Terug naar Krabber
Terug naar Duiven.net

Een site van ADVIDU, Utrecht