Krabbels
van krabber
“Ze snappen het niet”, hoorde ik een, door jaren en
vermoeidheid geteisterde stem mompelen. “Wij hebben geen behoefte aan
bezoek” klonk het nu wat krachtiger, met meer nadruk uitgesproken. En
langzaam schuifelden de pantoffels weer weg, door de lange gang achter de
voordeur.
Ik keek naar m’n vriend, hij keek naar mij. Wij waren met stomheid
geslagen. Was dit de grootste der groten? Was dit de altijd zo sportief
ogende supercrack onder de cracks?
Het absolute top- en ereprijzen verslindend monster? De prijzenkannibaal
bij uitstek.?
Hoeveel eretitels had de man niet gekregen in de loop der jaren. Wat zeg
ik? Gekregen?
Zich met niets ontzeggende gretigheid veroverd!
De concurrentie lag weken na de laatste vlucht nog naar adem te snakken.
Een gat tussen hem en de rest zo groot als de Grand Canyon. Hij was
kennelijk niet bereid om duiven te verkopen aan mij. En ik was net nota
bene nog wat flappen gaan tappen.
Vlug probeerde ik nog een glimp van hem te zien door de brievenbus. Zijn
fiere persoonlijkheid, een grote stevige vent die, zonder zijn rug te
rechten al op mij neerkeek, het dikke golvende ravenzwarte haar. Al die
details zaten in mijn geheugen gegrift. Ik kende ze van de duizenden
films, reportages, forums, foto’s.
Maar wat ik door de brievenbus zag, deed mij nog verder ineenkrimpen. Een
oude man, gebogen, onzekere schuifelende
tred, grijs en kalend. Schuw naar de buitenwereld toe. Elk contact
angstvallig vermijdend. Was dit de tol die roem en bekendheid vergen?
Zulke verhalen kende ik over filmsterren. De aftakeling van een
beeldschone Brigit Bardot waar ik vroeger natte dromen van kreeg en die nu
figureerde in mijn nachtmerries.
Maar dit trof hèm kennelijk ook. De Johnny Weismüller van de
duivensport, met spierbundels als scheepstrossen, was verworden tot een
slap en vooral schuw oud mannetje. Want hij durfde zich niet eens meer aan
ons te vertonen. Hij had angst gekregen voor de boze buitenwereld.
Jarenlang op roem belust, eremetaal verzamelend aan de lopende band. En
nu? Bang voor alles en iedereen had hij zich teruggetrokken in zijn
holletje. Wilde niemand meer zien, geen post ontvangen, niets.
Achter mij naderde een vrachtauto die oud papier begon te
laden. Ik realiseerde mij dat de chauffeur niet gestopt was bij de buren
of überhaupt elders in de straat. Neen hij was speciaal hier voor de deur
gestopt en met vier mensen begonnen ze nu dozen in te laden.
Dozen vol met fanmail schoot het door mijn hoofd. Post van duizenden
vertwijfelde aanbidders die de grote Manitou van de duivensport vragen om
raad bij de bouw van hun nieuwe hokken. Die eieren willen aan het eind van
het seizoen. Die jonkies uit de weduwnaars, de vliegers, desnoods uit de
achterblijvers of de opgeruimde duiven willen.
“Mag ik van U de kaarten van achtergebleven duiven?”, dan ga ik ze wel
voor U ophalen! “Maar mag ik dan wel de duiven zelf houden die U niet
meer ziet zitten?”.
In een laatste poging om nog iets te redden griste ik een paar dozen weg
voor de grote werkhanden uit de vrachtwagen. Ik stouwde mijn auto helemaal
vol. De kofferbak, de achterbank en zelfs de ruimte tussen de zittingen.
Mijn vriend moest zich op de terugweg wel erg klein maken want zelfs zijn
plek - en die tussen ons in – werd volgestouwd tot aan het dak.Verwoed
begon ik te lezen.
Koop 22 van Jan van S, in het grijze fondboek daarvan staat
de vader geadverteerd als een duif met ringnummer NL 98-2368752 afkomstig
in de derde lijn van U, o grote meester. Kunt U mij zeggen of dat klopt?
Het schaamrood steeg mij naar de kaken. Hoe durfde men de grote meester
daarmee lastig te vallen. “Iedereen weet toch dat de grote meester nooit
fond gespeeld heeft?”, riep mijn vriend.
Ik griste het volgende briefje uit de doos. “Wat kosten oude duiven en
wat kosten de jongen?” Het volgende had dezelfde tekst. En nog een en
nog een en nog een…….
Een tot prop verfrommeld briefje trok mijn aandacht. Ik streek het met
enige moeite glad. ”Kan ik U, de grote meester, mailen?” Ik wil graag
met U in discussie over het een en ander maar ik zie nergens een mailadres
op uw site.
“Was deze man nog goed bij zijn hoofd?” Hij speelde waarschijnlijk
zelf geen platte prijs maar wilde wel met de grote meester in discussie?
Ik zag dat de grote meester er iets onder geschreven had. Met moeite kon
ik het beverige handschrift ontcijferen: “Als ik iedere arme sloeber
eieren zou moeten geven, als ik met iedereen in discussie zou moeten
gaan……………” Toen stierf het handschrift weg in een lange
streep. Vervolgens had de grote meester zich vermand. Wetende dat het
volkomen nutteloos was geweest om terug te schrijven had hij nog slechts
in onmacht het geheel gedegradeerd tot prop. Uit pure frustratie.
“Ik heb een koppeltje duiven die al een jaar bij elkaar zitten maar die
niet willen paren!”
“Kunt U eens langs komen en mij helpen?”, ik ben een jonge beginnende
liefhebster uit Guadalajara. “Hier is er een uit Noorwegen”, riep mijn
vriend. Ik had er een uit Hongarije in m’n handen.
Hier vraagt er een naar de prijs van zijn beste kweekduif. Om moedeloos
van te worden. Die duivin is al 12 jaar dood!
“Kan ik U mailen?”, “Ik wil met duiven beginnen, hoe moet ik dat
doen?”.
De ene doos na de andere.
Onderwijl stopte een bus met Taiwanese liefhebbers. Wij keken
gespannen toe wat er zou gebeuren. Tientallen mannetjes kwamen uit de bus
stappen. Per persoon minstens met drie camera’s omhangen. Een stellage
werd opgebouwd en schijnwerpers werden opgehangen.
Alles werd in gereedheid gebracht voor die ene foto van de grote meester.
Op het eerste aanbellen bleef de deur gesloten. Daar hadden ze kennelijk
op gerekend.
Uit de bus stapte een wulpse schone. Voor de deur begon ze zich
splinternaakt uit te kleden.
Ze kenden kennelijk de zwakheden van de grote meester. Zou dit hem
vermurwen? Maar de deur bleef angstvallig gesloten. Wel meende ik dat de
gordijnen even bewogen. De deur gaf geen krimp.
In het begin van de straat zagen we 5 overvalwagens gevuld met ME
aankomen. Om de grote meester te ontzetten. En heel langzaam begon ik het
te begrijpen.
We zijn nog langs Lier vogelmarkt gereden om een paar
pauwstaarten te kopen. Die wil ik inkruisen op mijn duiven om zeker te
weten dat ik nooit zo beroemd zal worden.
Ik neem aan dat U langzaam, heel langzaam begrijpt waarom?
Einde.
Krabber.
Nota bene:
Krabber verleent het
recht tot plaatsing op de internetsite van Advidu. Het
eigendomsrecht kan op geen enkele wijze vervreemd worden en blijft bij
Krabber
|