|
In de laatste kilometers naar zijn huis werd het steeds
stiller in de auto. We beseften beiden dat we zo meteen oog in oog zouden
staan met een van de grootste fenomenen uit onze sport.
Zo werd hij sinds jaar en dag althans geafficheerd. Overal zag je zijn brede
lachende kop op foto’s staan in de bekende duivenbladen. En hij had heel
veel reden om te lachen.
Zijn overwinningen op provinciaal en regionaal niveau waren inmiddels zelfs
per computer niet meer te tellen en in ‘zijn CC’ waren de meeste mensen
al lang gestopt met duivensport. Er was geen beginnen meer aan als je het
tegen de ‘champ’ wilde opnemen.
Nu hoor ik U denken dat het niet zo’n kunst is om het in de regio goed te
doen. U vraagt zich af hoe onze ‘champ’ het in groter verband ervan af
brengt? Nationale vluchten misschien?
Ook nationale vluchten had hij inmiddels zo vaak gewonnen dat er nieuwe
vluchten aan het programma toegevoegd zouden moeten worden om hem nog eens
een ‘nieuwe’ overwinning te schenken.
En schenken is hier absoluut verkeerd gekozen. Hij zou ze zich toe-eigenen.
Hij zou ze opeisen met ongekend machtsvertoon. Hij zou zijn weergaloze
kleppers opstuwen tot ongekende hoogten en hij zou onmiddellijk de eerste 40
plekken in de uitslag annexeren. Als hij er werkelijk voor ging zou de
eerste bladzijde helemaal voor hem zijn zonder een enkele andere duif
ertussen te dulden.
Maar de laatste jaren had hij dat helemaal niet meer nodig.
Hij deed het wat kalmer aan. Als je alles wat er te winnen valt al honderd
keer gewonnen hebt wordt je ambitie ook wat minder. Toch was iedereen ervan
overtuigd dat als je hem boos maakte, hij meteen weer verpletterend zou
toeslaan. En dat vervulde ons met ontzag naarmate we zijn huis dichter
naderden. Misschien waren we daarom ook wel al stiller in de auto. We
‘oefenden’ alvast de stilte. We wisten dat we straks nog maar alleen
eerbiedig zouden luisteren en hooguit fluisterend iets zouden inbrengen. Bij
zoveel machtsvertoon paste ook alleen ‘il grande silentio’. Ik keek mijn
vriend van opzij aan. Zijn gezicht stond strak. Wij beseften allebei hoeveel
geluk dat we hadden om bij ‘hem’ überhaupt op bezoek te mogen komen.
Het was een welhaast sacraal moment. Zoals overal te lezen viel was al jaren
geen Nederlandse melker meer bij hem over de vloer geweest. Want hij was
inmiddels wars van dat klootjesvolk. Hij had hun al jaren laten zien hoe het
moest maar ze hadden er niets van opgestoken. Er werd geen artikel meer
geschreven, geen boek meer gepubliceerd of het was doorspekt met zijn
wijsheden. Iedereen citeerde hem te kust en te keur. Maar ze waren toch te
stom om het te begrijpen. Het was nog geen menselijk wezen in deze hemisfeer
gelukt om hem te evenaren. En omdat hij wars was van zoveel onbenul had hij
de moed inmiddels opgegeven. Hij had zijn pijlen gericht op die landen waar
ze obstipatie krijgen van de rijst en waar duivensport uitsluitend beoefend
wordt door mensen met een grote beurs. Sindsdien stopten hele bussen van dit
volk-met-camera-en-spleetogen voor zijn deur. Om een glimp van hem op te
vangen. Want ook die werden slechts mondjesmaat geduld. Als ……...hij een
goeie dag had. Geld zei hem immers niets meer. Jaren geleden had hij zijn
baan opgegeven en was hij gestopt met werken. Sindsdien leefde hij van
‘spin off’ van zijn hobby. Een paar van zijn fameuze kleppers verkopen,
een lezing houden en af en toe deelnemen aan een forum was alles wat hij nog
deed.
Laatst had hij het zelfs aangedurfd om voor een astronomisch bedrag zijn
beste kweekkoppel te verkopen naar Amerika. Zelfs dat durfde de man. Hij
verkocht van zijn boom niet alleen de vruchten, de takken, hij durfde zelfs
de hele boom te verkopen!
Inmiddels stonden we voor zijn majestueuze villa. Onze auto
parkeerden we langs de weg. Bij zo’n ‘kasteel’ viel ons ‘gedeukte
butske’ te veel uit de toon. Dat voelde je gewoon aan. Dat deed je niet.
Terwijl een vierbenig wezen ‘merk pitbull of zoiets’ ons duidelijk
maakte dat we netjes achter het hek moesten blijven wachten, vingen we de
eerste glimp op van ‘de champ’. Het
was heel duidelijk dat hij het gewend was dat zijn hond blafte. Nog steeds
kwam er elke dag allerlei onverbeterlijk volk ‘op goed geluk’ langs.
Toch was het lot ons gunstig gezind. Op de een of andere manier keek hij
toch even onze kant uit en hij kwam vervolgens ook onmiddellijk aanlopen.
Links herkenden we het duivenhok dat in zoveel filmpjes en rapportages tot
onze verbeelding gesproken had. Maar nu we er zelf voor stonden was er toch
iets vreemds aan. Het was een gewoon hok. Zonder franje, zonder glamour. Een
hok zoals U en ik het ook in de tuin hebben staan. Plafond driekwart dicht,
voorin wat gaas en spijlen. Ramen van enkelglas en niet overdreven groot.
Een eenvoudig badkamerventilator van drie dubbeltjes bij de Hema was alle
luxe die erin te vinden was. Geen super-de-luxe-installatie dus waar je
meteen alle successen aan zou kunnen toeschrijven. Dan moet ‘het’ aan de
duiven liggen flitste het door mijn hoofd. Ik denk dat mijn vriend op
hetzelfde moment deze brainwave had want hij vroeg onmiddellijk welk ras
onze champ zoal op de hokken had. Ras? Ras?
Onze champ liep bijna paars aan van woede en ergernis. Ras? Bij hem werden
slechts die duiven getolereerd die in staat waren om zich ‘van voren te
tonen’. Stambomen vliegen niet, voegde hij er smalend aan toe. Al hebben
ze een fortuin gekost, als ze niet presteren worden ze hier niet oud. Ras is
iets van handelaars en handige liefhebbers die willen verkopen. Vraag ze
maar eens naar hun prestaties in groot verband en ze vallen allemaal door de
mand. In de immense tuin stonden nog meer hokken. Hier en daar wat
verscholen opgesteld want onze champ wilde natuurlijk niet de hele dag tegen
uitsluitend duivenhokken aankijken.
Terwijl mijn vriend onverdroten doorging om op lange tenen te trappen en dus
vroeg om ook de andere hokken te mogen zien kreeg ik even tijd om na te
denken. Ik vroeg me af tot welke van de eerder genoemde categorieën onze
champ gerekend moest worden met alles wat hij verkocht.
Tot de categorie ‘handelaars’ of tot de ‘handige liefhebbers’?
Lang mocht mijn reflectie niet duren. We hadden inmiddels een duif in onze
handen gedrukt gekregen. “Ik weet dat hij je niet zal bevallen maar hij
vloog wel 16 zuivere eersten”. De duif die we bekeken was inderdaad niet
bepaald van de buitencategorie. Maar wat het ergste was, die duiven die erop
volgden waren niet veel beter. En toch bekeken we nu de duivinnen die het
hardst gevolgen hadden? Ik kon het niet meer volgen. Het hok was bedekt met
eterniet golfplaten en het woei onder elke golf door. Mijn vriend stelde er
een vraag over.
“Of het niet zo was dat duiven alleen maar goed presteren als er een goed
klimaat is op het hok? Op een goed hok moet ge Uzelf ‘thuisvoelen’ en
als ge d’er zelf niet d’n aard hebt dan zullen uw duiven er netzomin
hunnen aard hebben!”
Ik moest onwillekeurig lachen om het Vlaamse taaltje dat hij zich was gaan
aanmeten om bij onze champ in het gevlei te komen. Maar die was niet onder
de indruk. Hoezo geen goed klimaat? Zijn duiven kwamen op dit hok in forme
bij bepaalde weersomstandigheden. Juist als op andere hokken de forme wat
minder werd. Want elk hok heeft zijn eigen karakteristiek! ‘Geen goed
klimaat’ brieste hij honend verder. “Ze vliegen hier de pannen…eh het
eterniet van het dak. En op dit moment hoeven ze ook niet in orde te zijn!
Ge moet juist de kunst verstaan om de forme te drukken, als ge ze maar op
het goeie moment weer in orde weet te krijgen”. Ze moeten straks pas
prestaties leveren. We liepen beiden, buigend achteruit. De champ briesend
en tierend achterlatend. Hier was nou weer zo’n stelletje oenen dat op
zoek was naar de geheimen van de stiel. En weer had hij zich laten
vermurwen. Maar hij deed het nooit meer. Geen Ollanders meer over zijn erf.
In de auto was het heel stil. We waren beiden in overpeinzingen verzonken.
De eeuwige roem was slechts voor weinigen weggelegd. Wij zouden wel altijd
tot de categorie krabbers verdoemd blijven.
Krabber.
Heeft
u reacties op bovenstaand artikel, dan kunt u deze sturen aan: krabbels@duiven.net
Wij zorgen ervoor dat deze reacties bij de schrijver terecht komen.
|