Exclusieve Krabbels van Krabber voor:

Deel 4 "Doof zijn voor wat er gezegd wordt en blind voor wat er gesproken wordt"
In 2 delen (Deel 2
).

Als je op heel veel verschillende hokken geweest bent en zoveel verschillende ‘geheimen’ meegekregen hebt dat het je er duizelig van werd, komt er een moment waarbij je dat alles wel op een rijtje moet zetten. En……..het noodzakelijkerwijs moet relativeren.
Je kunt er niet meer omheen. Er zijn geen systemen of geheimen die het verschil maken tussen gemiddeld spelen of super spelen. Het zou eigenlijk bevrijdend moeten werken. Je hoeft opeens niet meer al die advertenties te lezen van al die geweldige middelen waarmee jouw duiven opeens verheven worden tot adelaars van het luchtruim. Duivenbladen worden met een klap de helft dunner. Complete beurzen worden gereduceerd tot een handjevol stands die (soms nog) een kort bezoekje waard zijn.
De rest? Niet meer over nadenken en snel vergeten.
 

En toch kan ik me maar moeilijk neerleggen bij het feit dat iets ‘onverklaarbaar’ zou zijn. Dat de een altijd bij de kampioenen hoort en de ander bij het gemene voetvolk. En daartussenin nog een groep die fladdert. Dan weer bij de kampioenen horend om vervolgens weer jarenlang en onverklaarbaar in de diepe leemput te verblijven.

Met dat dilemma viel ik een groot Belgisch kampioen lastig. Geheimen? Hij keek me wat meewarig aan terwijl hij luisterde naar mijn redenatie. “………..Professor Anker (toch een gerenommeerd wetenschapper) schreef in zijn boeken dat er geen enkel uiterlijk kenmerk bestaat dat voorspellend kan zijn voor kwaliteit”, besloot ik mijn betoog. “Dan hoef je dus ook niet meer te kijken naar die uiterlijke kenmerken?”, vroeg hij me indringend.
Moet je dan kijken naar een stamboom die je ook niet vertrouwt? Of wellicht meer naar de ogen van de liefhebber dan naar de ogen van de duif?  Zijn ogen twinkelden. Hij verliet even de kamer om wat te drinken te halen, mij mijmerend achter latend.

Toen hij terug kwam had hij nog lol om wat er gebeurd was. Ik kwam naar de kampioen met verhalen over ‘datgene waar het zeker niet in kon zitten’, hield pleidooien over totaal verschillende hokken, totaal verschillende systemen, duiven, liefhebbers en ga zo maar door en hij mocht de gordiaanse knoop ontrafelen. Die wijsheid dichtte ik hem toe. Hij glimlachte.

Welnu manneke, hervatte hij na enige ogenblikken. Probeer eens het volgende te doen: Vergeet alles wat ge gelezen hebt en wees doof voor alles wat je nog hoort. Ga je eigen neus na en gebruik je boerenverstand. Hou een dagboek bij (nu begon ik te glimlachen want ik heb zelfs een hekel aan het dagboek van mijn dochter). Schrijf alles op wat je geeft, doet, verandert en wat je opvalt. Consequent. Elke dag. Dag in, dag uit.
Stel jezelf de vraag waarom je iets verandert. Schrijf dat mee op en verander het terug in oude staat als het niet geholpen heeft. Maak aantekeningen van medicijnen die niet geholpen hebben voor datgene waar jij ze voor gaf. Beken het aan jezelf als je medicijnen gaf en het kennelijk niet nodig was. Leer ervan. Schrijf op en lees terug. Keer op keer.

Het denderde nog na in de rit terug. 250 km door Belgisch landschap dat ik niet meer gezien heb. Met alleen die ene boodschap in m’n hoofd. Vergeet alles wat je gelezen hebt en wees doof voor alles wat je nog hoort.
De dag erna zat ik thuis op een stoel en keek naar mijn duivenhok. Een nieuw hok. Het stond er pas enkele jaren. Van een ‘gevestigde’ hokkenbouwer. “Dus daar kon het niet aan………” Ik onderbrak bewust mijn eigen denkpatroon. Ik had er andere dakpannen op gelegd. Keramische pannen opdat mos en alg er geen vat op zouden hebben. Maar ook van een soort die nogal snel opwarmt.
Ze waren heel erg mooi maar………. ik was er niet beter door gaan spelen. In het voorfront had ik roosters gemaakt voor meer beluchting. Voor de hokken langs was een loopgang dus die (mogelijk) koude lucht kon geen kwaad. Het duurde immers een tijdje voor die de duiven bereikte. En lucht was altijd goed. Hoe meer, hoe beter, toch?
Maar ik was er niet beter door gaan spelen.
De pannen had ik in het 2e jaar ‘gelicht’ met klosjes hout zowel aan de front- als rugzijde van het hok. Hoe meer lucht hoe beter.
En…………. inderdaad, ik was er niet beter door gaan spelen.

Het was een duivelse paradox. Je kunt niet vergeten wat je weet. Maar je kunt je wel de vraag stellen wat van ‘jouw weten’ nu van jezelf is. Wat je zelf ‘getest’ hebt en wat je klakkeloos van anderen aangenomen hebt. En ik moest met het schaamrood op de kaken bekennen dat dat het meeste was. Veel van mijn kennen, mijn weten, was ‘aangenomen weten’.
Diezelfde dag ben ik begonnen de plafonds dicht te schuiven. Heb ik de roosters in de voorkant dicht gemaakt. De klosjes onder de pannen vandaan gehaald. Het glas verwijderd dat ik in het pannendak had aangebracht. Heb ik isolatieschuim gespoten in allerlei kieren en naden en de nok hermetisch dichtgetimmerd. De geforceerde ventilatie ging uit evenals de vloerverwarming. De schuiven in het plafond die altijd helemaal openstonden gingen nagenoeg dicht.
Ik heb het opgeschreven met mijn redenen waarom ik het gedaan had. Tocht vermijden. Ventileren maar niet over-ventileren.

Opeens hadden mijn duiven geen dikke koppen meer. Hoefde ik niet meer te kuren voor de luchtwegen. Omdat ik domweg de gedachte opzij gezet had dat het aan het duivenhok niet kon liggen.
3 weken later deed ik weer behoorlijk mee. Mijn duiven vlogen weer prijs. Althans een gedeelte. De rest zal ik meedogenloos opruimen.
Zij zijn waarschijnlijk blijven zitten omdat ik de laatste jaren praktisch meer slechte seizoenen dan redelijke had. En dan kun je niet voldoende selecteren!? Je wilt tenslotte niet tegen lege bakken aankijken aan het begin van het seizoen? Toch?

Krabber

Nota bene:

Krabber verleent het recht tot plaatsing op de internetsite van Advidu. Het eigendomsrecht kan op geen enkele wijze vervreemd worden en blijft bij Krabber

Terug naar Krabber
Terug naar Duiven.net

Een site van ADVIDU, Utrecht