Exclusieve Krabbels van Krabber voor:

Deel 3 "Doof zijn voor wat er gezegd wordt en blind voor wat er gesproken wordt"
In 2 delen (Deel 1
).

Een aantal jaren heb ik het voorrecht gehad bij internationale winnaars op de hokken te mogen komen. En ook vandaag de dag, zij het wat minder, kom ik nog steeds over de vloer bij enkele coryfeeën van de duivensport. Nou klinkt ‘het voorrecht hebben’ echt wel een beetje plechtstatig. Maar ik meen ook je dat als een voorrecht mag beschouwen. Je kunt nergens zoveel leren als van hen die ‘het’ lukt. Tenminste, als je leerbaar bent!

Wat me natuurlijk steevast bezig hield is de vraag waarom zij tot de top behoorden.
Was het hun duivenhok? Was het hun systeem? De kennis en kunde van hun dierenarts? Was het de ongekende klasse van hun duiven? De ver ingeteelde stam? Of juist de vele kruisingen zonder bloedverwantschap, het beproefde ‘goed x goed’ systeem. Was het de kunstenaar in de ogenschijnlijk doodgewone melker of juist het samenspel van al die factoren samen?
We zijn zo graag geneigd causaal te redeneren. Alles vanuit een enkelvoudige relatie te beschouwen. Eén op één relaties zijn ook makkelijker te begrijpen. ‘Als’ een duif kaal is ‘dan’ zal ze minder de neiging hebben om te gaan vliegen. ‘Als’ het buiten potdicht zit van de mist, hoef je je duiven niet uit te laten, ze zullen ‘dan’ echt niet aan hun gebruikelijke rondjes beginnen. Probeer het maar uit.  

Zo’n als-dan relatie zoeken we ook in het verklaren van succes maar……… succes heeft heel veel factoren. Of, om het duur te zeggen, zo’n verklaring is multi-causaal. En daarenboven moet je begrijpen dat het een samenspel is van factoren die onderling niet allemaal in gelijke mate bijdragen tot het succes. De ene factor kan belangrijker zijn als de andere. En ik besefte dat ik naar die ingewikkelde materie op zoek ging. Maar goed, ik viste in de juiste vijver. Dat was zeker. 

Wat hun duivenhok betreft waren de meesten heel toeschietelijk je mocht mee, je mocht je ogen uitkijken en vragen wat je maar wilde. Overal werd zonder schroom op gereageerd en geantwoord. En ik heb hokken gezien die verstoken waren van elk comfort maar ook hokken waar alles elektronisch geregeld was. De luchtinvoer, de luchtafvoer, de temperatuur, de luchtvochtigheid, het voeren, het verduisteren 

Wat ik ontdekte was dat de ene kampioen een prachtige afzuiginstallatie had met anti- allergeen, bactericide en microscopisch fijn filter waar de ander het deed met een 3 dubbeltjes ventilator van de Hema. Beiden waren kampioen dus concludeerde ik al vlug dat het daaraan niet kon liggen.
Hokken (bij een kampioen van België) waar de mest dertig centimeter dik op de vloer lag en waarin gewoon het voer gestrooid werd. Maar ook hokken waar ‘mister spic en span’ regeerde en die vaak schoner oogden dan het toilet van de betreffende liefhebber.
Bij de een lagen boomse pannen, schots en scheef, bij de ander geglazuurde pannen waar mos en alg geen vat op hebben.

Ook aan ‘het systeem’ kan het niet liggen. Weliswaar heeft bijna elke melker iets dat hij ‘zijn eigen systeem’ noemt, maar het is overal verschillend. De een doet yoghurt over het voer om een zuur milieu te bewerkstelligen, de ander appelazijn, een derde doet helemaal niks heeft evenmin last van tal van ziekten omdat de infectiedruk – van nature – al laag was of omdat hij jarenlang streng selecteerde en nooit erg kwistig ‘strooide’ met medicijnen.

Over de ongekende klasse van hun duiven kan ik kort zijn. We hebben allemaal duiven op onze hokken die kwaliteit in hun body hebben. Let wel: ik zeg niet dat alle duiven op onze hokken kwaliteit hebben, maar we hebben er (voldoende) duiven tussen met voldoende kwaliteit. Daarvoor wordt er veel te veel gekweekt en is onze vriendenkring te groot. Als we zelf al geen kapitalen uitgeven aan duiven, dan hebben we al gauw een vriend die dat wel doet en die niet flauw doet over een koppeltje jonge duiven. Overigens beweer ik hier ook niet dat alleen dure duiven, goede duiven zijn. Zeker is dat op ieder hok duiven zitten die tot grootse dingen in staat zijn als gezondheid, forme, motivatie en (wellicht ook een beetje) de factor geluk elkaar plotseling de hand reiken.
Waar zit ‘het’ hem dan wel in. Ik denk dat we eens moeten durven stilstaan bij onszelf. Hoe goed zijn wij zelf? Hebben wij zelf het vak in de vingers. Reageren we zelf niet te laks als we zien dat een duif wat minder strak zit? Hebben we niet teveel geduld bij allerlei ziekten. Een ding is zeker; de kans dat we een kampioen opruimen als we een willekeurige duif opruimen is vele malen kleiner dan de kans dat we een slechtere gezondheid van de hele kolonie riskeren door een ongezonde duif te laten zitten! En als we al met medicijnen gaan werken, letten we dan wel verdraaid goed op de dosering als we een medicament geven? Geven we niet onwillekeurig een beetje teveel omdat we ervan uitgaan dat het ‘goed’ is voor de duiven? Selecteren we niet om alle weduwnaarsbakken vol te hebben i.p.v. de onverbiddelijke meetlat te hanteren die we voor het seizoen voor ogen hadden. Sussen we ons niet teveel met gedachten als:”Na een slecht seizoen, is het moeilijk selecteren” en “…..ik kan moeilijk alles kapot slaan”.
Kweken we niet te lang uit koppels die al jaren geleden de eretitel ‘kweekkoppel’ afgenomen had moeten worden? Als U op al dit soort vragen met zekerheid (en hopelijk met recht) nee kunt zeggen, dan ligt het ook niet aan U als liefhebber.

Als U voor U zelf (met recht) kunt volhouden dat U een vakman bent die alles ziet en de zaak in de vingers heeft dan is de kans heel groot dat U op weg bent om ergens in de komende jaren ook bij de kampioenen geteld te worden.

Wordt vervolgd.

Krabber

Nota bene:

Krabber verleent het recht tot plaatsing op de internetsite van Advidu. Het eigendomsrecht kan op geen enkele wijze vervreemd worden en blijft bij Krabber

Terug naar Krabber
Terug naar Duiven.net

Een site van ADVIDU, Utrecht