Exclusieve Krabbels van Krabber voor:

  Deel 8 "Heel langzaam begon ik het te begrijpen"

Krabbels van krabber  

“Ze snappen het niet”, hoorde ik een, door jaren en vermoeidheid geteisterde stem mompelen. “Wij hebben geen behoefte aan bezoek” klonk het nu wat krachtiger, met meer nadruk uitgesproken. En langzaam schuifelden de pantoffels weer weg, door de lange gang achter de voordeur. 
Ik keek naar m’n vriend, hij keek naar mij. Wij waren met stomheid geslagen. Was dit de grootste der groten? Was dit de altijd zo sportief ogende supercrack onder de cracks?
Het absolute top- en ereprijzen verslindend monster? De prijzenkannibaal bij uitstek.?
Hoeveel eretitels had de man niet gekregen in de loop der jaren. Wat zeg ik? Gekregen?
Zich met niets ontzeggende gretigheid veroverd!
De concurrentie lag weken na de laatste vlucht nog naar adem te snakken. Een gat tussen hem en de rest zo groot als de Grand Canyon. Hij was kennelijk niet bereid om duiven te verkopen aan mij. En ik was net nota bene nog wat flappen gaan tappen.
Vlug probeerde ik nog een glimp van hem te zien door de brievenbus. Zijn fiere persoonlijkheid, een grote stevige vent die, zonder zijn rug te rechten al op mij neerkeek, het dikke golvende ravenzwarte haar. Al die details zaten in mijn geheugen gegrift. Ik kende ze van de duizenden films, reportages, forums, foto’s.
Maar wat ik door de brievenbus zag, deed mij nog verder ineenkrimpen. Een oude man, gebogen, onzekere schuifelende  tred, grijs en kalend. Schuw naar de buitenwereld toe. Elk contact angstvallig vermijdend. Was dit de tol die roem en bekendheid vergen?
Zulke verhalen kende ik over filmsterren. De aftakeling van een beeldschone Brigit Bardot waar ik vroeger natte dromen van kreeg en die nu figureerde in mijn nachtmerries. 
Maar dit trof hèm kennelijk ook. De Johnny Weismüller van de duivensport, met spierbundels als scheepstrossen, was verworden tot een slap en vooral schuw oud mannetje. Want hij durfde zich niet eens meer aan ons te vertonen. Hij had angst gekregen voor de boze buitenwereld. Jarenlang op roem belust, eremetaal verzamelend aan de lopende band. En nu? Bang voor alles en iedereen had hij zich teruggetrokken in zijn holletje. Wilde niemand meer zien, geen post ontvangen, niets.

Achter mij naderde een vrachtauto die oud papier begon te laden. Ik realiseerde mij dat de chauffeur niet gestopt was bij de buren of überhaupt elders in de straat. Neen hij was speciaal hier voor de deur gestopt en met vier mensen begonnen ze nu dozen in te laden.
Dozen vol met fanmail schoot het door mijn hoofd. Post van duizenden vertwijfelde aanbidders die de grote Manitou van de duivensport vragen om raad bij de bouw van hun nieuwe hokken. Die eieren willen aan het eind van het seizoen. Die jonkies uit de weduwnaars, de vliegers, desnoods uit de achterblijvers of de opgeruimde duiven willen.
“Mag ik van U de kaarten van achtergebleven duiven?”, dan ga ik ze wel voor U ophalen! “Maar mag ik dan wel de duiven zelf houden die U niet meer ziet zitten?”. 
In een laatste poging om nog iets te redden griste ik een paar dozen weg voor de grote werkhanden uit de vrachtwagen. Ik stouwde mijn auto helemaal vol. De kofferbak, de achterbank en zelfs de ruimte tussen de zittingen. Mijn vriend moest zich op de terugweg wel erg klein maken want zelfs zijn plek - en die tussen ons in – werd volgestouwd tot aan het dak.Verwoed begon ik te lezen.  

Koop 22 van Jan van S, in het grijze fondboek daarvan staat de vader geadverteerd als een duif met ringnummer NL 98-2368752 afkomstig in de derde lijn van U, o grote meester. Kunt U mij zeggen of dat klopt? Het schaamrood steeg mij naar de kaken. Hoe durfde men de grote meester daarmee lastig te vallen. “Iedereen weet toch dat de grote meester nooit fond gespeeld heeft?”, riep mijn vriend.
Ik griste het volgende briefje uit de doos. “Wat kosten oude duiven en wat kosten de jongen?” Het volgende had dezelfde tekst. En nog een en nog een en nog een…….
Een tot prop verfrommeld briefje trok mijn aandacht. Ik streek het met enige moeite glad. ”Kan ik U, de grote meester, mailen?” Ik wil graag met U in discussie over het een en ander maar ik zie nergens een mailadres op uw site.
“Was deze man nog goed bij zijn hoofd?” Hij speelde waarschijnlijk zelf geen platte prijs maar wilde wel met de grote meester in discussie?
Ik zag dat de grote meester er iets onder geschreven had. Met moeite kon ik het beverige handschrift ontcijferen: “Als ik iedere arme sloeber eieren zou moeten geven, als ik met iedereen in discussie zou moeten gaan……………” Toen stierf het handschrift weg in een lange streep. Vervolgens had de grote meester zich vermand. Wetende dat het volkomen nutteloos was geweest om terug te schrijven had hij nog slechts in onmacht het geheel gedegradeerd tot prop. Uit pure frustratie. 
“Ik heb een koppeltje duiven die al een jaar bij elkaar zitten maar die niet willen paren!”
“Kunt U eens langs komen en mij helpen?”, ik ben een jonge beginnende liefhebster uit Guadalajara. “Hier is er een uit Noorwegen”, riep mijn vriend. Ik had er een uit Hongarije in m’n handen.
Hier vraagt er een naar de prijs van zijn beste kweekduif. Om moedeloos van te worden. Die duivin is al 12 jaar dood!
“Kan ik U mailen?”, “Ik wil met duiven beginnen, hoe moet ik dat doen?”.
De ene doos na de andere.

Onderwijl stopte een bus met Taiwanese liefhebbers. Wij keken gespannen toe wat er zou gebeuren. Tientallen mannetjes kwamen uit de bus stappen. Per persoon minstens met drie camera’s omhangen. Een stellage werd opgebouwd en schijnwerpers werden opgehangen.
Alles werd in gereedheid gebracht voor die ene foto van de grote meester.
Op het eerste aanbellen bleef de deur gesloten. Daar hadden ze kennelijk op gerekend.
Uit de bus stapte een wulpse schone. Voor de deur begon ze zich splinternaakt uit te kleden.
Ze kenden kennelijk de zwakheden van de grote meester. Zou dit hem vermurwen? Maar de deur bleef angstvallig gesloten. Wel meende ik dat de gordijnen even bewogen. De deur gaf geen krimp.
In het begin van de straat zagen we 5 overvalwagens gevuld met ME aankomen. Om de grote meester te ontzetten. En heel langzaam begon ik het te begrijpen. 

We zijn nog langs Lier vogelmarkt gereden om een paar pauwstaarten te kopen. Die wil ik inkruisen op mijn duiven om zeker te weten dat ik nooit zo beroemd zal worden. 
Ik neem aan dat U langzaam, heel langzaam begrijpt waarom?

Einde.

Krabber.

Nota bene:

Krabber verleent het recht tot plaatsing op de internetsite van Advidu. Het eigendomsrecht kan op geen enkele wijze vervreemd worden en blijft bij Krabber

Terug naar Krabber
Terug naar Duiven.net

Een site van ADVIDU, Utrecht