Dr. aan het woord door: Dierenarts Peter Boskamp
© Dierenarts P. Boskamp
Het is verboden bovenstaande artikelen te vermenigvuldigen en te verspreiden. 
Ook zal opgetreden worden als zonder toestemming de artikelen of gedeelten 
daarvan op een andere wijze gepubliceerd worden

Deel 7: Uit de Praktijk: Candida albicans infectie

Een tijdje terug kwam er een duivenliefhebber met zijn duiven op het spreekuur. De duiven zaten dik en hadden dunne waterige mest.
De liefhebber had een oud sectieverslag bij zich dat een aantal jaren oud was en had daarmee en met zijn duiven een reis gemaakt langs diverse dierenartsen, al dan niet gespecialiseerd in duivengeneeskunde.
Behalve de eerder genoemde dunne mest zaten de duiven zelfs in de korf nogal dik, iets dat ze op het hok allemaal wel deden. De eetlust was slecht en ze waren vlijmscherp bij het borstbeen daardoor. Het betrof in hoofdzaak de jonge duiven, zo vertelde deze liefhebber ofschoon ook af en toe een oudere duif symptomen had.
De kweek verliep meestal wel redelijk waarna de jongen op een leeftijd van ongeveer 4 tot 5 weken problemen kregen.
Ook dit jaar waren er al weer diversen gesneuveld. De liefhebber had diverse aangetaste jongen geďsoleerd van de rest. Maar dat maakte het probleem er niet minder door. Er kwamen steeds nieuwe jongen die deze verschijnselen kregen.

In de loop der jaren had hij een heel scala aan geneesmiddelen uitgetest. Al dan niet voorgeschreven door dierenartsen. Diverse paratyfuskuren waren geprobeerd, maar ook ornithosekuren.
Dit ondanks dat bij onderzoek geen paratyfusbesmetting was vastgesteld. De duiven knapten er wel wat van op, maar na verloop van tijd leek het probleem alleen maar groter te worden.
De sterfte nam allengs toe in plaats van af.
Over prestaties werd al helemaal niet gesproken, want die waren er al jaren niet meer geweest.
De oudere duiven, daarbij ging het nog wel, maar de prestaties van de jonge duiven waren hopeloos te noemen.

Het verhaal aangehoord hebbende, de rij collega’s inschattende bij wie de liefhebber was geweest en alle onderzoeken die hadden plaatsgevonden, maakte duidelijk dat ik het niet in dezelfde richting als mijn voorgangers moest gaan zoeken.
Mijn collega’s hadden allemaal voortgeborduurd op dat ene sectieverslag van een patholoog dat nu al een aantal jaren oud was.
Nu ben ik al een hele tijd gespitst op de aanwezigheid van schimmels en gisten bij duiven. Zeker is dit het geval bij duiven die te pas en te onpas gekuurd worden met antibiotica wegens tegenvallende prestaties.
Het schoot dan ook door me heen dat hier welhaast geen andere oorzaak achter kon zitten dan een Candida besmetting.
Ik vroeg de liefhebber of ik de duiven die hij bij zich had in opname mocht nemen voor nader onderzoek. Candida wil zich niet altijd even gemakkelijk laten vaststellen. Er zijn speciale kweekmedia voor nodig en vooral wat geduld.
Ik kreeg toestemming sectie te doen bij enkel duiven. Hoewel vervelend voor de eigenaar bleek het inderdaad een uitgesproken sectiebeeld te zijn voor een Candida-besmetting. Alle luchtzakken, maar ook het hartzakje waren bedekt met een wittig, poederig beslag. Zo uitgesproken als in dit geval zijn de sectiebeelden zelden. Klinisch was hier al bij sectie vast te stellen dat het een Candida besmetting moest zijn. Dit konden we hier dus heel gemakkelijk door middel van een schimmel/gistkweek bevestigen.
De resterende duiven zijn we gaan behandelen met een Nystatine-suspentie (50.000 I.E. per duif per dag gedurende 7 dagen) In het drinkwater deden we onze Boni-SGR. Deze deed zijn naam eer aan (SGR:schimmelgroei-reductie). De jongen knapten op. Het duurde wel enige tijd. En dat is typisch voor die candidabesmettingen. De duiven  kunnen pas van de ziekte definitief herstellen als de weerstand zodanig verbeterd is dat de gist door het lichaam kan worden bestreden. Nystatine als medicijn moet daarbij gezien worden als een hulpmiddel hierbij.

Het zou simpel zijn als de diagnose Candida-infectie overal zo eenvoudig gesteld kon worden als bij deze liefhebber. Dat is echter geenszins het geval.
Candida kan vaker bij duiven worden aangetoond. Het is een parasiet waar, aangetoond in de ontlasting, weinig of geen belang werd en wordt gehecht. Het mag dan zo zijn dat hij sluimerend aanwezig kan zijn, zonder problemen te veroorzaken, net zo als bij de aanwezigheid van streptococcen het geval kan zijn, het is echter wel zo dat de gist daarbij stilletjes op zijn kans ligt te wachten om zijn slag te slaan om de duiven ziek te maken.
En zoals gezegd kan dit gebeuren als er te veel antibiotica wordt verstrekt en daarbij te weinig aandacht wordt besteed aan de weerstand van de duiven zelf. Met name bij jonge duiven kunnen hierdoor problemen ontstaan.

Moeten we nu iedere keer als jonge duiven dik zitten of slecht vliegen aan een Candida- besmetting denken?
Nee, zeg ik dan!
Maar als U een kuur gegeven hebt aan de jongen omdat ze niet goed genoeg vliegen of U hebt jongen die regelmatig diarree hebben of om de haverklap luchtwegproblemen hebben en daarbij slecht op de toegediende geneesmiddelen reageren, denk dan ook eens aan dit artikeltje. Er zou dan wel eens sprake kunnen zijn van een Candida-besmetting.

Terug naar Dr. aan het woord
Terug naar Duiven.net

Een site van ADVIDU, Utrecht