|
Deel
II
De zondagochtend kroop heel traag voorbij. De teletekst gaf
maar geen lossingsuur te zien en uiteindelijk - rond het middaguur - alleen
maar sterretjes. Uitgesteld tot morgen. Ik zag mijn geest al kruipen maar
schoonmama sprak me moed in. “Wij kunnen die ringetjes ook wel afdoen”!
Je moet niet denken dat we helemaal niks zouden kunnen! En wij brengen die
klok ook wel weg naar het lokaal. Maak je nou eens niet zo sabbel!
Ook al gaat de tijd langzaam, ze gaat altijd voorbij. ’s
Middags werden we door de hele familie uitgezwaaid. Allerlei hartelijke
wensen werden over en weer uitgewisseld terwijl boven het stuur van mijn
bolide een duidelijk betrokken visage zijn best deed om ook nog wat
hartelijkheid uit te stralen.
Had ik mijn duiven niet beter uit het concours kunnen terug trekken? Weg
kampioenschap, oké, maar misschien was dat toch verstandiger geweest?
Gelukkig werkte mijn mobiele telefoon wel vanuit Turkije. Onderweg had ik
daar al twijfels over maar ik had het niet nagekeken. Dus wist ik het niet
zeker. Hoe laat kun je dan ’s morgens met goed fatsoen bellen naar
Nederland?
Bel je tegen de tijd dat je gasten het ontbijt wel achter de kiezen zullen
hebben? Maar is het dan niet al te laat en zijn de duiven wellicht al
binnen? Dat is een risico dat je niet wil lopen ……..
En ik geef toe dat ik ongeduldig ben: “Hoe laat is het bij
jullie nu en zijn de duiven al los?”
Hoezo, de duiven los? Hoe weten we dat dan? ’s Middags nog eens gebeld. Ik
doe mijn best om de spanning in mijn stem te verbergen. Zonder veel omhaal,
zonder veel beleefdheden uit te wisselen kom ik meteen ‘to the point’.
Hoeveel duiven hebben jullie gedraaid? Nog geeneen? Helemaal niks? Hoe kan
dat nou, geen duif gezien? Hebben jullie wel in het goede hok gekeken?
Gelukkig is dat wel het geval! Een bevriend melker weet mij te vertellen dat
het een rampvlucht aan het worden is. Hij noemt een paar namen van grote
melkers die eveneens nog ‘geen veer aan huis hebben’. Het stelt me een
beetje gerust. Hoe gek dat dat ook moge klinken. s’Avond nog twee keer aan
de telefoon. Een half uur delibereren over de zin van ‘een klok afslaan
als er geen duif in zit’. Alsof ik aandelen had bij KPN.
De volgende dag hetzelfde liedje. Ondanks de vermaningen van
mijn vrouw laat ik mijn GSM weer overuren maken. “Wij zijn om zeven uur
opgestaan om te ontbijten. Ze zeiden in het lokaal dat er mogelijk al duiven
konden zijn vanaf 5 uur. Maar dat vonden we te gek. Die beestjes willen toch
ook wel een beetje bekomen. Zo vroeg zullen ze er wel niet zijn, dachten we.
Maar toen ‘ons vader’ om 8
uur ging kijken zat er inderdaad eentje op de klep.”
Alleen, toen hadden we een probleem! We hebben z’n ringetje er niet
afgekregen. Dat zat zo strak en we hadden angst om hem pijn te doen!
Kennelijk was mijn duif al eerder ergens anders binnengelopen en hadden ze
daar het gummi ringetje afgedaan. Dus hadden ‘ons’ vader en moeder aan
de vaste voetring zitten prutsen schoot het door mijn gedachten. Wisten zij
veel?
“En toen?”
Toen hebben we ‘zo’ maar een afslag gemaakt, zonder ringetje. De duif is
toch thuis? Gelukkig zien ze mijn gezicht niet. Omdat de duiven slechts heel
sporadisch vallen vind ik een bevriend melker die even gaat kijken. De duif
wordt alsnog geconstateerd. Het gummiringetje zat wat hoger opgeschoven rond
z’n poot. En het was wit. En een wit ringetje valt niet zo hard op tegen
een achtergrond van witte veren. Dus had de hele familie aan de vaste
voetring zitten pulken.
En over de valse afslag moest ik me maar verder niet drukmaken. Dat zou
‘die meneer’ wel uitleggen in het lokaal.
Ik meende het hoongelag van mijn kompanen te kunnen horen tot in Turkije.
Die dag was ik van mijn belziekte genezen. Ze zoeken het maar
uit zeg ik quasi nonchalant tegen mijn vrouw. Een reprimande was mijn loon.
“Word je eindelijk verstandig? Leer nou eens afstand te
nemen! Zo heb je nooit vakantie”
’s Avonds sta ik op het balkon. Het is te warm om te
slapen. Bovendien zoemt en zwermt er van alles rond mijn hoofd waar ik niet
goed tegen kan. Vlakbij dreunt een disco Europese muziek afgewisseld met
Turks kattengejank. Mijn vrouw droomt van gebruinde torso’s, goudgele
stranden en wuivende groene
palmen. Ze heeft een heel tevreden uitdrukking op haar gezicht.
Op een Turkse markt heeft ze vandaag een hele stapel T-shirts gekocht.
Originele merk T-shirts. Spotgoedkoop. Morgen wil ze er weer heen. Want voor
dat geld koop je ze niet in Nederland! Neen, zij is blij dat ze hiernaartoe
gekomen is. Turkije is duidelijk nog een vakantieland in opkomst. Zullen we
volgend jaar weer gaan?
Krabber.
Heeft
u reacties op bovenstaand artikel, dan kunt u deze sturen aan: krabbels@duiven.net
Wij zorgen ervoor dat deze reacties bij de schrijver terecht komen.
|