|
Een ander verhaal
van krabber
Charel is de eenvoud
zelve en een prima buurman. In mijn beleving heeft Charel hier altijd al
gewoond. En zijn ouders en hun ouders en zo terug tot aan het begin der
aarde. Een oude Batavier van dezelfde tak zal reeds zijn plaggenhut gebouwd
hebben waar nu Charels pandje verrijst. Ergens op de lagere school zal
Charel wel al het liefste meisje van klas tot de zijne gemaakt hebben en
Charel’s kinderen hebben evenmin de moeite genomen om ‘naar buiten’ te
verhuizen. Kortom Charel heeft ons dorp gemaakt en ons dorp heeft Charel
gevormd.
Behalve
één zoon dan die naar Australië verhuisd is, maar dat zat ‘m
voornamelijk in het feit dat diens lief wel van buiten kwam en -de weinige
keren dat ik haar persoonlijk ontmoet heb- zich vooral etaleerde als een
toonbeeld van daadkracht en energie.
Charel had z’n job bij het gemaal inmiddels geruild voor de status van
volwaardig vutter.
Het zal duidelijk zijn dat U Charel moet zien als de man van
stiptheid en discipline maar ook overlopend van conservatisme en
behoudendheid. Toen het gemaal van ‘natuurkracht’ overging naar ‘iets
moderns’ hebben wij dat als buren van Charel drie jaar ervóór moeten
horen maar werden ook nadien nog drie jaar gewenningsproblemen over ons
uitgestrooid. Toen ‘zijn’ (stoom!) gemaal wederom veranderd moest worden
in -volgens de terminologie van Charel - ‘nog iets veel moderners’,
hebben ze de discussie waarschijnlijk niet meer aangedurfd en werd Charel de
welverdiende vut aangekondigd.
Maar
wat doe je als plichtgetrouwe burger met zo’n overvloed aan tijd?
Stilzitten? Integendeel!
Eerst is Charel gaan rennen. En zowel bij vertrek maar zeker bij thuiskomst
van dit jogging-geweld dreigt mijn vrouw elke keer in een grote lachstuip te
geraken die –naar ik vrees- nog eens ernstige gevolgen zal hebben voor
haar mimiek. Zo’n langdurige kramp van alle lachspieren moet op den duur
desastreus zijn.
De magere spillebenen van Charel, het hoogrode hoofd compleet met
zweetbandje, het grotesk wippende buikje van genoegzaamheid en de rest van
zijn idiote outfit hollen in echte competitie met elkaar om de eretitel van
meest belachelijke onderdeel. Gelukkig
heeft Charel begrepen dat acute irreversibele lachstuipen behoren tot de
meest ernstige medische aandoeningen die je je buren kunt aandoen want hij
is ermee gestopt. Vervolgens is hij zijn vrije tijd nog even gaan
wegfietsen. Ik weet niet of het aan het oude aftandse karretje gelegen
heeft. In ieder geval was die animo heel vlug bijgezet op het veld van de
goede voornemens. Het is ook mogelijk dat de rekening van het energiebedrijf
de laatste restjes sportiviteit om zeep geholpen hebben. Met ons klimaat
moet je elke tweede dag immers rekenen met regen en dan zitten de spetters
tot aan je oren op zo’n racekarretje. Elke tweede dag een extra bad, reken
maar uit……..
Mijn
vrouw is overigens een opgewekt mens die al heel wat gezien heeft in haar
leven.
Toch was haar gelaatsuitdrukking ‘goud waard’ toen de buurvrouw enkele
opiniërende gesprekken, over het houden van duiven, ‘over de schutting’
meende te moeten gaan voeren. Het idee had kennelijk bij haar postgevat dat
Charel een meer blijvende bezigheid moest hebben. Hoe dan ook, enkele
maanden later ………..een prachtig duivenhok.
Charel’s vrouw had geen omzien meer naar onze vutter. Dag en nacht zat hij
op zijn ‘buitenhuisje’.
En in weerwil van haar goede adviezen om toch ook af en toe raad te vragen
aan de buurman, hij had immers
toch zo’n 60 jaar duiven ervaring; Charel zocht het vooral bij de pil.
De pil oftewel Koos, onze halve duivendokter met de nadruk op halve, vanwege
zijn befaamde reputatie om alles met een pil of drankje te bestrijden. En
kennelijk was er ook nu weer een acuut pijntje op het hok van Charel want ik
zag hem vertrekken, in z’n stofjas, met de duivenmand achter op de
fiets.
Aangekomen bij Koos zocht de fiets steun tegen de groene vuilnisbak.
Vervolgens kreeg het karretje zijn eigen veilige gevoel door een heus
hangslot alvorens het korfje onder het touw vandaan kwam. Het is weliswaar
een oud beestje maar zelfs in ons dorp raakt wel een iets kwijt, toch?
Koos maakte met een wijds gebaar de deur open en aan zijn hele appearence
was af te lezen dat hier weer heel wat goede (deskundige?) raad gesleten zou
worden.
Toen Charel enkele uren
later de thuisreis weer wilde gaan aanvaarden –de duiven moesten immers
weer verzorgd- keek hij wel heel vreemd boven zijn stofjas uit.
Toegegeven, zijn fiets zag er ook heel raar uit zonder wielen. Het leek wel
of datgene dat nog over was –gemeenlijk aangeduid met fietsframe- zijn
bestaansgrond nu eveneens opgegeven had. Een zieltogende hoop schroot tegen
de groene vuilnisbak en voorwaar ’n mooi stilleven voor de eerstejaars van
onze plaatselijk kunstacademie. Koos en Charel wisselden hulpeloze blikken.
De overbuurman moet wel diep geraakt zijn door deze non verbale communicatie
of wellicht ook een heel empathisch mens, in ieder geval kwam hij vragen wat
er aan de hand was.
Met een stem die nog steeds doortrokken was van ongeloof gaf Charel te
kennen dat zijn fiets gestolen was. Om zich vervolgens te corrigeren: “De
wielen”.
De empathie van de
overbuurman kwam terstond in een nader licht te staan toen die aangaf dat de
wielen niet gestolen waren. Hij had een oude fiets zien staan, kennelijk
bedoeld voor het grof vuil en had er nog vlug de wielen onderuit gehaald
voor de bolderkar van zijn kleinzoon. Met z’n drieën liepen ze naar de
overkant. In het schuurtje stonden de wielen maar ook een fles bokma waarmee
de overbuur z’n excuus bekrachtigde. Om het klimaat nog wat verder op te
krikken werd nog een ontspannende mop verteld en een halve fles later pakte
Charel zijn twee wielen. Koos, die nog sneller aan Bacchus geofferd had dan
de overbuurman zou de
moersleutel nog dezelfde dag terugbezorgen. Maar eerst zet ik die wielen er
even in want dat kan Charel niet meer, meende hij overmoedig. In
alcoholnevelen gehuld keken ze allebei de dorpsstraat op en af alvorens over
te steken richting vuilnisbak.
In de verte ging de
vuilniswagen de hoek om. Achterop………… een oud fietsenframe.
Krabber.
|