Krabbels van Krabber
 Deel 8
"Een ander verhaal van Krabber"

Een ander verhaal van krabber

Charel is de eenvoud zelve en een prima buurman. In mijn beleving heeft Charel hier altijd al gewoond. En zijn ouders en hun ouders en zo terug tot aan het begin der aarde. Een oude Batavier van dezelfde tak zal reeds zijn plaggenhut gebouwd hebben waar nu Charels pandje verrijst. Ergens op de lagere school zal Charel wel al het liefste meisje van klas tot de zijne gemaakt hebben en Charel’s kinderen hebben evenmin de moeite genomen om ‘naar buiten’ te verhuizen. Kortom Charel heeft ons dorp gemaakt en ons dorp heeft Charel gevormd.

Behalve één zoon dan die naar Australië verhuisd is, maar dat zat ‘m voornamelijk in het feit dat diens lief wel van buiten kwam en -de weinige keren dat ik haar persoonlijk ontmoet heb- zich vooral etaleerde als een toonbeeld van daadkracht en energie.
Charel had z’n job bij het gemaal inmiddels geruild voor de status van volwaardig vutter. 
Het zal duidelijk zijn dat U Charel moet zien als de man van stiptheid en discipline maar ook overlopend van conservatisme en behoudendheid. Toen het gemaal van ‘natuurkracht’ overging naar ‘iets moderns’ hebben wij dat als buren van Charel drie jaar ervóór moeten horen maar werden ook nadien nog drie jaar gewenningsproblemen over ons uitgestrooid. Toen ‘zijn’ (stoom!) gemaal wederom veranderd moest worden in -volgens de terminologie van Charel - ‘nog iets veel moderners’, hebben ze de discussie waarschijnlijk niet meer aangedurfd en werd Charel de welverdiende vut aangekondigd.

Maar wat doe je als plichtgetrouwe burger met zo’n overvloed aan tijd? 
Stilzitten? Integendeel! 
Eerst is Charel gaan rennen. En zowel bij vertrek maar zeker bij thuiskomst van dit jogging-geweld dreigt mijn vrouw elke keer in een grote lachstuip te geraken die –naar ik vrees- nog eens ernstige gevolgen zal hebben voor haar mimiek. Zo’n langdurige kramp van alle lachspieren moet op den duur desastreus zijn. 
De magere spillebenen van Charel, het hoogrode hoofd compleet met zweetbandje, het grotesk wippende buikje van genoegzaamheid en de rest van zijn idiote outfit hollen in echte competitie met elkaar om de eretitel van meest belachelijke onderdeel. Gelukkig heeft Charel begrepen dat acute irreversibele lachstuipen behoren tot de meest ernstige medische aandoeningen die je je buren kunt aandoen want hij is ermee gestopt. Vervolgens is hij zijn vrije tijd nog even gaan wegfietsen. Ik weet niet of het aan het oude aftandse karretje gelegen heeft. In ieder geval was die animo heel vlug bijgezet op het veld van de goede voornemens. Het is ook mogelijk dat de rekening van het energiebedrijf de laatste restjes sportiviteit om zeep geholpen hebben. Met ons klimaat moet je elke tweede dag immers rekenen met regen en dan zitten de spetters tot aan je oren op zo’n racekarretje. Elke tweede dag een extra bad, reken maar uit……..

Mijn vrouw is overigens een opgewekt mens die al heel wat gezien heeft in haar leven.
Toch was haar gelaatsuitdrukking ‘goud waard’ toen de buurvrouw enkele opiniërende gesprekken, over het houden van duiven, ‘over de schutting’ meende te moeten gaan voeren. Het idee had kennelijk bij haar postgevat dat Charel een meer blijvende bezigheid moest hebben. Hoe dan ook, enkele maanden later ………..een prachtig duivenhok. 
Charel’s vrouw had geen omzien meer naar onze vutter. Dag en nacht zat hij op zijn ‘buitenhuisje’. 
En in weerwil van haar goede adviezen om toch ook af en toe raad te vragen aan de buurman,  hij had immers toch zo’n 60 jaar duiven ervaring; Charel zocht het vooral bij de pil.  
De pil oftewel Koos, onze halve duivendokter met de nadruk op halve, vanwege zijn befaamde reputatie om alles met een pil of drankje te bestrijden. En kennelijk was er ook nu weer een acuut pijntje op het hok van Charel want ik zag hem vertrekken, in z’n stofjas, met de duivenmand achter op de fiets. 
Aangekomen bij Koos zocht de fiets steun tegen de groene vuilnisbak. Vervolgens kreeg het karretje zijn eigen veilige gevoel door een heus hangslot alvorens het korfje onder het touw vandaan kwam. Het is weliswaar een oud beestje maar zelfs in ons dorp raakt wel een iets kwijt, toch? 
Koos maakte met een wijds gebaar de deur open en aan zijn hele appearence was af te lezen dat hier weer heel wat goede (deskundige?) raad gesleten zou worden.

Toen Charel enkele uren later de thuisreis weer wilde gaan aanvaarden –de duiven moesten immers weer verzorgd- keek hij wel heel vreemd boven zijn stofjas uit.
Toegegeven, zijn fiets zag er ook heel raar uit zonder wielen. Het leek wel of datgene dat nog over was –gemeenlijk aangeduid met fietsframe- zijn bestaansgrond nu eveneens opgegeven had. Een zieltogende hoop schroot tegen de groene vuilnisbak en voorwaar ’n mooi stilleven voor de eerstejaars van onze plaatselijk kunstacademie. Koos en Charel wisselden hulpeloze blikken. De overbuurman moet wel diep geraakt zijn door deze non verbale communicatie of wellicht ook een heel empathisch mens, in ieder geval kwam hij vragen wat er aan de hand was. 
Met een stem die nog steeds doortrokken was van ongeloof gaf Charel te kennen dat zijn fiets gestolen was. Om zich vervolgens te corrigeren: “De wielen”.

De empathie van de overbuurman kwam terstond in een nader licht te staan toen die aangaf dat de wielen niet gestolen waren. Hij had een oude fiets zien staan, kennelijk bedoeld voor het grof vuil en had er nog vlug de wielen onderuit gehaald voor de bolderkar van zijn kleinzoon. Met z’n drieën liepen ze naar de overkant. In het schuurtje stonden de wielen maar ook een fles bokma waarmee de overbuur z’n excuus bekrachtigde. Om het klimaat nog wat verder op te krikken werd nog een ontspannende mop verteld en een halve fles later pakte Charel zijn twee wielen. Koos, die nog sneller aan Bacchus geofferd had dan de overbuurman   zou de moersleutel nog dezelfde dag terugbezorgen. Maar eerst zet ik die wielen er even in want dat kan Charel niet meer, meende hij overmoedig. In alcoholnevelen gehuld keken ze allebei de dorpsstraat op en af alvorens over te steken richting vuilnisbak.

In de verte ging de vuilniswagen de hoek om. Achterop………… een oud fietsenframe.

Krabber.

Terug naar Krabber
Terug naar Duiven.net

Een site van ADVIDU, Utrecht