Krabbels van Krabber
 Deel 36 " Met een duivenmelker op vakantie; een ramp!

Deel II

De zondagochtend kroop heel traag voorbij. De teletekst gaf maar geen lossingsuur te zien en uiteindelijk - rond het middaguur - alleen maar sterretjes. Uitgesteld tot morgen. Ik zag mijn geest al kruipen maar schoonmama sprak me moed in. “Wij kunnen die ringetjes ook wel afdoen”! Je moet niet denken dat we helemaal niks zouden kunnen! En wij brengen die klok ook wel weg naar het lokaal. Maak je nou eens niet zo sabbel!  

Ook al gaat de tijd langzaam, ze gaat altijd voorbij. ’s Middags werden we door de hele familie uitgezwaaid. Allerlei hartelijke wensen werden over en weer uitgewisseld terwijl boven het stuur van mijn bolide een duidelijk betrokken visage zijn best deed om ook nog wat hartelijkheid uit te stralen. 
Had ik mijn duiven niet beter uit het concours kunnen terug trekken? Weg kampioenschap, oké, maar misschien was dat toch verstandiger geweest? Gelukkig werkte mijn mobiele telefoon wel vanuit Turkije. Onderweg had ik daar al twijfels over maar ik had het niet nagekeken. Dus wist ik het niet zeker. Hoe laat kun je dan ’s morgens met goed fatsoen bellen naar Nederland? 
Bel je tegen de tijd dat je gasten het ontbijt wel achter de kiezen zullen hebben? Maar is het dan niet al te laat en zijn de duiven wellicht al binnen? Dat is een risico dat je niet wil lopen …….. 

En ik geef toe dat ik ongeduldig ben: “Hoe laat is het bij jullie nu en zijn de duiven al los?” 
Hoezo, de duiven los? Hoe weten we dat dan? ’s Middags nog eens gebeld. Ik doe mijn best om de spanning in mijn stem te verbergen. Zonder veel omhaal, zonder veel beleefdheden uit te wisselen kom ik meteen ‘to the point’. Hoeveel duiven hebben jullie gedraaid? Nog geeneen? Helemaal niks? Hoe kan dat nou, geen duif gezien? Hebben jullie wel in het goede hok gekeken? Gelukkig is dat wel het geval! Een bevriend melker weet mij te vertellen dat het een rampvlucht aan het worden is. Hij noemt een paar namen van grote melkers die eveneens nog ‘geen veer aan huis hebben’. Het stelt me een beetje gerust. Hoe gek dat dat ook moge klinken. s’Avond nog twee keer aan de telefoon. Een half uur delibereren over de zin van ‘een klok afslaan als er geen duif in zit’. Alsof ik aandelen had bij KPN.   

De volgende dag hetzelfde liedje. Ondanks de vermaningen van mijn vrouw laat ik mijn GSM weer overuren maken. “Wij zijn om zeven uur opgestaan om te ontbijten. Ze zeiden in het lokaal dat er mogelijk al duiven konden zijn vanaf 5 uur. Maar dat vonden we te gek. Die beestjes willen toch ook wel een beetje bekomen. Zo vroeg zullen ze er wel niet zijn, dachten we. Maar  toen ‘ons vader’ om 8 uur ging kijken zat er inderdaad eentje op de klep.” 
Alleen, toen hadden we een probleem! We hebben z’n ringetje er niet afgekregen. Dat zat zo strak en we hadden angst om hem pijn te doen!
Kennelijk was mijn duif al eerder ergens anders binnengelopen en hadden ze daar het gummi ringetje afgedaan. Dus hadden ‘ons’ vader en moeder aan de vaste voetring zitten prutsen schoot het door mijn gedachten. Wisten zij veel?
“En toen?”
Toen hebben we ‘zo’ maar een afslag gemaakt, zonder ringetje. De duif is toch thuis? Gelukkig zien ze mijn gezicht niet. Omdat de duiven slechts heel sporadisch vallen vind ik een bevriend melker die even gaat kijken. De duif wordt alsnog geconstateerd. Het gummiringetje zat wat hoger opgeschoven rond z’n poot. En het was wit. En een wit ringetje valt niet zo hard op tegen een achtergrond van witte veren. Dus had de hele familie aan de vaste voetring zitten pulken.
En over de valse afslag moest ik me maar verder niet drukmaken. Dat zou ‘die meneer’ wel uitleggen in het lokaal. 
Ik meende het hoongelag van mijn kompanen te kunnen horen tot in Turkije.

Die dag was ik van mijn belziekte genezen. Ze zoeken het maar uit zeg ik quasi nonchalant tegen mijn vrouw. Een reprimande was mijn loon.
 
“Word je eindelijk verstandig? Leer nou eens afstand te nemen! Zo heb je nooit vakantie” 

’s Avonds sta ik op het balkon. Het is te warm om te slapen. Bovendien zoemt en zwermt er van alles rond mijn hoofd waar ik niet goed tegen kan. Vlakbij dreunt een disco Europese muziek afgewisseld met Turks kattengejank. Mijn vrouw droomt van gebruinde torso’s, goudgele stranden en  wuivende groene palmen. Ze heeft een heel tevreden uitdrukking op haar gezicht. 
Op een Turkse markt heeft ze vandaag een hele stapel T-shirts gekocht. Originele merk T-shirts. Spotgoedkoop. Morgen wil ze er weer heen. Want voor dat geld koop je ze niet in Nederland! Neen, zij is blij dat ze hiernaartoe gekomen is. Turkije is duidelijk nog een vakantieland in opkomst. Zullen we volgend jaar weer gaan?

Krabber.

Heeft u reacties op bovenstaand artikel, dan kunt u deze sturen aan: krabbels@duiven.net 
Wij zorgen ervoor dat deze reacties bij de schrijver terecht komen. 

Terug naar Krabber
Terug naar Duiven.net

Een site van ADVIDU, Utrecht