|
Deel
2
De tijd ligt dus nog
niet zover achter ons dat je van de huisarts bij een behoorlijke
verkoudheid al antibiotica voorgeschreven kreeg. En inmiddels komt men
langzaam maar zeker tot inkeer. Ook in de veterinaire wereld. Er zijn
zelfs al duivenartsen die je geen medicijnen meer meegeven als je geen
zieke duif kon tonen. En ofschoon het overal zo zou moeten: de praktijk is
anders! Ze zijn dun gezaaid.
Maar het kan nog
erger. Bijvoorbeeld bij onze Oosterburen. Wat dat betreft ben ik altijd
blij als ik kan vergelijken. Zo’n
kans kreeg ik vorig jaar. Ik was te gast bij een duivenhappening in het
oosten van de Bondsrepubliek. Dat is niet het verre buitenland maar toch.
Wel leuk en vooral heel leerrijk. Jeetje, wat heb ik m’n ogen
uitgekeken.
En niet alleen aan de prachtige omgeving. Alhoewel dat wel het eerste was
dat me opviel. Toen God de aarde schiep heeft hij deze mensen wel een
beetje verwend. Er ligt nog een dun laagje sneeuw als we aankomen. De
parkeerplaats ligt niet direct naast de hotelingang en mijn zomerse
bordeelsluipers waren na de eerste 100 meter ‘sneeuwbaggeren’ al
helemaal doorweekt. Het inchecken gaat nogal rap en we worden meteen
uitgenodigd aan de ‘Gäste Tisch’ plaats te nemen. Ik zie een hele rij
bekende gezichten en alhoewel dat ik me altijd wat opgelaten voel ga ik
toch maar iedereen een hand geven.
Een wijntje, een voedzaam maal en we zijn vertrokken. Voor wat naar
verwachting een leerzaam, maar ook vooral amusant weekend zal worden. De
ceremoniemeester heet de oud-voorzitter van de Duitse Bond welkom en noemt
in een adem ‘die
speziellen Gäste’ uit
Nederland.
Gelukkig hoeven we niet, één voor één op te staan. Desondanks kijkt de
hele zaal naar onze tafel en ik kan het niet helpen maar voel me opnieuw
enigszins opgelaten. “Zijn die zover komen rijden voor dit
feestje?”
Een groots Duits kampioen zal vanavond de spits afbijten, morgen komt een
bekend dierenarts ons vermaken met zijn wijsheden. Vervolgens is er een
grote openbare verkoop ten behoeve van een goed doel. Het programma kent
weinig verrassende elementen maar ik ga er nog maar eens goed voor zitten.
De
kampioen houdt een overtuigend verhaal. Althans hij klinkt heel erg
(zelf)overtuigd. Door zijn Swäbische tongval ontgaat mij ook het een en ander. Maar hij spreekt met de
overtuiging van iemand die van de duivensport zijn beroep heeft gemaakt en
de zaal hangt aan zijn lippen.
Hier en daar stelt men een voorzichtige vraag. De kampioen voelt zich in
zijn element en gaat er breed op in.
Als je kampioen bent is het hartstikke makkelijk, denkt mijn buurman
hardop. Als je kampioen bent doe je niets fout en gaat alles min of meer
vanzelf. Je hebt het geluk dat je duiven zoveel forme en gezondheid hebben
dat alle ziektes eraan afketsen en jou alle misère bespaard blijft.
Ik knik even naar hem. Ik kan het een heel stuk met hem eens zijn maar
anderzijds ademt deze analyse me ook teveel de charme van een eenvoudig
karakter.
Onderwijl probeer ik ook onze ‘Schwäbische Eisenbahn’ te blijven
volgen en het valt niet mee om twee heren tegelijk te bedienen. Toch
verslapt op een gegeven ogenblik mijn aandacht. Misschien omdat ik weet
dat hij de echte kneepjes toch niet zal verklappen?
De wijn, de lange rit en een stevig maal eisen hun tol en ik verlang
alleen nog maar naar m’n bed.
Ik
waak letterlijk en figuurlijk op in een andere wereld.
‘s Nachts is er een pak sneeuw gevallen waar je ‘U’ tegen zegt en ik
probeer met een fikse ochtendwandeling enigszins de kwade dampen uit mijn
lijf te bannen.
Rond het middaguur staat een grote touringcar klaar om via glasblazerijen,
Konditorei met koffie en heerlijk gebak en een tussenstop bij de skispringschans de
dames ‘de middag van hun leven’ te bezorgen.
Dat geeft ons mannen de ruimte om wat geld uit te geven bij de openbare
verkoop. Deze organisatoren zijn ook niet van gisteren!
Maar eerst komt de dierenarts zijn wijsheden over ons uitstrooien.
Volgens
hem (en hij leest het grootste deel van zijn verhaal van een blocnote af
om niets te vergeten) doe je er goed aan om in het vroege voorjaar te
starten met een kuurtje Baytril 10%.
Gevolgd door wat elektrolyten en extra aminozuren. Als volgende komt het
Circovirus langs. Op de voet gevolgd door de ‘Jungtierkrankheit’.
Chlooramphenicol moet je
liefst niet over het voer strooien en Ronidazole kun je in het seizoen
beter vervangen door metronidazole omdat dat de conditie minder aantast.
Tegen droog snot geef je het beste doxycycline, trimetroprim of amoxy.
Suanovil is niet meer in de handel maar voor wie echt niet zonder kan
heeft hij een ‘geheimtip’, je kunt het nog volop kopen in Frankrijk.
En passant krijgt een bekende Nederlandse veterinair (in wiens plaats hij
nota ben mag invallen) nog een veeg uit de pan: orni-speciaal werkt
niet.
Er volgt nog een verhaal over een voedingssupplement dat hier ‘erg
hot’ lijkt te zijn. Het wordt gewonnen uit koemelk en zorgt door zijn
‘dierlijke eiwitten met intrinsic factor’ voor binding van vitamine
B12 die ook nodig is (volgens hem) voor de spierontwikkeling bij onze
duiven. Ik val van mijn stoel af. Een of ander melkpoeder dat je over het
duivenvoer moet strooien ‘op weg naar het gegarandeerde succes’?
En
de zaal ligt aan zijn voeten. Niemand die vraagt of je van je duiven geen
chemische fabriekjes maakt. Niemand die het verband legt met verboden
antibiotica, kankerverwekkende stoffen of veroorzaakte bloedarmoede.
Neen, men schrijft snel op hoe je het kan bestellen. En hij verstuurt het
door de hele bondsrepubliek. Want van iemand die met pensioen is en die
vaak niet eens beschikt over een auto kun je niet verlangen dat ze enkele
honderden kilometers komen rijden om op spreekuur te komen. Dan sturen wij
het U graag toe!
Omdat ik boos wordt van dit soort ‘ruimhartige uitverkoop van pertinente
onzin’ stel ik de vraag of hij zelf ook duiven heeft? Natuurlijk én
vult hij met niet verholen trots aan, voor de Nederlandse gast, van de
bekendste hokken van Duitsland.
“Hoeveel kampioenschappen heeft U het afgelopen jaar bij elkaar
gevlogen”?
In de zaal ontstaat wat geroezemoes. Sommigen kennen kennelijk al het
antwoord.
De man in kwestie loopt rood aan. Ik heb geen medelijden met hem. Als je
een hoofd heb van boter moet je niet te kort bij het vuur gaan staan.
“Te druk met zijn praktijk om goed te kunnen spelen”, aan m’n hoela.
Wordt
vervolgd in deel 3.
Krabber.
Nota bene:
Krabber verleent het
recht tot plaatsing op de internetsite van Advidu. Het
eigendomsrecht kan op geen enkele wijze vervreemd worden en blijft bij
Krabber
|