|
Deel
I
Wat doet een duivenmelker in hart
en nieren als de vakantieperiode in zicht komt? Toch maar meegaan op
vakantie om de lieve vrede te bewaren of zijn zin doordrijven en thuis
blijven? Als toepasselijke reden zou je er de economische crisis aan z’n
haren kunnen bijslepen. Of aangeven dat je ‘gene goesting’ hebt zoals de
Belgen dat zeggen en/of ook geen fatsoenlijke vervanger. Er zijn immers
nauwelijks nog duivenmelkers te vinden vandaag de dag. Ik hoef U niet meer
te verhalen over de tijd dat in ons pokkendorp ooit een bloeiende vereniging
was met 45 spelende leden. In de aangrenzende dorpen waren zelfs meerdere
verenigingen. Dorpen met rond de tweeduizend inwoners. Waarvan minstens 100
actieve duivenmelkers. En daaromheen familie vrienden en bekenden die begaan
waren met de sport. Dat dat nu erg veranderd is weet iedereen onderhand wel.
Ik kan elke dag en op elk uur van de dag mijn duiven loslaten zonder een
aangrenzend melker in het vaarwater te zitten.
Het hele dorp telt nog slechts een handjevol melkers. Dus ook geen vrienden
en bekenden meer in overvloed die ik kan vragen om op mijn duiven te passen.
Het dilemma is dat de melker van vroeger niet op vakantie ging (ondanks de
overvloed aan mensen in zijn omgeving die voor de beestjes konden zorgen) en
de melker van vandaag nu juist wel op vakantie wil terwijl er geen
vervangers zijn. Maar ik moet niet zeuren. ‘Panta rhei’ oftewel alles
verandert en niets blijft hetzelfde. Dat wist Heraclitus al voor onze
jaartelling. En als alles verandert, dan verandert ook de duivensport.
Oudere melkers hebben bovenstaande strijd om de vakantie inmiddels gestreden
en gaan met hun ega ‘buiten het seizoen’. Maar bij ons zijn er elk jaar
opnieuw vakantieschermutselingen. Als je schoolgaande kinderen hebt ligt het
ook wat minder makkelijk. Bovendien moet je ook rekening houden met hun
wensen. En met: “Wij gingen vroeger thuis ook niet op vakantie”, hoef ik
al lang niet meer aan te komen. Ik krijg al vaak genoeg verweten dat ik
meedoe in een hobby met een oubollig imago. Dus ga ik er zeker niet aan
bijdragen door dat soort uitspraken te bezigen.
Het was dat jaar grauw en grijs in juni en juli was nog veel
erger. Dus naarmate de oogstmaand naderde werd mijn vrouw ongeduriger. Het
perspectief van een verregende vakantie thuis, sprak haar in het geheel niet
aan. En als ‘ons‘ vrouw iets in haar hoofd heeft…..
Ze is nu eenmaal van het vasthoudende type. “Geen gezeur; je regelt maar
wat voor die beesten maar we gaan wel op vakantie!”. Dat jaar meenden wij
dus het ei van Columbus gevonden te hebben. Mijn schoonmoeder wilde wel op
de duifjes passen. Zij had, net zo min als haar man, ooit naar mijn duifjes
getaald maar ze wilde er goed voor zorgen. Als wij het goedvonden dat ze
haar broer en zijn vrouw ook meenamen. Dan konden ze het werk wat verdelen
en hadden ze ook nog wat gezelligheid aan elkaar. En ze waren ook bereid om
een paar dagen eerder te komen ‘zodat we voldoende tijd hadden om alles
uit te leggen’.
Over dat laatste aanbod zal ik ongetwijfeld wat gemengde gevoelens gehad
hebben maar je moet wat over hebben voor de sport, toch? Wij konden veertien
dagen naar Turkije en zij hadden een extra vakantie in ons bescheiden
optrekje.Vrijdags kwam de hele stoet al aanrijden.
Op zo’n moment zou ik voor menig psychiater-in-opleiding
een geweldig leerobject kunnen zijn en de incorporatie van ‘n typisch
geval van gespleten persoonlijkheid. Uit het leerboek.
Ik doe aan de ene kant mijn uiterste best om mijn vrouw te begrijpen die er
hoe-dan-ook-tussenuit wil. Terwijl ik dagenlang zachte tegenwerpingen maak
“dat we het thuis toch ook gezellig kunnen maken”. “Dat we toch zo’n
prachtig huis hebben en eigenlijk niet weg hoeven”. Maar de liefde wint.
Of misschien moet ik zeggen de liefde voor de geliefde. Want uiteindelijk
gaan we. Met of zonder echte oppasser voor de duiven. En in dit geval had ze
toch meegedacht over de oplossing van dat probleem? Ons moeder zou toch
komen?
Gelukkig had ik nog enige keuze in de dag van vertrek.
Zondagavond laat. Zo’n eerste dag wordt dan al fijn bij je vakantie geteld
terwijl je de hele dag tussen twee werelden zweeft.
In huis zitten inmiddels gasten zodat je het niet meer echt ervaart als je
eigen optrekje. Gasten die inmiddels het slowmotion ritme van de vakantie
geadopteerd hebben. Die van jou verwachten dat je even gezellig doet en mee
aanschuift aan een kop koffie met gebak terwijl jouw klok op hol slaat. Je
wilt immers alle nog beschikbare tijd besteden aan een laatste grondige
inspectie van de duiven en het duivenhok. Aanwijzingen neerpennen,
schema’s opschrijven en nog een laatste keer het een en ander uitleggen?
En mijn liefhebbende echtgenote fietst er nog eens tussendoor met
indringende levensgrote vraagstukken als: “Moet je blauwe pak ook mee?”.
Naar Turkije? 40 graden in de schaduw? Een stel ondergoed, een zwembroek en
een vlekkengom. Maar mijn grapje kan niet op bijval rekenen.
Krabber.
Heeft
u reacties op bovenstaand artikel, dan kunt u deze sturen aan: krabbels@duiven.net
Wij zorgen ervoor dat deze reacties bij de schrijver terecht komen.
|