|
“Het
komt allemaal neer op een vuile streek van de regering. Dankzij de
Euro!”
“Wat heeft dat nou allemaal met de Euro te maken?” Jaap was het
er duidelijk niet mee eens en liet dat zelfs overduidelijk blijken. Niet
alleen door zijn vraag, maar meer nog door de toon en de blik in zijn ogen
die een oorlogsverklaring inhield.
Jan-Gerben was echter niet meer te remmen.
Onverdroten kwam de volgende waterval aan verwensingen en overhaaste
conclusies ons clubgebouw binnendenderen.
“Er is helemaal geen BSE geweest en ook deze MKZ is een fabel.” De
regering wil de boel saneren en het mestprobleem in een klap oplossen!
Triomfantelijk keek de spreker in de rondte alsof hij juist de
relativiteitstheorie van Einstein in drie seconden verklaard had.
Uit mijn ooghoeken zag ik dat een paar duivenvrinden recht waren gaan
zitten. Geen BSE geweest en ook MKZ een fabel? We waren immers bijeengekomen
omdat we niet mochten verzenden, toch? En de Mond en klauwzeer zou ons er
niet van weerhouden om een uurtje te melken over de sport had de voorzitter
geroepen. Jefke, die het allemaal niet zo goed snapt, maar die we ondanks
zijn klein verstand toch op sleeptouw nemen in onze club, begon eveneens
heftig te knikken. Dat hij zijn duiven niet mocht verzenden vond hij
“oneerlijk” en nu zei Jan-Gerben ook dat het niet eerlijk was! En het
verhaal ging maar verder. Het was niet eerlijk dat we niet vervoeren konden.
Je kan de mussen ook niet verbieden dat ze rondvliegen. En duiven brengen
geen ziekten over als ze van Frankrijk naar Nederland vliegen! Ik vroeg me
even af of de voorzitter dit bedoelde toen hij voorstelde om toch even
‘gezellig’ bij elkaar te komen in ons clubgebouw.
“We hebben veel teveel dieren in ons land dankzij die intensieve
veehouderij. Dit is niets anders dan een koude sanering. De boeren plegen
zelfmoord! Omdat ze niks betaald krijgen als hun bedrijf geruimd wordt.
Geruimd, als ik het woord al hoor.”
“Dat klinkt in ieder geval sympathieker als dat jij je duiven ‘de nek
omdraait’, onderbrak Jaap opnieuw. Zijn repliek werd echter overschreeuwd
door een ontketende Jan-Gerben.
“De minister heeft zelf gezegd dat het oorlog betekent. Straks kunnen wij
onze duiven ook nog ‘ruimen’.”
Jan-Gerben had het dus wčl gehoord. Anders had hij andere termen gebruikt
voor zijn altijd triomfantelijk aangeprezen ‘selectiemethodiek’.
“Straks kun je je huis niet meer uit, is er geen melk, geen vlees, geen
ei, geen kaas meer in de schappen. En geen spatje duivenvoer!”
Ergens lachte iemand en er resoneerde enig gemompel van ongeloof.
“Als er straks geen vrachtwagen meer een boerenerf opkomt, kunnen ze ook
geen korreltje mais meer halen voor jouw zak duivenvoer.”
Het was niet persoonlijk tegen Jefke bedoeld maar die kreeg het nu toch echt
te kwaad. Met zijn karakteristieke rauwe stem, die zelfs de vocaliteit van
Jan-Gerben overstemt, klonk heel hartstochtelijk “…….niet eerlijk,
……niet eerlijk, moet voer hebben”.
Het was muisstil. Jefke liep ontredderd naar buiten en werd ogenblikkelijk
gevolgd door een paar vrinden die ‘ons beste clublid’ wilden troosten.
Binnen 5 minuten stonden er nog maar twee auto’s op de parkeerplaats. Mijn
aftandse bolide en het stalen ros van Jan-Gerben. Hij had z’n cognacglas
nog vol en het was niet naar de aard van Jan-Gerben om dat te laten staan.
Maar hij had ook niet het gevoel dat hij onze ‘gezellige’ avond beëindigd
had. En ik vond niet dat ik moest gaan praten over de werkelijke pijn.
Natuurlijk is het erg als je geen duiven mag inmanden. Maar weegt dat op
tegen die andere pijn? Die van de boeren die hun veestapel ‘geruimd’
zien worden. Of de pijn van Jefke, wiens wereld vanavond weer wat
onbegrijpelijker was gaan uitzien. Daarover gaan prediken tegen Jan-Gerben
zou gelijk staan met het bevechten van windmolens.
Krabber.
|